
![]() |
1946 |
Sjeng
van Weersch is de zoon van Jan (Sjang) van Weersch en Rosa Paffen
(zie het bord hiernaast). Dit bord is een uitvergroting
van het bord dat op het cafe hangt,
Sjang van Weersch leerde zijn toekomstige vrouw
Rosa Paffen kennen in Aken. Rosa werkte als dienstmeisje/kindermeisje bij
baron Von Alphen in Aken. Sjang was geboren in Margraten als zoon van een
kleine boer. Hij moest thuis meewerken op de boerderij. Toen hij ouder
was is hij ook in Aken gaan werken (zo rond 1900) omdat daar meer werk
was en betere verdiensten. Op de een of andere manier hebben zij elkaar
daar leren kennen.
Rosa was van Schin op Geul. Sjang en Rosa kochten
samen met de zus van Rosa (Maria Anna) die zou trouwen met Theo Salden
het huis waarin nu het café is. Op 26 mei 1910 is de eerste vergunning
voor het café verleend. Theo Salden startte na zijn huwelijk in
1912 een slagerij. Café en slagerij hadden een gezamenlijke ingang.
Om de hypotheek en de kosten voor de verbouwing
tot café te betalen ging Sjang bij de koel werken (in de
mijnen ondergronds). Dat werk werd goed betaald en stelde hem in de gelegenheid
café en werk te combineren.
Het gezin van Sjang en Rosa bestond uiteindelijk
uit 6 kinderen: Lies, Piet, Josef (Sjeuf), Piet, Jan (Sjeng) en Maria.
Maria (van Weersch-Vliegen) geboren 1914, vertelt
anno 2010 dat midden in het cafe een grote kachel stond. Men zat dan vaak
gezellig samen met de (stam)gasten rond de warme kachel; zij wist zich
nog de stamgasten Fons Laeven en Huub Savelsberg te herinneren. Haar taak
was vaak achter het buffet om de klanten te bedienen. Als meisje van 18
jaar zong zij dan voor de stamgasten of voor de aanwezige soldaten en vaak
eindigde dat in samenzang.
Naast het café was aan de rechterzijde
een waranda (zie bovenste foto) waar ook het luik naar de voorraadkelder
was. Hierdoor werden de vaten bier en andere voorraden de koele kelder
ingerold of gedragen. De kelder was koel maar in de zomer werd nog extra
gekoeld met ijsstaven. Op de drankenkaart stond lager bier, pils (was 3
cent duurder dan lager bier), jonge en ouwe klare, vieux, elske en bonekamp
met jonge jenever. Daarnaast was er ook priklimonade (sinaasappel of ananas).
De sterke drank werd besteld bij Cobbenhagen in
Gulpen. Het bier kwam eerst rechtstreeks van de brouwerij en naderhand
van drankenhandel Bertrand-Didden uit Wijlre. Deze is nog steeds de huisleverancier,
het bier is van Löwenbräu naar de Leeuw geavanceerd. Het toilet
was buiten (zinken “pisbak”) en ook het bekende huuske met houten pot met
deksel.
Verder was er buiten een “dreks”-kegelbaan. Vooraan
was een houten plank waar de kegelbal “opgezet” moest worden. Daarna rolde
de bal over een aarden baan naar een betonnen plaats waar de kegels op
stonden. Maria moest als klein meisje vaak op de hark zitten als de baan
aangeharkt moest worden.
Naast het kaarten na de hoogmis werd er ook het
spel lietschen gespeeld. Dat gebeurde buiten. Men moest met een
muntstukje proberen op de lijn of zo dicht mogelijk bij de lijn te werpen.
Wie won mocht de muntjes houden. Maar het meest favoriet was toch wel het
kaarten en het kegelen. Er was ook een kegelclub die regelmatig mee deed
aan kegeltoernooien of een soort competitie (de naam schiet haar niet meer
te binnen). Na de hoogmis op zondag werd meestal tot een of twee uur gekaart.
Er waren meestal vaste groepen of koppels bij het kwajongen of hoogjassen.
Daarnaast was toepen een favoriet kaartspel. Als er gewonnen werd, koos
men in plaats van een pilsje of een jonge klare vaak voor een sigaar. Deze
kostte eind jaren dertig 6 cent. Zo hadden de mannen in de week nog wat
te roken. Soms was het moeilijk om voor of tijdens de oorlog aan sigaren
te komen.
