
Mijn opa Ferdinand stierf op 4 november 1955, 79 jaar oud. De begrafenis
was op 7 november 1955. Hij heeft voor Heerlen heel wat betekend. Zelfs
zoveel dat Het Limburgs Dagblad op 5 november 1955, een dag na zijn overlijden
schreef:
![]() Ferd.
H. van Wersch, 79 jaar oud, overleden
Een alom bekend Heerlenaar ging heen. Heerlen, 4 November (Eig. red.) Op 79-jarige leeftijd overleed Vrijdagmorgen in het St.Joseph-Ziekenhuis te Heerlen de heer Ferd. H. van Wersch, een Heerlenaar die zich bijzonder grote verdiensten voor zijn stad verwierf en een arbeidszaam leven leidde als weinig anderen. Hij was de laatste van de vijf broers van Wersch, van wie het geboortehuis
in de Emmastraat staat. Het geslacht van Wersch stamt uit de jaren omstreeks
1660 van de grote boerderij "La
ferme lanterne" te Wahlwiller. De grootvader van de thans overledene
trok vandaar naar Aken waar hij een koetsiersbedrijf begon. Zijn vader
G.W. van Wersch (moet zijn J.W. van Wersch, 352,XX, webmaster) kwam
van Aken naar Heerlen, trouwde hier en vestigde in 1859 het bekende schildersbedrijf
in de Emmastraat dat over vier jaar dus honderd jaar zal bestaan. Ferdinand
werd hier op 26 Juli 1876 geboren. Hij studeerde enige jaren voor onderwijzer
en nam daarna als echte paardenliefhebber vrijwillig dienst bij de huzaren.
Na de dienst ging hij in 1898 naar de schildersschool te Rotterdam om zich
met een eigen zaak in de Klompstraat te Heerlen te vestigen. In 1904 trouwde
hij met Maria H. Lintjens, een afstammeling van burgemeester Lintjens die
van 1820 tot '43 burgervader van Heerlen is geweest.
Wat deze echte Heerlenaar voor zijn stad, en het algemeen belang heeft
gedaan, daarover zou 'n boek zijn te schrijven. Vooral ook het verenigingsleven
trok hem aan. Zo was hij o.m. jarenlang voorzitter van de R.K. middenstandsvereniging
en van de R.K. schilderspatroonsbond. Hij organiseerde middenstandstenstoonstellingen,
gymnastiekfeesten, wielerfeesten (Hij was eerste voorzitter van het
bestuur van een nieuw comité om een groot wielersport gebeuren in
Heerlen te organiseren. Het werd de Duivelsrit in de mijnstad genoemd.
Hij was ook eerste voorzitter in de commissie van financien en lid van
de werkgroep Terrein- en Verkeerscommissie. noot webmaster), schuttersfeesten,
priesterfeesten, enz.
Stoere commandant
|
Het Limburgsch Dagblad van 8 november 1955, een dag na zijn begrafenis:
Uitvaart
en begrafenis Ferd. H. van Wersch
Onder zeer grote deelnemende belangstelling werd Maandagmorgen ’t stoffelijk overschot van de heer Ferd H. van Wersch ter aarde besteld. Bij het St. Joseph-ziekenhuis waar hij was overleden, vormde zich de grote stoet met voorop een groep van de Heerlense brandweer onder leiding van de plv. commandant, de heer Kouwenberg en de Heerlense schutterij “St. Sebastianus”. Deze vormden ook de erehaag aan de ingang van de St. Pancratiuskerk waar de plechtige Uitvaartdienst werd opgedragen door kapelaan van Eyseren met assistentie. Een neef van de overledenen de W.E. heer van Wersch uit Amsterdam las aan een zijaltaar een H. Mis. De kerk was tot in de hoeken met gelovigen gevuld. Ook burgemeester van Grunsven nam deel aan de offergang. Vertegenwoordigers waren er verder van de kon. Harmonie “St. Caecilia”, de Middenstandsver. de Limb. Dialectenver. “Veldeke”. Onder de honderden die de overledenen