
Guus van Wersch (1905 – 1995) was de eerste zoon van Ferdinand van Wersch uit Heerlen. Ferdinand kwam uit een familie waarin verf een grote rol speelde en daarna ook nog een grote rol zou gaan spelen. De ouders van Ferdinand kregen elf kinderen waaronder vier zonen die de verf ingingen.
1: De oudste was Hubert Pieter August (Guus) die in het begin van de 20ste eeuw een schildersbedrijf had. Zijn zoon Hubert Jozef zette de zaak voort. Diens zoon Wim stopte in 2010 met de verf/behangzaak op de Bongerd in Heerlen.
2: Vervolgens kwam Hubert Jozef
Edmond (Edmond) met ook een schildersbedrijf. Een van zijn achterkleinkinderen
(Paul)
heeft een schildersbedrijf en een kleinzoon (Alfons) heeft in Heerlen de
kunsthandel.
3: Frans Hubert (Frans) (1871 – 1944), de derde zoon, kreeg van een Franse verffabriek de Nederlandse vertegenwoordiging in handen. Die verffabriek heette Les Fils Lévy Finger. Hij richtte omstreeks 1894 in Amsterdam, op de Duivendrechtsekade een verffabriek op. De fabriek werd later overgenomen door een neef van hem: Guus van Wersch, zoon van Ferdinand van Wersch.
4: Hubert Ferdinand (Ferdinand) had in Heerlen ook een groot schildersbedrijf met zo’n vijftig tot honderd man personeel. Hij was hèt schildersbedrijf voor de Staatsmijnen. Ferdinand kreeg enkele zonen waarvan er twee verder gingen in de verf: de eerder genoemde Guus en zijn broer Albert. Albert werd in 1946 directeur van Varossieau, ontwikkelde het merk Histor en bouwde mee aan Sigma Coatings.
In
de jaren twintig van de vorige eeuw was er een grote economische crisis.
Guus
kon niet aan het werk komen, ondanks dat hij al wat voor zijn vader deed
natuurlijk. Op een dag werd hij door familie van zijn oom Frans gevraagd
om naar Brussel te komen en mee te werken in de productie van Les Fils
Lévy Finger. Hij viel daar op door zijn inzet en kennis, naast een
behoorlijk zakelijk instinct. Daarom werd hij, na een débacle in
de Amsterdamse fabriek van dit bedrijf, gevraagd om naar Amsterdam te gaan
om daar als plaatsvervangend directeur de touwtjes in handen te nemen en
de boel te reorganiseren. Guus was zo’n 23 - 25 jaar oud. Op zijn 26ste,
in 1931, trouwde hij met Francoise (Zus) Martinot uit Dordrecht.
Ze zeggen wel eens van een huwelijk komt een huwelijk. Dat was bij hem zeker het geval want jaren later schreef Guus in een brief over zijn vriend Paul van Geffen: We gingen toch bijna iedere dag met elkaar om, en min of meer door hem heb ik mijn eigen vrouwtje getrouwd, die ik voor 't eerst zag bij aankomst van de bruidsstoet bij hotel Clooten waar ik met Marianne van Oom Edmond stond te kijken, want die dag trouwde Mia van Geffen met een broer van Zuske, broer Francois, van haar. En laat ik nu net op die dag uit Amsterdam thuis (in Heerlen: webmaster) op bezoek geweest zijn ! Het leven gaat toch zoals het gaan moet en we hebben beiden nog steeds geen spijt van ons huwelijk!.
Aan
de fabriek viel echter niets meer te redden en in 1932 werd die opgeheven.
Een groot financieel probleem voor hem want hij was het jaar daarvoor getrouwd
en zijn dochter Riet was net geboren. De wereldwijde economische vooruitzichten
waren niet goed.Guus ging vervolgens praten met de Brusselse directie en
zij kwamen overeen dat Guus de Amsterdamse verffabriek op 1 januari 1934
kocht. Hij was 28 jaar oud. Er werden goede afspraken met Frankrijk en
Belgíë gemaakt want de eerste jaren kreeg Guus gewoon de producten
vanuit Brussel aangeleverd.
Bij de mobilisatie van 1939 werd Guus geroepen om in dienst te gaan en Albert zette het bedrijf door. Deze kennis, en zijn zakelijk instinct, zorgden ervoor dat hij in 1946 voor Varossieau werd gevraagd.
In de oorlogsjaren werd het moeilijk voor het gezin van Guus en Zus,
zijn vrouw. Het telde inmiddels drie kinderen (Riet, Agnes en Ferdinand).
De productie lag stil, voorraden
en
grondstoffen werden door de Duitsers ingepikt en afgevoerd. Na de oorlog
maakte het bedrijf een doorstart. Albert, de broer van Guus, had in die
oorlogsjaren als volontair bij zijn broer gewerkt en deed op die manier
kennis op van verfmaken. Hij richtte er een laboratorium in en ontwikkelde
emulsie verven. De fabriek in Amsterdam telde nu 12 werknemers en importeerde
nog steeds vanuit de Belgische productie verf die Guus pas nadat die partij
verkocht was, betaalde. Ondertussen veranderde Guus de naam van zijn fabriek
naar Neverlak: Nederlandsche Verf en Lakfabriek. In 1949 werd de Electrische
Verffabriek Guldolin uit Den Helder overgenomen. In de vijftiger jaren
vroeg Guus aan zijn schoonzoon Jan Moonen, getrouwd met zijn dochter Agnes,
hem te komen helpen en enkele jaren later, in 1963, kwam ook Ferdinand,
de zoon van Guus, erbij. In 1965 waren er zo’n veertig man in dienst. Een
van de grotere merken die zij voerden was Caparol dat vooral door de voorloper
van de NOS, de NTS (Nederlandse Televisie Stichting) als decoratieverf
werd gebruikt.
In 1974 schreef Guus in een brief: Ik werk nog steeds 3 dagen per week, maar over een paar maanden word ik 69! Zo langzaam aan zal ik het nog wat kalmer moeten gaan doen. Guus ging door met Neverlak tot zijn 73ste en verkocht in 1978 Neverlak aan vier mensen uit het bedrijf. Nog steeds bestaat Neverlak BV aan de Duivendrechtsekade en de directie wordt gevoerd door twee van die vier mensen: De heren De Kuijper en Radier.
In 1998 openden zij in Temse, in België, Techni Quartz waar een
deel van de producten vervaardigd worden. Een mooie parallel. Oorspronkelijk
kwam de productie vanuit België naar Amsterdam en bijna honderd jaar
later ging de productie weer terug naar Begië. Nu nog zit Neverlak
BV voor een groot deel in de reclamewereld, standbouw en filmindustrie
met hun producten Frescolithe en Lithox (de nieuwe naam voor Caparol).
In 1999 richtte Neverlak in Duitsland Frescopaint op en in 2002 werd een
dochter opgericht in Maleisië. De toekomst ziet er kleurrijk uit.
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
|
|
|
|
|
|