Albert van Wersch (neef van mijn vader Albert van Wersch) werd in het Vlaamse Molenbeek op 19 juni 1915 geboren.
Op de website www.bamfbamrs.be/RAF/documents/BAHL27AWE01reduicedtagred.pdf
(BAHL = Belgian Aviation Heritage Library) staan een heleboel foto's die
Albert maakte of die van hem gemaakt werden. Hij had een grote collectie
foto's van vliegtuigen aan het eind van de dertiger jaren. Natuurlijk ook
foto's uit de oorlog en daarna.
Op deze website staat een korte persoonbeschrijving.
Albert van Wersch was 25 jaar toen de oorlog in 1940 begon. Vier jaar
eerder was hij in dienst van het Belgische leger gegaan. In 1937 volgde
hij de opleiding aan de militaire vliegschool en slaagde als piloot in
1938. Hij nam in mei 1940 deel aan de Achttiendaagse Veldtocht waarbij
meer dan 6000 Belgische militairen omkwamen. Albert vloog toen met zijn
co piloot Taton (hieronder in het artikel genoemd) boven de vijand maar
werd geraakt door vijandig vuur. Daardoor slechts op lage hoogte vliegend
en ca 18 km verwijderd van de basis, wist hij zijn beschadigd toestel toch
veilig neer te zetten.
Zijn squadron vertrok na de overgave naar Frankrijk, maar een half
jaar later gaf Frankrijk zich over en hun unit vertrok weer naar Belgie.
In 1942 ontvluchtte hij Belgie en vertrok weer naar Frankrijk waar
hij een twee maanden bleef totdat hij in oktober in Gibraltar aankwam.
Een paar weken later, november 1942, nam hij de boot naar Engeland waar
hij zich als piloot meldde. Na een training op de nieuwe toestellen was
zijn eerste missie, nu als sergeant van het 350 Belgische Squadron, in
juli 1943. Hij werd diverse malen bevorderd.
In maart 1945, na 130 missies, werd hij instructeur voor de Belgische
Training School in Engeland. In 1946 verliet hij de RAF en was tussen 1951
en 1976 piloot in de Belgische burgerluchtvaart (Sabena).
Albert overleed op 20 juni 1998.
Albert van Wersch ontving diverse onderscheidingen:
Ridder in de Leopoldsorde
Ridder in de Orde van de Kroon
Ridder in de Orde van Leopold II
Oorlogskruis met op het lint een bronzen Belgische leeuw met palm.
Croix des Evadés: Het Ontsnapten kruis, uitgereikt aan hen die
Belgie wisten te ontsnappen om daarna als soldaat voor Belgie te strijden.
De Herinneringsmedaille van de Oorlog 1940-1945 met twee gekruiste
sabels: uitgereikt aan iedereen die als militair in de Belgische strijd
vocht.
-------------------------------------------------------------
Verhaal uit het boek « Laatste escadrilles van 40 » van Jean Delaet
10 mei 1940
Opstijgen bij dageraad van op Goetsenhoven-Tienen van alle vliegtuigen
van het escadrille, richting Lonzée (bij Gembloers), reservevliegveld.
Albert van Wersch
vormt bemanning met adjudant-waarnemer Taton. Kort na hun vertrek wordt
Goetsenhoven gebombardeerd.
In Lonzée wordt de verdediging van het terrein precair verzekerd
door twee in de vliegtuigen opgestelde torenmachinegeweren. Gelukkig komen
twee C40 luchtafweerkanonnen deze verdediging versterken. Het ganse personeel
zorgt haastig voor installatie in de nieuwe legering,
In de loop van de namiddag vraagt de chef van de eenheid, luitenant
Vanhooreweder een piloot om de Fox-O-I 70 waarvan de motor in de vroege
morgen niet kon opgestart worden, in Goetsenhoven te gaan ophalen. Albert
biedt zich onmiddellijk aan en vertrekt met twee mekaniekers in een vrachtwagen
naar Goetsenhoven.
Het vliegveld ziet er erg bedroevend uit. De hangar van de school is
zwaar getroffen - Er zijn doden maar ook talrijke gekwetsten. Er hangt
een wrange brandgeur boven het vliegveld.
In de hoek, gevormd door een vleugel en de romp van de 0-170 ligt een
onontplofte bom, Heel voorzichtig gaat Van Wersch met de hulp van beide
mekaniekers het vliegtuig weghalen uit deze gevaarlijke situatie. De motor
wordt opgestart. Hij neemt plaats in de cockpit, rolt de Fox naar het veld
en stijgt op boven de sporen en tussen de door de bommen veroorzaakte kraters.
Hij vliegt heel laag en kijkt de hele tijd rondom zich uit om eventuele
vijandelijke vliegtuigen op te sporen. Zonder opgemerkt te worden geraakt
hij in Lonzée.
