Wetenswaardigheid 3
Document uit 1677

Bij de aftocht van de Fransen in 1677 uit Sittard werd er ook nog even langs Simpelveld gegaan om er te plunderen. Bij de weduwe van Jan van Werst kwamen zij ook plunderen. Nadien diende zij op 18 november 1677 een klacht in. Die luidde:

De Frauwe van Johan van Werss seigt dat die Rutters van Syttart haar hebben op den 18e november hebben drey Vasel Keutten (drie vaten bier) hebben mede wegh genomen, nocg die selve eenen schup Kessel (kaas?) wegh genomen, een Kuffere (koperen) sey (platte) schottel ende een Koekepan, een sesselen (een muntje), twe Kuffere lampen, eenen pungel (een rugzak) ende twe seck, nocg twee Bodde Schartzin, nocg omtrint drey pont Bottire (boter) ende ses Kiess (Kaas), nocg drey Broeder (broden), noch een neuwe Treckmutz (hoofddeksel van boerenvrouwen*) van vier schelling.
(bron: Rijksarchief Limburg nr. 3051 L.vO. stukken over 1672)

Wie nu met de vrouw van Johan van Werss bedoeld wordt is onzeker. Doordat zij Frauwe genoemd wordt, kan betekenen dat zij weduwe was. En dus de weduwe van Jan van Werss die in Simpelveld woonde. Er komen diverse Jannen hiervoor in aanmerking. Geen idee welke Jan bedoeld wordt,

* vandaag de dag heet een bepaalde zeeuwse kledingdracht kapje nog steeds: trekmuts


terug naar
wetenswaardigheden