Als zoon van de burgemeester van Simpelveld werd Peter Joseph in 1810 letterlijk door het lot aangewezen om als soldaat dienst te doen in het leger van Napoleon. In het begin van dat jaar trok hij met andere lotgenoten naar de Franse garnizoenplaats Maubeuge om het soldatenleven te beginnen. Korte tijd daarna schreef hij een brief, in het Limburgs-Duits, naar huis waarin hij schreef dat zij binnenkort naar Spanje zouden trekken.
Jetzt machen jch den schluss mit den tausent faltigen grus an euch mein vatter bruder und schwesters freunden en verwanten en bekanten nun lebet wohl en bleijb gesunt bis das wir ons weder sehen is het dan in das zeitlich nicht dan is het in das ewigen.
In mei/juni 1810 komen zij in Bayonne aan (iets boven de grens van Spanje, bij Biarritz) en Peter heeft tijd om weer eens naar huis te schrijven (4 juni). Hij schrijft ondermeer dat hij het goed heeft:
Wir haben het pont brod 8 sou bezalt aber wir haben alle dagen 32 sous en een halfen getrocken en ein pont brot en ein half. Wir konnen ganz wol leben. Der win (= wijn) mussen wir 5 sou bezalen. Hier trinken wir win als zu haus bir. Jch bin ganz content.
Hij
wordt ingedeeld bij het eerste regiment van de "chasseurs à cheval".
een onderdeel van de lichte cavalerie en krijgt een groen uniform. In 1812
komt het bevel om met het grote leger naar Rusland te trekken. Op 9 mei
1812 begint de tocht en op 14 september staan zij voor Moskou. Pieter is
22 jaar oud. Echter Napoleon wordt gedwongen de aftocht te blazen en in
oktober komt het leger in de verschrikkelijke Russische winter terecht.
Deze terugtocht is een van de vreselijkste episoden uit de krijgsgeschiedenis.
Duizenden en duizenden soldaten sterven van honger en kou of sneuvelen
in de achterhoede gevechten tegen de achtervolgende Russen. Peter overleeft
het echter met een stel vrienden en komt veilig weer in Maubeuge aan.
In het blad Ons Erfgoed van maart/april 2002 staat de volgende regel: "In Franse militaire hospitalen zijn minstens 4500 Nederlandse militairen overleden en van de 15.000 Nederlanders die deelnamen aan de veldtocht naar Rusland in 1812, kwamen er nauwelijks 500 terug."
Een jaar later, op 18 september 1813, schrijft hij zijn familie ondermeer:
Jch Schreiben euch das jch noch frisch und gesont seijn (...) aber jch Kan noch nichs wissen wie es gehet jch mus noch eine monat warte dan werde jch wohl wissen of es goet gehet oder Schlegt. jch Kan euch noch nichs darvon Schreiben, nichs mehr als das jch noch Keine Kleijder hap als diejeningen wo jch mitt bin aus rusland gekomen.
Vervolgens vraagt hij zijn vader of hij hem geld wil sturen.
Enige maanden nadat deze brief is verzonden, wordt hij uit militaire
dienst ontslagen. Gelukkig maar, want het 1e Regiment werd in 1814 weer
ingezet om Maubeuge te verdedigen, de stad die hij vlak ervoor mocht verlaten.
Peter heeft als soldaat zijn plicht goed vervuld en als bewijs daarvoor
ontvangt hij op 21 november 1813, een getuigschrift.
Enkele regels:
...que le nommé Vanwersch Pierre Jean, Chasseur au dit Régiment, s'est toujours bien distingué tant par sa Bravoure que par sa Conduite morale qui lui a valu l'estime de ses Chefs et l'Amité de des camarades.
Peter ging naar huis en komt daar enige weken later aan. Hij is pas
23 jaar.De schrijver van dit verhaal (M.L.H. van Wersch) heeft ooit
van zijn vader gehoord dat van het regiment van Peter slechts elf man het
slagveld (slachtveld) zouden hebben overleefd.
Peter begint een normaal leven en om een of andere reden heeft hij
enkele jaren later, een bewijs van goed gedrag nodig. Op 23 december 1818
schreef burgemeester Brand van Simpelveld (opvolger van Peters vader) ondermeer
het volgende over Peter:
....que le dit Sieur Von Wersch Pierre Joseph s’est comporté en honnete homme pendant le temps, qu’il a demeuré dans notre commune, et qu’il y a tenu une conduite irréprochable (onberispelijk gedrag)
Peter trouwde in 1822 met Maria Corneli en zij kregen drie kinderen waarvan er een op vierjarige leeftijd overleed. Het huwelijk duurde kort omdat Maria zeven jaar later overleed. Op haar bidprentje stond: "die er aber zu seinem grössten Schmerz bereits durch den Tot verlor.
Zelf
overleed Pieter op zijn 71ste. Het bidprentje vermeldde dat Peter Joseph
met het leger van Napoleon I meetrok. Een deel uit de tekst:
...starb frühzeitig mit den h. Sterbesakramenten versehen, sanft und gottergeben, an wiederholtem Schlage, zu Nulland, unter Kirchrath, den 2. Januar 1862, gegen Mittag, unter dem Gebete seiner lieben Angehörigen. (...) Ja, die Furcht des Herrn begleitete ihn auf allen seinen Wegen, selbst bis in die stürmischen, gefahrvollen Kriegsfelder unter Napoleon I.
De kepi en sabel van deze terugkerende soldaat van de slagvelden van
Rusland bevinden zich in familiebezit. In 1858 hebben de nog levende 83
Limburgse soldaten die deelgenomen hadden aan de veldtocht, van Napoleon
III de St. Helena’s orde gekregen: De Kommissaris des Konings in ons
hertogdom heeft wederom de St. Helena-medaile ontvangen voord oud-militairen
wier naam hier vermeld wordt: (zie krantenartikel)
Bron: Stukken uit Het land van Herle, deel 3, 1953, geschreven
door L. van Wersch en
Op zoek naar de voorvaderen, geschreven door M.L.H. van
Wersch, 1987
Krantenartikel: 8 mei 1858
![]() |
|
index |