
Wahlwiller is een gehucht in Zuid Limburg. Hier staan diverse oude gebouwen.
Een van die gebouwen is de Ferme Lanterne dat aan de Oude Baan ligt, de
Romeinse hoofdweg van Maastricht naar Aken.
De vermelding van het goed Laterne is oud. In het Latijnsboek wordt
het in de 14 eeuw genoemd. In 1442 werd het goed in leen gegeven aan Jan
III van Cosselaer, Heer van Wittem. Een jaar later verkoopt Jan III van
Cosselaer de hoeve weer door aan de familie Van Pallant, de latere Heren
van Wittem die het in bezit houden tot 1608. In dat jaar verpandde Floris
II van Wittem de hof aan de drost van Wittem, Adolf van Belven. In de tweede
helft van de 18e eeuw pachtte Jan van Werst de hoeve waarmee het het stamhuis
werd van een deel de Heerlense Tak van de familie Van Wersch.
Van de oorspronkelijke hoeve is niets meer te zien, het huidige woonhuis
is nieuwbouw uit 1813. Dat jaartal blijkt uit de inscriptie in de steen
boven de ingang van het woonhuis. De rest van het complex is iets ouder
ondanks verbouwingen en restauraties uitgevoerd in de 18e eeuw. Een klein
deel van de hoeve stamt nog uit de 15e eeuw.
In 2005 had de Gemeente Gulpen totaal andere plannen met de hoeve Lanterne
getuige de 3D tekeningen die toen gemaakt waren voor een gedeeltelijke
verbouw/restauratie. De Gemeente had het plan opgevat om hier een centrum
te bouwen voor lichamelijke en geestelijke ontspaning. Het binnengedeelte
zou dan gesloopt worden en er zou een gebouw verrijzen met staal en ijzer
dat zogenaamd aansloot bij het oude gedeelte. Gelukkig gingen die plannen
niet door.
De architect Jeroen Paumen had daarvoor een eervolle Vermelding gekregen
voor zijn plannen met de Ferme Lanterne. Zie zijn website: http://www.theiris.nl/www2/pex4.html
De Heerlense Tak van Van Wersch
Voor de schepenbank van Mechelen pachtte Jan (VIIa) van Werst op 63
jarige leeftijd, als meestbiedende van vier gegadigden, op 20 november
1786 van rentmeester Joachim Isfordt een groot deel (24 ha) van de hof
Lanterne in Wahlwylre. Deze Isfordt was de rentmeester van de graaf van
Plettenberg, heer van Wittem die in 1722 de Heerlijkheid Wittem gekocht
had.
De pachtsom bedroeg 1530 Brabantse gulden en moest in twee termijnen
betaald worden. De ene helft in goud en de andere helft in zilveren munten.
De pachter moest de armen van Wahlwylre en Mechelen jaarlijks zes vaten
rogge geven, zelf het onderhoud aan gebouwen doen, strodaken en afrasteringen
van de hoeve bekostigen en de kost en inwoning van de werklieden betalen.
Volgens een oud gebruik diende hij ieder jaar twaalf fruitbomen te planten
en nieuwe weilanden aan te leggen. Langs de beken diende hij wilgen te
planten, grensstenen en de doorgaande wegen te onderhouden. Jan had zelf
ook eisen: zo moest de verhuurder de schuren opnieuw opbouwen en de daken
en vloeren te vernieuwen, hetgeen geschiedde.
Rentmeester Isfordt meldde op 9 december 1786 vervolgens bij de pachtgever
graaf Ferdinand van Plettenberg uit Westfalen, raadgever van de Duitse
keizer Karel VI, dat hij aannam "..dat zulks door Uwe Excellentie
kan worden goedgekeurd, wanneer men overweegt dat de toekomstige halfwinner
(= pachter die de helft van de opbrengsten moet afstaan) Jan van Werst,
vooreerst niet alleen een goede en rechtschapen persoon is, maar ook volgens
bijgaande verklaring, een voldoende waarborg stellen kan, welke waarborg
ik met schepen Schijns ook nader onderzocht en aannemelijk bevonden heb."
Enige jaren later bezit Jan van Werst, naast de uitgestrekte landerijen
en huizen, zes paarden, zestien koeien, 94 schapen en nogal wat varkens.
In 1787 betrok Jan het huis. Het jaar daarop stierf zijn vrouw Maria
Schroeders. In 1790 kwam hun zoon Jan Willem met zijn vrouw op de hoeve
wonen. De schuren werden pas in 1792 opnieuw opgebouwd.
Het leven op de boerderij was niet gemakkelijk. De runderpest was uitgebroken
en strenge winters deden de inkomsten slinken en de uitgave stijgen. Toch
kan Jan (VIIa) een behoorlijk testament maken, hoewel hij in 1801 verklaarde
de achterstallige pacht van 4931 francs niet op te kunnen brengen omdat
hij het geld niet had. Hij stierf in 1803.