Bij het tappen van een pilsje mocht niet veel bier gemorst worden. Wat toch over het glas liep werd opgevangen in een bakje en werd daarna bij het varkensvoer gemengd. Onbekend of het varken dat vet gemest werd vaak in een roes was. Misschien komt hier de spreuk/uitdrukking zo vol als een varken vandaan.
Tot
de klandizie behoorden voornamelijk mannen die in de buurt van het café
woonden. Daarnaast werd het cafe ook gebruikt om bepaalde gebeurtenissen
te vieren, zoals bijvoorbeeld een doop of een ondertrouw. Men was dan toch
in de buurt van het café(kerk of gemeentehuis) en ging vervolgens
een drankje drinken op het heugelijke feit. Ook na begrafenissen was een
pilsje of drupke de standaard. Het normale cafébezoek vond meestal
in de namiddag en de avonduren plaats.
Tijdens en voor de oorlog kwamen er ook veel soldaten in het café. Het begon met Nederlandse soldaten die in het kader van de mobilisatie in en rond Schin op Geul waren gelegerd. Die waren gehuisvest in houten barakken in de baende. Een van deze barakken diende vele jaren als verenigingsgebouw en werd in de volksmond dan ook de barak genoemd. Na de invasie kwamen ook Duitse soldaten naar het café. Maria werd een keer door een Duitse soldaat gevraagd om aan de tafel plaats te nemen en een drankje met hem te drinken. Ze zei dat ze van haar vader niet met klanten aan de tafel mocht zitten om iets te drinken. Na deze weigering trok de soldaat zijn bajonet en dwong haar om bij hem te komen zitten. Met de tranen in haar ogen heeft ze toen plaatsgenomen maar op hetzelfde moment kwam een Duitse officier naar binnen en zag het betraande gezicht van haar. Hij vroeg wat er aan de hand was. Na het verhaal gehoord te hebben gaf hij de soldaat het bevel om het café meteen te verlaten en zijn spullen te gaan pakken om de volgende dag naar een plek dichter bij het front te vertrekken.
Het café was elke dag geopend tot 11 uur
’s avonds. Sjang was een man van de klok. Om klokslag 11 uur werd het café
gesloten en moest iedereen de deur uit zijn. Er werd nog wat schoongemaakt
en hij maakte nog een rondje door het huis om te kijken of alles afgesloten
was. Daarna ging hij naar bed.
Maar
het gebeurde nogal eens dat er daarna via de achterdeur toch nog wat eerdere
klandizie naar binnen werd gelaten. Men had nog dorst of vond het te gezellig.
In de keuken werd dan verder gedronken zonder dat Sjang weet had of iets
hoorde van deze nachtelijke activiteiten.
Er waren enkele hoogtijdagen in het jaar. Kermis
was daar één van. Er was dan altijd “levende” muziek. In
het begin was dat iemand met een accordeon en later was dat het bekende
muziekduo Lenie en Ludwig . Er werd een klein podium in het café
gemaakt waarop het orkest geplaatst werd. Er werd dan altijd veel gedanst.
Om ruimte te maken werden tafels en stoelen vervangen door lange banken
met tafels. Hiervoor werd in Valkenburg danspoeder gehaald zodat met gemakkelijker
over de dansvloer kon schuifelen. Maar soms was de danspoeder op en dan
moest de kastelein wel eens creatief zijn. Zoon Piet van Weersch heeft
toen eens in plaats van dit poeder afwaspoeder gebruikt. In begin werkte
dit prima maar naarmate de avond vorderde en er steeds meer bier gemorst
werd op de dansvloer, werd het een schuimende en plakkerige brei. Achteraf
niet zo’n succes.
Kermis was wel altijd een heel gezellige tijd. Er werd natuurlijk ook altijd vla gebakken met deze dagen. Men maakte zelf de deeg en de vruchten voor op de vla. Alles werd dan naar bakker Erven gebracht die ervoor zorgde dat er lekkere vlaaien werden gebakken en weer thuis werden bezorgd. De vla was voor eigen gebruik en werd in de kelder bewaard omdat deze lekker koel was. Maar natuurlijk wisten ook de vaste klanten dat er gebakken was en dat er vla in de kelder stond. Als kwajongensstreek werd er dan vaak een vla of een stuk vla “gestolen” en gauw opgegeten.
