Wetenswaardigheid 47
Honderd jaar (1910 -2010) Van Weersch in Schin op Geul
Een dynastie in pensions
Sjang van WeerschRosa Paffen
Jan (Sjang) van Weersch (1873 -1948) begon op 36 jarige leeftijd in 1910 met zijn café tegenover de kerk. Hij (Johannes Hubertus, foto links) trouwde in 1907 met Maria Josephina Rosa Paffen (1880-1947) (foto rechts). Een oudere zus van haar (Maria Anna) trad in 1912 in het huwelijk met de slager Theodorus Salden, een bekende naam in Schin op Geul. De twee stellen kochten samen het pand aan het Kerkplein, waarin dus het café en een slagerij de ingang deelden, zoals op de foto blijkt. In 1927 vond er een grote verbouwing plaats en werd het gebouw gedeeld in twee volwaardige panden, elk met een eigen ingang, zoals de huidige situatie aan de straatkant is. Sjang exploiteerde het café van 1910 tot 1948. Het ging, zoals vaak, om een bijverdienste – hij was mijnwerker- en daarnaast kastelein.
 
 
 

1946
De gezamenlijke ingang van slagerij Salden (links) en Café Van Weersch aan het Kerkplein (1926) in Schin op Geul met op de foto:
Achterste rij (v.l.n.r.) Theo Salden, Joep Salden, dienstmeid familie Salden, Sjeng van Weersch (27 december 1913), knecht familie Salden
(weesjongen uit Maastricht). Vooraan staan Miel Salden en Maria van Weersch die later met Ally Vliegen zou trouwen.

Sjeng van Weersch is de zoon van Jan  (Sjang) van Weersch en Rosa Paffen
(zie het bord hiernaast). Dit bord is een uitvergroting van het bord dat op het cafe hangt,

Sjang van Weersch leerde zijn toekomstige vrouw Rosa Paffen kennen in Aken. Rosa werkte als dienstmeisje/kindermeisje bij baron Von Alphen in Aken. Sjang was geboren in Margraten als zoon van een kleine boer. Hij moest thuis meewerken op de boerderij. Toen hij ouder was is hij ook in Aken gaan werken (zo rond 1900) omdat daar meer werk was en betere verdiensten. Op de een of andere manier hebben zij elkaar daar leren kennen.
Rosa was van Schin op Geul. Sjang en Rosa kochten samen met de zus van Rosa (Maria Anna) die zou trouwen met Theo Salden het huis waarin nu het café is. Op 26 mei 1910 is de eerste vergunning voor het café verleend. Theo Salden startte na zijn huwelijk in 1912 een slagerij. Café en slagerij hadden een gezamenlijke ingang.

Om de hypotheek en de kosten voor de verbouwing tot café te betalen ging Sjang bij de koel werken (in de mijnen ondergronds). Dat werk werd goed betaald en stelde hem in de gelegenheid café en werk te combineren.
Het gezin van Sjang en Rosa bestond uiteindelijk uit 6 kinderen: Lies, Piet, Josef (Sjeuf), Piet, Jan (Sjeng) en Maria.

Maria (van Weersch-Vliegen) geboren 1914, vertelt anno 2010 dat midden in het cafe een grote kachel stond. Men zat dan vaak gezellig samen met de (stam)gasten rond de warme kachel; zij wist zich nog de stamgasten Fons Laeven en Huub Savelsberg te herinneren. Haar taak was vaak achter het buffet om de klanten te bedienen. Als meisje van 18 jaar zong zij dan voor de stamgasten of voor de aanwezige soldaten en vaak eindigde dat in samenzang.
Naast het café was aan de rechterzijde een waranda (zie bovenste foto) waar ook het luik naar de voorraadkelder was. Hierdoor werden de vaten bier en andere voorraden de koele kelder ingerold of gedragen. De kelder was koel maar in de zomer werd nog extra gekoeld met ijsstaven. Op de drankenkaart stond lager bier, pils (was 3 cent duurder dan lager bier), jonge en ouwe klare, vieux, elske en bonekamp met jonge jenever. Daarnaast was er ook priklimonade (sinaasappel of ananas).

De sterke drank werd besteld bij Cobbenhagen in Gulpen. Het bier kwam eerst rechtstreeks van de brouwerij en naderhand van drankenhandel Bertrand-Didden uit Wijlre. Deze is nog steeds de huisleverancier, het bier is van Löwenbräu naar de Leeuw geavanceerd. Het toilet was buiten (zinken “pisbak”) en ook het bekende huuske met houten pot met deksel.
Verder was er buiten een “dreks”-kegelbaan. Vooraan was een houten plank waar de kegelbal “opgezet” moest worden. Daarna rolde de bal over een aarden baan naar een betonnen plaats waar de kegels op stonden. Maria moest als klein meisje vaak op de hark zitten als de baan aangeharkt moest worden.
Naast het kaarten na de hoogmis werd er ook het spel lietschen gespeeld. Dat gebeurde buiten. Men moest met een muntstukje proberen op de lijn of zo dicht mogelijk bij de lijn te werpen. Wie won mocht de muntjes houden. Maar het meest favoriet was toch wel het kaarten en het kegelen. Er was ook een kegelclub die regelmatig mee deed aan kegeltoernooien of een soort competitie (de naam schiet haar niet meer te binnen). Na de hoogmis op zondag werd meestal tot een of twee uur gekaart. Er waren meestal vaste groepen of koppels bij het kwajongen of hoogjassen. Daarnaast was toepen een favoriet kaartspel. Als er gewonnen werd, koos men in plaats van een pilsje of een jonge klare vaak voor een sigaar. Deze kostte eind jaren dertig 6 cent. Zo hadden de mannen in de week nog wat te roken. Soms was het moeilijk om voor of tijdens de oorlog aan sigaren te komen.