de laatste eer bewezen bevonden zich voorts de gemeenteontvanger dhr. J. Beckers, de chef van de afd. Bevolking, dhr . Th. Janssen, raadsleden en oud-raadsleden, oud-wethouder de Vries, vele oud-Heerlenaren, tevens goede vrienden van de overledenen. Op het kerkhof, waar de bijzetting in het familiegraf plaats vond, werd de absoute verricht door kapelaan Bonnemayers. Hier vormden brandweer en schutterij weer een erewacht bij het graf, dat met eens chat van bloemen en kransen, w.o. een van de Brandweer, werd bedekt. De oudste zoon van de overledenen, die in Amsterdam woont, sprak namens de familie een hartelijk woord van dank tot allen voor de betoonde deelname. Met name dankte hij de brandweer en de schutterij en de vele oud-Heerlenaren,. Die zijn vader de laatste eer hadden willen bewijzen. |
De Nieuwe Limburger schreef op 8 november 1955
| Ferd. H. van Wersch ten grave gedragen
Onder grote belangstelling en met treffende medeleven heeft Heerlen
Maandagmorgen afscheid genomen van de heer Ferdinand Hubert van Wersch,
oud-commandant van de vrijwillige brandweer, die Vrijdag na een korte ziekte
in de leeftijd van 79 jaren te Heerlen overleed. Een lange begrafenisstoet
trok tegen half tien vanuit het ziekenhuis naar de St. Pancratiuskerk,
waar kapelaan
|
Limburgsch Dagblad 5 november 1955
Tot zover de kranten over Ferdinand van Wersch bij zijn dood. Hij werd
geboren op woensdag 26 juli 1876 in de Emmastraat 8 in Heerlen. Toen heette
die straat de Dorpsstraat. Zijn naam dankt hij aan zijn peetoom Ferdinand
van Oppen die naast de familie Van Wersch woonde en die, via de familie
Penners, familie van zijn vader Jan Willem Anton van Wersch, was. Van de
familie Van Oppen kocht Jan Willem Anton het huis Emmastraat 8 en begon
er een schildersbedrijf in. Rond 1960 werd dit huis afgebroken in het kader
van stadsvernieuwing.
Ferdinands vader stierf toen hij dertien was en zijn moeder toen hij
zeventien was, waardoor hij een wees werd. Gelukkig had hij oudere broers
die hem opvoedden. Op zijn negentiende werd hij huzaar in 's-Hertogenbosch
en in 1896 ging hij naar de schildersschool in Rotterdam waar hij op kamers
zat. In dat pension waren enkele meisjes die van beroep "kunstrijders"
te paard waren en in het circus optraden. Ferdinand wilde indruk maken
en sloot een weddenschap met hen af: hij kon dat vak net zo goed als de
meisjes. En om dat te bewijzen trad hij enkele avonden op in het circus
als "kunstrijders"of "schoolrijder" te paard.
In 1898 ondernam hij een grote reis. Zijn twee jaar oudere zusje Jeanette
was inmiddels getrouwd met Alphons Eyssen. Deze man was uitvinder van elektrische
apparaten en reisde zijn met zijn vrouw door de wereld om die apparaten
te verkopen. Zodoende kwamen zij ook in Moskou terecht. In 1898! Daar kreeg
zij vreselijke heimwee naar Heerlen en schreef haar broer Ferdinand of
hij haar kwam halen. En hij reisde naar Moskou af.
Terug
in Heerlen begon hij een schildersbedrijf. Eerst in de Klompstraat en later
in de Stationsstraat. Heerlen was juist in die tijd aan het groeien, mede
door de komst van de trein in 1896 en de opkomst van de mijnbouw, Dat betekende
vele nieuwe huizen en fabrieken. Ferdinand sloot een contract met de mijndirecteuren
en de zaak breidde stevig uit.
In 1904 trouwde hij met Maria Hubertina Lintjens. Hij was 28, zij 21.
