Wetenswaardigheid 33

In 1518 schreef paus Leo X een brief aan de voornaamste geestelijken in Dinant en in Leuven over jonker Daniel van Werst.

Omstreeks 1497 trouwde jonker Daniel van Werst met Catharina Vilters de Lobos. Zij was de weduwe van jonker Jan de Geloes waarbij zij twee zonen had: Jan en Steven de Geloes. Jonker Daniel werd hun stiefvader. Jan was ongehuwd maar zijn broer Stefan was inmiddels al twee jaar getrouwd. Toch kregen ze niets van de erfenis. Vandaar begonnen zij een proces tegen jonker Daniel die continu bleef weigeren zijn stiefkinderen het wettelijk deel te geven. Er bleef voor beide jongens blijkbaar niets anders over dan de paus om bemiddeling te vragen. Op 1 januari 1518 stuurde paus Leo de Tiende een brief naar hoge kerkelijke figuren waarin hij schreef dat beide partijen opgeroepen dienden te worden. De kerkelijke rechters moesten dan een oordeel vellen waarop geen beroep meer mogelijk was.

Vertaling van het pauselijke schrijven:

                            Ik, Leo, dienaar der dienaren Gods, aan mijn geliefde Filippus, proost van de heilige Maria (kerk) te Dinant
                            en aan de Deken van de H. Jacobus (kerk) van de stad Leuven, zijnde hulpbisschop van het diocees Luik
                            en aan de officiaal (= kerkelijke rechter) van Luik

                            Bij ons hebben zich beklaagd de eerzame heren Johannes en Stefanus Glois, beide broeders naar den bloede,
                            wonende in het diocees Luik. Zij zeggen dat Daniel van Werst, stiefvader van deze broers, en sommige andere
                            geestelijken en leken van het zelfde diocees, zeggen, dat zij bedrogen zijn. Deze leken zijn ook in wereldlijke zaken
                            onderworpen aan de jurisdictie van onze eerbiedwaardige broeder, de bisschop van Luik.

                            Zij hebben beweerd en beweren nog steeds, dat zij enige onroerende goederen, zich bevindende in het diocees
                            Luik, en roerende goederen, die volgens het vaderlijk erfrecht aan hen toekomen, plus nog andere dingen die
                            hun gezamenlijk eigendom zijn, nu in feitelijk bezit willen nemen. De aanklagers hebben tot nu toe beweerd en
                            blijven beweren dat hun in strijd met dit recht, belet wordt genoemde goederen te kunnen gebruiken, genieten
                            en er voordeel van te kunnen hebben, zoals zij bovendien in andere kwesties en zaken, welke de broeders
                            gemeenschappelijk toekomen, verhinderd worden ze in eigendom te nemen.

                            In een uitvoerig schrijven en wel omwille van een juiste beslissing voor de broeders, bevelen Wij dat iedere partij
                            opgeroepen dient te worden en nadat de voorstellen van beide zijden gehoord zijn, dat datgene beslist wordt wat
                            rechtvaardig is en wel zonder verder recht op beroep.

                            Indien iedereen doet, wat Gij (de rechtbank) besloten hebt, zal hieraan de hand gehouden moeten worden op
                            straffe van (onleesbaar). Indien echter de opgeroepen getuigen zich uit partijdigheid, haat of vrees ontrekken
                            aan hun oproep, dan zal op straffe van (onleesbaar) toch een gedwongen getuigenis van de Waarheid afgelegd
                            moeten worden. Indien niet alle betrokkenen kunnen meewerken aan Onze Beslissing, zullen toch (onleesbaar)
                            al Onze Beslissingen volledig uitgevoerd moeten worden.

                            Gegeven te Rome in het jaar Onzes Heren 1518 in het 6de jaar van Ons Pontificaat.

                                                                                                                                                    getekend Leo Decimus (Leo 10)
 

Daniel kon natuurlijk nou niets anders dan gehoorzamen aan wat de paus schreef en de kerkelijke rechters in diens opdracht zouden beslissen. Daniel besliste echter anders. Zeventien jaar bleven de kinderen en hij touwtrekken om de erfenis. Pas in 1535 sloten beide partijen vrede met elkaar.
Wat bleek: beide stiefzonen had hun stiefvader al eerder geld afhandig gemaakt. Ook uit de huwelijkse voorwaarden tussen Daniel en Catharina bleek dat Daniel gerechtigd was om de erfgoederen te gebruiken.

Daniel overleed in 1537, liet geen kinderen na die van hem officieel konden erven. Alleen een onecht kind: Hans van Crasborn. De grafsteen van Daniel zou vandaag de dag nog in de kerk van Warsage te zien zijn, ware het niet dat de originele vloer bedekt werd met een houten vloer. Hans zou niets erven omdat hij geen wettelijk kind van Daniel was. Daarom gaf Steven de Geloes hem een deel van zijn erfenis.

Maria van Elderen, de weduwe van jonker Daniel van Werst, hertrouwde op 65 jarige leeftijd in 1539 met jonker Steven de Geloes, toen 46 jaar. En overleed vervolgens een jaar later.
 

Terug naar
Wetenswaardigeheden
 naar Hans van Weerst- Crasborn