Bij het tappen van een pilsje mocht niet veel bier gemorst worden. Wat toch over het glas liep werd opgevangen in een bakje en werd daarna bij het varkensvoer gemengd. Onbekend of het varken dat vet gemest werd vaak in een roes was. Misschien komt hier de spreuk/uitdrukking zo vol als een varken vandaan.

Mia achter het buffet (1939)Tot de klandizie behoorden voornamelijk mannen die in de buurt van het café woonden. Daarnaast werd het cafe ook gebruikt om bepaalde gebeurtenissen te vieren, zoals bijvoorbeeld een doop of een ondertrouw. Men was dan toch in de buurt van het café(kerk of gemeentehuis) en ging vervolgens een drankje drinken op het heugelijke feit. Ook na begrafenissen was een pilsje of drupke de standaard. Het normale cafébezoek vond meestal in de namiddag en de avonduren plaats.

Tijdens en voor de oorlog kwamen er ook veel soldaten in het café. Het begon met Nederlandse soldaten die in het kader van de mobilisatie in en rond Schin op Geul waren gelegerd. Die waren gehuisvest in houten barakken in de baende. Een van deze barakken diende vele jaren als verenigingsgebouw en werd in de volksmond dan ook de barak genoemd. Na de invasie kwamen ook Duitse soldaten naar het café. Maria werd een keer door een Duitse soldaat gevraagd om aan de tafel plaats te nemen en een drankje met hem te drinken. Ze zei dat ze van haar vader niet met klanten aan de tafel mocht zitten om iets te drinken. Na deze weigering trok de soldaat zijn bajonet en dwong haar om bij hem te komen zitten. Met de tranen in haar ogen heeft ze toen plaatsgenomen maar op hetzelfde moment kwam een Duitse officier naar binnen en zag het betraande gezicht van haar. Hij vroeg wat er aan de hand was. Na het verhaal gehoord te hebben gaf hij de soldaat het bevel om het café meteen te verlaten en zijn spullen te gaan pakken om de volgende dag naar een plek dichter bij het front te vertrekken.

Het café was elke dag geopend tot 11 uur ’s avonds. Sjang was een man van de klok. Om klokslag 11 uur werd het café gesloten en moest iedereen de deur uit zijn. Er werd nog wat schoongemaakt en hij maakte nog een rondje door het huis om te kijken of alles afgesloten was. Daarna ging hij naar bed. Lenie und LudwigMaar het gebeurde nogal eens dat er daarna via de achterdeur toch nog wat eerdere klandizie naar binnen werd gelaten. Men had nog dorst of vond het te gezellig. In de keuken werd dan verder gedronken zonder dat Sjang weet had of iets hoorde van deze nachtelijke activiteiten.
Er waren enkele hoogtijdagen in het jaar. Kermis was daar één van. Er was dan altijd “levende” muziek. In het begin was dat iemand met een accordeon en later was dat het bekende muziekduo Lenie en Ludwig . Er werd een klein podium in het café gemaakt waarop het orkest geplaatst werd. Er werd dan altijd veel gedanst. Om ruimte te maken werden tafels en stoelen vervangen door lange banken met tafels. Hiervoor werd in Valkenburg danspoeder gehaald zodat met gemakkelijker over de dansvloer kon schuifelen. Maar soms was de danspoeder op en dan moest de kastelein wel eens creatief zijn. Zoon Piet van Weersch heeft toen eens in plaats van dit poeder afwaspoeder gebruikt. In begin werkte dit prima maar naarmate de avond vorderde en er steeds meer bier gemorst werd op de dansvloer, werd het een schuimende en plakkerige brei. Achteraf niet zo’n succes.

Kermis was wel altijd een heel gezellige tijd. Er werd natuurlijk ook altijd vla gebakken met deze dagen. Men maakte zelf de deeg en de vruchten voor op de vla. Alles werd dan naar bakker Erven gebracht die ervoor zorgde dat er lekkere vlaaien werden gebakken en weer thuis werden bezorgd. De vla was voor eigen gebruik en werd in de kelder bewaard omdat deze lekker koel was.  Maar natuurlijk wisten ook de vaste klanten dat er gebakken was en dat er vla in de kelder stond. Als kwajongensstreek werd er dan vaak een vla of een stuk vla “gestolen” en gauw opgegeten.