Hun pasfoto's staan op de Heerlense Tak bij hun namen. In 1917 kreeg H.F.
van Wersch te Heerlen, in verband met de Eerste Wereldoorlog, een vergunning
van de Inspecteur der Directe belastingen Invoerrechten en Accijnzen tot
het vervoeren van oliën, verfstoffen en behangselpapieren, benoodigd
voor het uitoefenen van zijn bedrijf, van behangen en schilder, naar zijne
werken te Brunssum, Hoensbroek, Heerlen, Schaesberg, Kerkrade en Eijgelshoven
langs gewone wegen. Deze vergunning is enkel maar van kracht voor vervoer
tusschen zonsop- en ondergang; daarvan mag alleen gebruik gemaakt worden
door den houder, door leden van zijn gezin of door personen in zijnen dienst.
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
Ferdinand werd langzaamaan een van de grote organisatoren van dorpsfeesten. Hij zat in allerlei besturen, werd lid van de vrijwillige brandweer en gaf het sociale leven van Heerlen dat wat het nodig had, getuige de krantenberichten hierboven en hier na volgend. Zo was hij in 1933 lid van de kas controle commissie van de Roomsche Reisvereeniging. Tot aan zijn dood was hij lid van de Bouwvereeniging Ons Thuis in Heerlen.
De vrijwillige brandweer had ook een grote plek ingenomen in zijn hart.
Op 8 april 1908 werd die opgericht. De voorzitter was de heer Schmitz,
een zeer markante figuur met een grote grijze baard. De tweede voorzitter
was, volgens de geschriften Willem van Wersch, volgens anderen Edmond van
Wersch. En als één van de twintig leden was Ferd van Wersch.
Alle drie waren het broers. Later zou Ferd als luitenant het commandantschap
op zich nemen, zoals hieronder uitgebreid verteld wordt.
Op 31 augustus 1919 nam de brandweer ook deel aan het koninginne-feest.
Op bijgaande foto staat boven op de wagen, in het wit staat Jetteke van
Wersch, dochter van Ferd van Wersch, die een jaar later, op 11jarige leeftijd,
zou verongelukken. Op de bok van de wagen zit in het midden de voorzitter
van de vrijwillige brandweer de heer Schmitz. Links naast hem zit Ferd
van Wersch. De stoet rijdt net het Emmaplein in Heerlen op. Rechts de winkel
Amsterdamsche
Boterhandel. Links ervan een winkel met Drogerijen. En rechts
ernaast een modezaak. Links op de foto de Comestibles hoekwinkel
van de Fa. M.H. Krekelberg.
Enkele jaren later zou daar een café
in komen.
In 1921 mede organiseerde hij twee belangrijke feesten. In mei 1921
was Ferd penningmeester van de 19e Limburgschen Katholiekendag. De
ander wasin augustus 1921 de Middenstandstentoonstelling. Om
dat feest te promoten verscheen er een speciale editie, een zogenaamd Tentoonstellingsnummer
van het "Limburgsch Dagblad" (zaterdag 13 augustus 1921). Zijn broer Edmond
had daar een stand vanwege zijn kunsthandel. Ferd had als voorzitter
van het comité het voorwoord geschreven:
| Geachte Lezer.
Rust een wijle!
Toen 'n schilderachtige landelijke omgeving: hier
en daar een minder aangelegd dan wel vanzelf onstaanen Kerkgraaf of Bongerd
poel of Gats, nu rechtlijnige breede winkelstraten met dreunende vrachtwagen,
razende autobussen en zoemende auto's, in vluggen zig-zag wirwarrend naar
een bijkans niet te gissen doel.
Toen als éénig hotel het toch ook reeds vermaarde
hotel Cloot, dat nog in exploitatie is, thans restaurants en eerlang een
schouwburg van den eersten rang en een gerestaureerd Aambosch; teveel wellicht
naar oud-Limburgsche zede. Aambosch en Saroleastraat! Twee namen die herinneringen,
gepaard aan weemoed wellicht wekken in het warmvoelende hart van den rechtgeaarden
Limburger: aan den onvergetelijke Sarolea.