Zijn zoon Jan Willem van Werst, gedoopt Wahlwylre 13 augustus 1758,
was ook landbouwer op de hoeve Lanterne. Hij woonde al meer dan twaalf
jaar met zijn gezin op de hoeve. Na de dood van hun vader waren de zussen
van Jan Willem (of liever hun echtgenoten) niet blij met de erfenis en
Jan Willem moest voor het gerecht komen. Uiteindelijk
besliste
de rechter dat hij zijn zussen meer geld moest geven dan dat hun vader
aan hen in het testament beslist had. Dat was zuur. Ook omdat er nog steeds
geen goede tijden waren aangebroken op de hoeve. In 1804 en 1805 moest
Jan Willem een deel van zijn landerijen verkopen en een deel van zijn veestapel.
Daarna kwam in 1817 een beslaglegging op zijn goederen in Nijswiller door
de familie van zijn vrouw Anna Maria van de Bennet. Ondertussen van de
achternaam al veranderd naar Van Wersch, Von Werst en Van Weers. Hoe het
een en ander verder gelopen is, is onbekend, maar Jan Willem stierf niet
op de Hoeve Lanterne. In 1817 woonde hij met zijn gezin in Nijswiller waar
hij in 1820 stierf. Of hij de nieuwbouw van het huis Lanterne in 1813 meegemaakt
heeft of niet is dus ook onbekend. Ter herinnering aan die bouw werd deze
steen boven de deur bevestigd. De eigenaar van de hoeve: Jozef Dewildt,
had de hoeve in 1808, na de Franse bezetting gekocht van het Rijk. Hij
had zijn geld tijdens die Franse overheersing meer dan ruim verdiend. Vandaar
dat hij een echte francofiel was. Dus de boerderij Lanterne kreeg de Franse
naam La Ferme Lanterne.
In de krant van 1817 werd bekend gemaakt dat er beslag op de landerijen
van Jan-Willem van Weers werd gelegd.
Hun oudste zoon Jan Sebastiaan was ten tijde van zijn huwelijk in 1820 knecht op de Hoeve Lanterne die zijn vader verlaten had. Blijkbaar was hij in dienst gegaan van de nieuwe pachter Jan Beckers. Een broer van Jan Sebastiaan, Jan Michiel van Wersch, werd ook op 24 juli 1796 op de hoeve Lanterne geboren. Toen bezat de hoeve 24 ha. In Nijswiller, waar hij met zijn ouders naar toe verhuisd was, was het ook geen vetpot. Enkele jaren voor de dood van zijn vader waren er alweer misoogsten. Jan Michiel vertrok daarom rond 1820 naar Aken. Waarschijnlijk had zijn vader de laatste jaren op de hoeve Lanterne een soort gasthuis voor koetsiers met hun paarden. Jan Michiel begon wellicht daarom in Aken een stalhouderij.
De naam Van Wers is dus ca 27 jaar verbonden geweest aan de Ferme Lanterne. In 1830 komt nogmaals de naam Van Wersch voor. De toenmalige pachter Peter Henssen kocht van Raymond Frans van Werst (geboren in 1781) uit Mechelen een stuk grond die hij in Wahlwiller had voor fl. 81,-. Raymond behoort tot de Wittemse Tak, waar bovengenoemde Jan en diens zoon Willem tot de Heerlense Tak behoren. Deze grond had Raymond in 1821 gekocht. Hun vader had een schuld achtergelaten, die onder andere op deze manier deels werd afgelost.
Sinds 2005 rust er geen boerderijbestemming meer op de Ferme Lanterne.
Dit rijksmonument werd in 2010 verbouwd tot een Bed en Breakfast onder
de naam Viva Lanterne. Ben je geinteresseerd in de bouwgeschiedenis
van de Ferme Lanterne? Koop dat het jaarboek nr 5 uit 2008 van de Heemkundige
kring Wahlwiller.
| Pachters van de hoeve Lanterne |
| 1654: Joachim van den Beuken
1660: Gerard Wertz 1680: zijn zoon Nicolaas Wertz 1733: Pascua Maurau 1735: De Honeux 1739: Laurens Bretzmoor 1781: Arnold Limpens 1786: Jan van Wers 1799: zijn zoon Jan van Wers 1809: Jan Zeevaert 1820: Johannes Beckers 1829: Peter Henssen 1869: zijn zoon Hubert Henssen 1884: Anna Maria Frijns-Ahn 1896: Johan van der Linden 1926: Peter Baenen 1938: Christiaan Vandenbooren 1958: Er waren geen pachters meer. Christiaan werd eigenaar van de Hoeve Lanterne. 1961: zijn zoon Jan Vandenbooren 1995: Rene Vandenbooren (neef) 2005: Antoon de Louw |
bronnen: Albert van Wersch: 800 Jaar Van Wersch, 1992,
Heemkunde Wahwiller, jaarboek 2, 2005
![]() |
|
Wetenswaardigheden |