Caféinterieur rond 1960

Soms waren ook kermisbezoekers met andere bedoelingen in het cafe. Ze waren op zoek naar ruzie en met wat drank op was dat niet moeilijk. Maar meestal bleef het bij wat dreigementen of getreiter. Soms liep het wel eens uit op een handgemeen of een knokpartij. Maar dat werd dan meestal buiten uitgevochten.
Sjang van Weersch beschikte voor de oorlog ook al over een muziekinstallatie. Een pick-up met platen en een radio die voor de muzikale stemming zorgde in het café.

In het huis hebben altijd meerdere gezinnen gewoond (na verbouwing op de 2e verdieping). Zo heeft er dochter Lies met haar man Lei Ackermans gewoond (getrouwd in 1934). En later ook dochter Tiny met Harry Frijns. (getrouwd in 1939)
Tussen het café en de buren (fam Salden) was maar een enkelsteens muurtje. Dat was zo gehorig dat je in het café het toenmalige dubbel mannenkwartet Inter Nos kon horen zingen als ze bij Salden aan het repeteren waren. Ook woordenwisselingen kon je letterlijk volgen. Zelfs de geuren van de buren wisten door de dunne muur hun weg in het cafe te vinden. Als ze bij Salden de soep aan het koken waren kon je dat in het cafe ruiken.
In 1947 sterft Rosa van Weersch. Een zware slag voor Sjang. Hij krijgt in 1948 longontsteking en herstelt hier helaas niet meer van en overlijdt een half jaar later dan zijn echtgenote.

De drankvergunning gaat over op het oudste kind, in dit geval Tiny Frijns-van Weersch. Zoon Piet wordt de nieuwe kastelein. Samen met zijn vrouw Greta Coumans uit Strucht wordt het café voortgezet en vergroot. Het bedrijf wordt verder uitgebreid tot een pension/hotel.

Bron bovenstaand artikel: Frans Vanmeulebrouk /John van Weersch in Periodiek Heemkundevereniging Schin op Geul, november 2010

Het café ging dus over naar zoon Piet van Weersch (1910 - 1983). Hij was eerst mijnwerker, net als zijn vader, maar in zijn vrije tijd ook kastelein. Hij trouwde Gretha Coemans. Beiden zaten in de Schutterij St. Mauritius van Strucht (een gehucht bij Schin op Geul). Ook de zoon van Theo Salden begon een hotel naast het Foto uit de jaren zestig.1953café Van Wersch aan het Kerkplein in Schin op Geul. Van Weersch zit nog steeds op nummer 9, Salden op nummer 7.
Piet was één van de twee die ooit twee keer achter elkaar koning van de schutterij werd. Net geen keizer dus. Zijn zoon Ger was ook lid, zelfs veertig jaar, van St. Mauritius. Piet trouwde Gretha Coumans. Hij echtpaar kreeg acht kinderen.  Hun oudste zoon Jan, uiteraard vernoemd naar opa van vaderskant, nam het café over. Zijn broer Ger nam het van hem over en uiteindelijk nam zijn zus Mieke het over. Ondertussen was het al een appartementenverhuur bedrijf geworden met nieuwbouw ernaast. Anno 2010, dus honderd jaar later heet het Appartementen -pension Schlenter -Van Weersch. Zie de foto links uit de jaren 60.

De tweede zoon van Piet, Fons getrouwd met Netty Leenders, begon ook een eigen appartementenbedrijf aan de Walem in Schin op Geul. Deze advertentie is uit 1977. In 2010 is het allang niet meer van hen. Er is nu een vakantiecentrum / bowlingcentum gevestigd.

Jan (Sjeng) van Weersch, de broer van Piet, dus ook een zoon van de Sjang van Weersch die hier helemaal bovenaan genoemd wordt, begon destijds, samen met zijn vrouw Marieke Savelsberg, ook een pension in Schin op Geul. Het pension stond eind jaren vijftig tot 1973 aan de Graafstraat 13 in Schin op Geul. Daarna is het verkocht.

Links: Pension J. van Weersch in Schin op Geul
 
 
 
 
 
 
 
 

Hotel Mimosa
De jongste zus van Piet en Sjeng: Mia begon in 1954 ook een pension, dat in 1959 een hotel werd. Echter, samen met haar man Ally Vliegen, begonnen zij het hotel in Valkenburg. Vandaag de dag (2010) wordt dit hotel Mimosa door twee van hun dochters geleid: Marlies en José. Deze twee bovenstaande foto's zijn van hun website gekopieerd. Opvallend is de bar. Vergelijk het maar eens met de foto van inrichting van de bar van haar ouders hierboven. In 2009 werd een van beide zussen: Marlies Vliegen negentig jaar. Zij is wellicht hiermee de oudste hotelonderneemster van Nederland.
 
 
Terug naar
Wetenswaardigheden
 naar 
Sjeng van Weersch
Naar het Pension Schlenter-Van Weersch