En ook thans nog, zelfs in dezen kritieken tijd, als elders verslapping dreigt en verwarring. verheugt Heerlen zich in een weliswaar getemperden maar toch gestagen groei. Het verheugt zich in een welvarenden arbeidersstand,
een uit zijn slaapperiode met verjongde kracht gewekten Middenstand en
nijvere industrieën.
Ferd. van Wersch |
In dezelfde krant staat tevens een redactioneel stuk over de voorzitter
Ferd. van Wersch:
| ...den verdienstelijken voorzitter, die 'n openbaring voor ons geweest
is, hetgeen we zoo treffend hebben kunnen waarnemen op eene der goed bezochte,
van goeden geest en amicalen omgang getuigende vergaderingen van den R.K.
Heerlenschen Middenstand.
Uit de gezellige zoemende atmosfeer van een 70-tal middenstanders, allemaal kerngezonde, goedlachsche, Limburgsche koppen met hier en daar een Hollander ertusschen, die in pretstemmingen aan den kout deelneemt, klinkt plots het warme krachtige, geluid van den voorzitter: Jongens, ik open de vergadering, gelooft zij Jezus Christus. Alles rijst op: in eeuwigheid, amen. Dan zet zachtjens het kallen weer in; in 'n hoek davert al weer 'n gulle lach, doch ras heeft de voorzitter het oor der vergadering. Deze man weet zonder vergadertechniek, die altijd iets ongezelligs heeft, zonder den sommigen voorzitters zoo eigene geraffineerde gladheid, maar met openhartigheid, met 'n leuken kwinkslag, met zijn vlug vattenden geest, waarbij hij nu eens 'n interruptie pareert, dan weer 'n vrijmoedigen opdringer onmiddellijk een "veeg met 'n gullen lach" geeft, waarbij z'n oog van ingehouden pret glinstert, een vergadering te leiden zoo gezellig, zoo ongedwongen Limburgsch-amicaal, dat men onwillekeurig in feeststemming komt. Deze voorzitter is 'n geboren leider, geen heerscher, want gaarne smelt hij de meening der leden met de zijne samen. (...) |
En zo organiseerde hij vele feesten, bijeenkomsten, bruiloften, priesterwijdingsfeesten,
Schutterij feesten etc. Behalve dat hij zich hiervoor inzette, vergat hij
ook het sociale aspect niet. De oorlog, de wrede Eerste Wereldoorlog was
dan wel aan Nederland voorbij gegaan, maar ondermeer Limburg kreeg wel
de Belgische vluchtelingenstroom te verwerken. Zowel Ferdinand als zijn
broer Edmond zetten hun gezamenlijke krachten in en regelden weer van alles.
Dit leidde tot een koninklijke Belgische onderscheiding voor beide broers:
![]() |
Ferdinand en zijn broer Edmond ontvingen in januari 1927 de Belgische ridderorde: Les Palmes en Or de l'Ordre de la Couronne, vanwege hun werk voor de Belgische vluchtelingen uit de Eerste Wereldoorlog. Zo smokkelde Ferdinand brieven over de Maas naar België en spanden zij zich in voor het welzijn van die vluchtelingen. Koningin Wilhelmina verleende op 10 maart 1927 verlof tot het aannemen van de gouden Palmen van de Kroonorde van België, die beide broers op 20 januari 1927 kregen "Le Roi a bien voulu vous conférer, sur ma proposition les Palmes en Or de l'Ordre de la Couronne." | ![]() |
In 1930 bestond de Schutterij 450 jaar. Ferd was weer gevraagd het te
organiseren:
| Herdenkingsboek en officieel programma der
huldigingsfeesten ter gelegenheid van het 450 jarig bestaan der Koninklijke
schutterij St. Sebastianus Heerlen Zondag 3 en 10 augustus.