‘s Avonds ziet hij met Taton Franse gemotoriseerde kolonnes,
die in de richting van Namen rijden.
Links onder handtekening van Albert van Wersch
12 mei 1940
Vóór zonsopgang verplaatst het escadrille zich naar Fosses.
Het vliegtuig van Van Wersch wil maar niet opstarten, de batterij is ontladen.
Taton stelt vast dat het machinegeweer elke dienst weigert. Alle vliegtuigen
van het escadrille zijn aan de horizon verdwenen. De mekaniekers onderzoeken
het weerspannige toestel terwijl de bewapening van het torentje vervangen
wordt.
Duitse vliegtuigen vliegen boven de baan Namen-Brussel. Er vallen bommen
op een Franse colonne. Taton ziet 3 Dorniers Do17 vliegen in de richting
van het vliegveld. Hij roept : “Albert, maak u uit de voeten !”
Albert springt uit het vliegtuig terwijl de waarnemer plat op de grond
gaat liggen. Het is hoog tijd. De kogels fluiten rond hun oren. Gelukkig
geen bommen, alleen maar kogels. Albert komt terug, onderzoekt zijn Fairey
Fox. Geen gaatje te zien. Het werk aan de motor wordt hervat. Het achterste
machinegeweer is amper vervangen of de motor draait reeds en het laatste
vliegtuig van het 7de escadrille vervoegt Fosses.
13 mei 1940
‘s Nachts komt het bevel om zich naar het vliegveld van Piéton
te begeven. De toestellen stijgen op om 04.00 uur. De eerste opdracht is
toevertrouwd aan de bemanning : sergeant Van Wersch adjudant kandidaat-onderluitenant
(res) Taton.
Het gaat om een onmiddellijk uit te voeren verkenningsvlucht. De Fox
Hispano 0-169 zal optreden ten bate van de forten van de ring van Namen
in de sector Namen-Wierde-Maizeret-Marche-les-Dames
Men moet speuren naar mogelijke aanwezigheid van Duitse tanks die in
de sector en vooral op de baan Namen-Marche zouden rondrijden.
Opstijging om 08.00 u. Wanneer de bemanning bij het vliegtuig aankomt,
kondigt een Ttr (militair van de transmissietroepen) aan, dat de radiopost
defect is. -“Dat is dan pech” zegt Albert, “We vertrekken. We zullen met
de grond in verbinding blijven via afgeworpen berichten”. De bemanning
klimt aan boord en kijkt de boordbewapening na. De motor springt plots
aan. Alles is gereed.
Het vliegtuig stijgt op. Het maakt een rondje en zet koers naar Namen.
Een scheervlucht zoals gewoonlijk om beschermd te zijn tegen beschieting
vanaf de grond. Een bord van de commandopost waarvoor de 0-169 optreedt,
moet zich bij wegpaal 3 van de baan Namen-Eghezée bevinden. Van
Wersch gaat een beetje hoger vliegen om zijn waarnemer toe te laten, het
bord gemakkelijker te ontdekken.
Bij aankomst van het vliegtuig zoeken talrijke Belgische soldaten,
die zich langs de weg uitrusten, dekking in de grachten. Niettegenstaande
drie bochten boven de B.3 komt er geen bord in zicht. Men moet de PC. nochtans
verwittigen, dat het ter beschikking gestelde verkenningsvliegtuig in aantocht
is. Taton werpt een boodschap uit boven de B. 3. De boodschap verzoekt
de troepen, deze brief onmiddellijk naar de commandopost te brengen. De
doos met een lang rood lint daalt, raakt de grond, botst omhoog, rolt en
blijft dan stil liggen. Geen enkel soldaat beweegt. Het toestel vlïegt
scherpe bochten boven de plaats waar de doos neergekomen is. De P.C. moet
op de hoogte gebracht worden van het werk dat hij voor hen uitvoert. Honderden
ogen zijn gericht op het vliegtuig. De nationale driekleur zou toch een
reactie moeten teweegbrengen. Het vliegtuig komt dichter bij de grond.
Dit is een van die uiterste spanningmomenten voor de bemanning. Albert
geeft korte stoten gas , het lijkt wel een gebrul van woede. Taton staat
recht op in de cabine en maakt gebaren, die hij geruststellend acht. Eindelijk..
.staan enkele soldaten op en lopen in draf naar de gelande boodschap. Ze
rapen de ronde doos op. Het vliegtuig draait verder enkele rondjes. De
bemanning wil er zeker van zijn, dat de boodschap haar bestemming bereikt
heeft. De soldaten lopen vlug naar een huis toe. Een enkele gaat er binnen,
de drager van de boodschap. Alles is in orde. De bemanning is opgelucht.