Caféinterieur
rond 1960
Soms waren ook kermisbezoekers met andere bedoelingen
in het cafe. Ze waren op zoek naar ruzie en met wat drank op was dat niet
moeilijk. Maar meestal bleef het bij wat dreigementen of getreiter. Soms
liep het wel eens uit op een handgemeen of een knokpartij. Maar dat werd
dan meestal buiten uitgevochten.
Sjang van Weersch beschikte voor de oorlog ook
al over een muziekinstallatie. Een pick-up met platen en een radio die
voor de muzikale stemming zorgde in het café.
In het huis hebben altijd meerdere gezinnen gewoond
(na verbouwing op de 2e verdieping). Zo heeft er dochter Lies met haar
man Lei Ackermans gewoond (getrouwd in 1934). En later ook dochter Tiny
met Harry Frijns. (getrouwd in 1939)
Tussen het café en de buren (fam Salden)
was maar een enkelsteens muurtje. Dat was zo gehorig dat je in het café
het toenmalige dubbel mannenkwartet Inter Nos kon horen zingen als ze bij
Salden aan het repeteren waren. Ook woordenwisselingen kon je letterlijk
volgen. Zelfs de geuren van de buren wisten door de dunne muur hun weg
in het cafe te vinden. Als ze bij Salden de soep aan het koken waren kon
je dat in het cafe ruiken.
In 1947 sterft Rosa van Weersch. Een zware slag
voor Sjang. Hij krijgt in 1948 longontsteking en herstelt hier helaas niet
meer van en overlijdt een half jaar later dan zijn echtgenote.
De drankvergunning gaat over op het oudste kind, in dit geval Tiny Frijns-van Weersch. Zoon Piet wordt de nieuwe kastelein. Samen met zijn vrouw Greta Coumans uit Strucht wordt het café voortgezet en vergroot. Het bedrijf wordt verder uitgebreid tot een pension/hotel.
Bron bovenstaand artikel: Frans Vanmeulebrouk /John van Weersch in Periodiek Heemkundevereniging Schin op Geul, november 2010
Het café ging dus over naar zoon Piet van
Weersch (1910 - 1983). Hij was eerst mijnwerker, net als zijn vader, maar
in zijn vrije tijd ook kastelein. Hij trouwde Gretha Coemans. Beiden zaten
in de Schutterij St. Mauritius van Strucht (een gehucht bij Schin op Geul).
Ook de zoon van Theo Salden begon een hotel naast het 
café
Van Wersch aan het Kerkplein in Schin op Geul. Van Weersch zit nog steeds
op nummer 9, Salden op nummer 7.
Piet was één van de twee die ooit
twee keer achter elkaar koning van de schutterij werd. Net geen keizer
dus. Zijn zoon Ger was ook lid, zelfs veertig jaar, van St. Mauritius.
Piet trouwde Gretha Coumans. Hij echtpaar kreeg acht kinderen. Hun
oudste zoon Jan, uiteraard vernoemd naar opa van vaderskant, nam het café
over. Zijn broer Ger nam het van hem over en uiteindelijk nam zijn zus
Mieke het over. Ondertussen was het al een appartementenverhuur bedrijf
geworden met nieuwbouw ernaast. Anno 2010, dus honderd jaar later heet
het Appartementen -pension Schlenter
-Van Weersch. Zie de foto links uit de jaren 60.
De tweede zoon van Piet, Fons getrouwd met Netty
Leenders, begon ook een eigen appartementenbedrijf aan de Walem in Schin
op Geul. Deze advertentie is uit 1977. In 2010 is het allang niet meer
van hen. Er is nu een vakantiecentrum / bowlingcentum gevestigd.
Jan
(Sjeng) van Weersch, de broer van Piet, dus ook een zoon van de Sjang van
Weersch die hier helemaal bovenaan genoemd wordt, begon destijds, samen
met zijn vrouw Marieke Savelsberg, ook een pension in Schin op Geul. Het
pension stond eind jaren vijftig tot 1973 aan de Graafstraat 13 in Schin
op Geul. Daarna is het verkocht.
Links: Pension J. van Weersch in Schin op Geul
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
|
|
Sjeng van Weersch |
|