Aan Bestuur, Officieren en Manschappen der Schutterij St. Sebastianus
Heerlen
Ik herinner mij nog levendig de dagen mijner jeugd, toen onze schutterij een tijdperk van ongekende bloei beleefde. Bij kermissen en feesten was zij de toonaangevende vereeniging. Doch helaas, na dien tijd van bloei kwam een tijdperk van inzinking. De schutterij had voor het modern voelende gedeelte der bevolking afgedaan, er waren geene redenen meer om zulk een verouderde vereeniging langer te steunen of in stand te houden en slechts geringschatting, ja zelfs bespotting bestond er nog voor dat schoone stukje folklore, hetwelk ons verhaalde van zeden en gebruiken onzer voorouders van voor meer dan vier eeuwen. Tot eindelijk enkele flinke mannen, bezield door een gezonden geest,
niet ontvankelijk voor moderne dwaalbegrippen, zich
Aan deze mannen een saluut.
LANG LEVE ONZE SCHUTTERIJ ! HOERA ! Heerlen, Augustus 1930 Ferd. van Wersch
|
Op de website van de Schutterij Heerlen wordt vermeld dat Ferd van Wersch
erelid was van de Schutterij. "Veel dank aan hem verschuldigd voor het
behoud van de schutterij voor de stad Heerlen. Na een onenigheid in de
vereniging en een stilstand van 1934 tot Mei 1936 heeft hij beide partijen
weer bij elkaar gebracht. Schutterij Heerlen."
In 1938 had het kerkkoor St. Pancratius de eerste prijs in Leuven gewonnen
bij een zangconcours. Enkele jaren daarvoor sprak zijn broer Edmond het
koor toe. Nu deed Ferd het als lid van het comité veertig jaar
vooruitgang.
Commandant Vrijwillige Brandweer in oorlogstijd
(op de foto: Ferd. van Wersch (helemaal rechts) als commandant
tijdens de Sacramentsprocessie 1946 in Heerlen)
Op 17 september 1979 was het 35 jaar geleden dat Heerlen door de Amerikanen
bevrijd was. Op zaterdag 15 september
1979 verscheen daarom in het Limburgs Dagblad een paginagroot artikel
van Cor Lommers over de laatste dagen van de oorlog in Heerlen. Hierin
werd ondermeer gesproken over het Driemanschap dat tijdens de oorlog Heerlen
bestuurde. Dat waren dhr. G.L. Couwenbergh, waarnemend brandweercommandant,
dhr. A.H.M. Hermans, commandant van de luchtbeschermingsdienst en de apotheker
dhr. C.G.N. Voncken als waarnemend hoofd van de luchtbeschermingsdienst.
In het kader van Ferd. van Wersch citeren we het volgende stukje daaruit:
| Branden
Op zondagmorgen 17 september zagen de Duitsers in Heerlen, dat er niets meer aan te doen was. Voordat zij voorgoed vertrokken, staken zij echter eerst nog het station, het Royal Theater en het postkantoor in brand. (...) Het Royal Theater vatte geen vlam. Wel het station. Toen de luchtbeschermingsdienst dat ontdekte trok er onmiddellijk een opruimingsploeg heen om de inboedel te redden. Deze ploeg werd door de nog aanwezig Duitsers uit elkaar geschoten. De brandweer wist achteraf een deel van het station te behouden. Tijdens het blussen kwam er een Duitse officier langs, die wilde weten waar het blussen voor nodig was. "Feindliche Granateinschlag", was het antwoord. De man geloofde het en lichtte zijn laarzen nog op om de brandslangen niet te beschadigen. |
Tot zover enkele regels uit deze krant.
De heer Lommers gebruikte onder meer het artikel met de titel De
Brandweer in moeilijke dagen. Brandweer's strijd tegen de Duitsche bezetters
uit Het Limburgsch Dagblad van 26 september 1944 als leidraad.
Enkele regels uit dat artikel van 1944:
| (...) Toen de Duitschers en Amerikanen hier in en om Heerlen een doorlopend
gevecht leverden, trok een speciale Duitsche vernietigingsploeg Heerlen
binnen, wier taak het was de openbare gebouwen in brand te steken. Het
station stond ook op het programma van de heeren, en om 12 uur maakten
ze een begin met hun werk. Zij schijnen daarvoor een uiterst brandbaar,
phosphorhoudend materiaal gebruikt te hebben waarmede zij het hoofdbureau
aanstaken. In no time ontstond een flinke brand met groote rookontwikkeling.