De 0-169 vliegt zijn sector binnen. Boven de Maas worden de machinegeweren
uitgetest. Ze werken normaal. Vanaf dat ogenblik gaat het vliegtuig in
zigzag vliegen om eventueel grondvuur te ontwijken. Het is een brutale
vlucht. Een eerste rondvlucht gaat boven de sector zonder dat de bemanning
een enkele Duitser ontdekt. Er zijn ook geen Belgische soldaten achter
de antitankhindernissen, evenmin als burgers. Enkele boeren in hemdsmouwen
staan onbeweeglijk stil op hun velden.
Het vliegtuig draait voor de rotsen van Marche-les-Dames. Piloot en
waarnemer denken samen een ogenblik aan de grote Koning die hier omkwam.
Ook hier geen teken van de vijand. Albert draait zich om en wijst in zuidoostelijke
richting. Taton is akkoord. De 0-169 neemt koers op Natoye. De streek is
kalm. Boven Lez-Fontaines draait Van Wersch zich om naar Taton en doet
een teken “wat nu?” De opdracht is vervuld en goed vervuld. Nog eens vrijwillig
een dubbele toer boven de ganse sector en de bemanning besluit naar de
basis terug te keren.
Plots lijkt de lucht helderder. De bemanning denkt al aan haar terugkeer
in het escadrille, bij de makkers. Albert maakt een verticale bocht als
plots een hevige schok het vliegtuig dooreenschudt. De piloot buigt naar
voor alsof hij in de buik getroffen was. Een dikke witte wolk komt uit
de bovenkant van de vleugel, rechts naast de stuurhut. Albert is ongedeerd,
hij draait zich vlug om, Taton is niet gekwetst. Is er brand aan boord?
Geen mogelijke landingsplaats in zicht. Niettegenstaande totale opening
van de radiatorkleppen stijgt de watertemperatuur vlug. De naald staat
vast op het maximum. Ook de olietemperatuur stijgt.
Dat aIles gebeurt in enkele seconden. Op de baan is een tiental Duitsers
uit de loopgrachten gekropen, ze bekijken het vliegtuig. ze rekenen erop
dat het zal neerstorten. Verminking misschien, gevangenschap zeker. Albert
wil er niet aan denken. Hij is wel zeker van de “handtekening” die hij
op de baan gaat achterlaten. Hij neemt hoogte, draait kort en met ontketende
machinegeweren duikt hij op de Duitsers. Hij veegt de baan schoon, netjes.
De Duitsers springen in de gracht, achter de bomen. De 0-169 gaat in een
stijgende bocht en Taton schiet verder met de torenmitrailleuse, hij zoekt
in de grachten en schraapt het schors van de bomen. Het vliegtuig zet dan
koers naar Namen. De verdoemde rook blijft verder opstijgen uit het bovenvlak
van de vleugel Het geronk van de motor is niet meer normaal. Van Wersch
neemt hoogte. Misschien moet er met valscherm gesprongen worden of een
gewaagde noodlanding geriskeerd worden. Het besef van duidelijk en nabij
gevaar houdt de spanning hoog : “de brand”.
Hier komt Belgrade, dichtbij Namen, Er is daar een terrein dat als vliegveld
zou kunnen gebruikt worden maar dit terrein vol loopgrachten is nu onbruikbaar
voor een vliegtuig. Tenslotte, een ander terrein. Uitgestrekte vinger gericht
op een piepklein veldje
De motor kucht, stottert. Albert daalt glijdend, komt dichter bij de
grond, trekt op .. de motor slaat bruusk af, hij zet het toestel neer.
Het is 09.00 u.
De vliegers onderzoeken hun toestel. De buizen zijn afgerukt, de schroef
is doorzeefd met scherven. Talrijke kogelsporen zijn zichtbaar in de vleugel
en in de cabine. Alleen de bewapening en de boordapparatuur zullen nog
kunnen gebruikt worden... Na eindeloos lange discussies, rappels, zenuwslopende
wachttijden slagen de vliegers erin, verbinding te krijgen met de citadel
van Namen en de ingewonnen inlichtingen door te spelen.
Het is 23.30 u als de bemanning van de 0-169 weer in het escadrille
aankomt.
Deze opdracht heeft aanleiding gegeven tot volgende eervolle vermelding
in het notaboek van vlieger Albert van Wersch:
“Op 13/5/1940. Toestel F Fox VI N° 169. Waarnemer Adj. Taton
In de loop van een opdracht voor het opzoeken van inlichtingen in de
vijandelijke lijnen werd het toestel getroffen door een obus van klein
kaliber aan de water- en olieradiators. Hoewel hij zich op lage hoogte
en op 18 km van de bevriende lijnen bevond is de piloot erin geslaagd het
vliegtuig terug te brengen en in goede condities een noodlanding te maken.”
Getekend: Luitenant- vlieger Vanhooreweder
Bevelhebber van het 7/ IV/ 1Aé
![]() |
![]() |
![]() |
|
|
Albert van Wersch |
Albert |