Een en ander was niet ontgaan aan een lid van de brandweer, die vanuit
een goede plaats de Duitsche vernielers had gadegeslagen. Zijn werk was
om hierop onmiddellijk de brandweer te alarmeren. Ofschoon het volkomen
in strijd was met de bedoeling van de Pruisen om den brand te blusschen,
die er uitgesproken op tegen waren, is de vrijwillige brandweer onder leiding
van Luit. v.Wersch er nietemin snel op uitgetrokken. Met hoofdwachtmeester
Lange waren 6 á 7 menschen, later kwam er versterking, die onder
gevaarvolle omstandigheden slag tegen het vuur leverden.
(...) Tijdens het blusschen dreigden plotseling moeilijkheden van den kant van een Duitsche officier, die wel niet tot de vernietigingstroepen scheen te behoren, maar blijkbaar wel begreep, wat hier gaande was. Luit. v.Wersch nam deze man voor zijn rekening en bracht hem aan het verstand dat de brand door granaatinslag was ontstaan en dat het blusschen een alleszins gerechtvaardigde zaak was. Luit. v.Wersch verzocht hem bovendien vriendelijk met zijn wagen op de slangen te passen. Er zou beschadiging - van de slangen wel te verstaan - kunnen ontstaan. (...) Na de bevrijding heeft de brandweer met Luit. v.Wersch, adj. Couwenbergh, de heer Hermans, hoofd van de L.B.D. vaste kern en Drs. Voncken, die dag en nacht in touw waren geweest en voor alles op de bres hebben gestaan, op enige wagens een eereronde door Heerlen gemaakt en men heeft daarna nog deze gelegenheid aangegrepen om adj. Couwenbergh voor zijn cordaat optreden en gedrag te huldigen. |
Op 4 april 1945 stond het volgende in het Limbursch Dagblad:

Op 29 mei 1945 stuurde burgemeester Grunsven van Heerlen de volgende
brief naar Ferd. van Wersch
|
den heer H.F. van Wersch, commandant der Vrijwillige Brandweer Alhier. Het is mij een behoefte U mijne erkentelijkheid te betuigen voor de belangrijke diensten, welke U sedert 6 september j.l. onder moeilijke omstandigheden aan de Brandweer en aan de gemeente bewezen hebt. De Burgemeester van Heerlen. |
Terug naar het artikel van Cor Lommers uit 1979. Een dag later, op dinsdag
18 september 1979 stond een ingezonden brief in de krant:
| Driemanschap?
Naar aanleiding van het artikel van Cor Lommers over het bestuur van Heerlen tijdens de bevrijding wil ik op het volgende wijzen: het bestuur van Heerlen bestond niet uit een driemanschap, maar uit een viermanschap. De vierde man was de heer Van Wersch senior, destijds commandant van de vrijwillige brandweer van Heerlen. Hij was de belangrijkste van het viertal. Wanneer er moeilijke beslissingen genomen moesten worden en vooral als er Duitsers te woord gestaan moesten worden was de heer Van Wersch, die dit afhandelde. Zijn standpunt was: ik ben de oudste en de minst kwetsbare en naar een oudere man wordt vlugger geluisterd. Ere wie ere toekomst en het nooit gekregen heeft. Ik heb het van nabij meegemaakt evenals meerdere collega's, die naar ik meen bovenstaande gaarne zullen bevestigen. Heerlen: A. Haak. |
Op 21 september 1979 verscheen in de krant een reactie op deze ingezonden
brief, van Floor van Wersch, de jongste zoon van Ferd. van Wersch.
Een deel uit de brief:
| (...) Speciaal wat betreft zijn aandeel in de bevrijding van Heerlen weet ik van hem het volgende. Bij hun aftocht staken de Duitsers september 1944 het Heerlense station in brand met de bedreiging erbij, dat ieder, die zou willen trachten deze brand te blussen met de dood bestraft zou worden. Geheel op eigen verantwoording en dus met gevaar voor eigen leven rukte mijn vader niettemin uit met de vrijwillige brandweer, waarvan hij de commandant was, en liet het vuur doven nog onder het oog van de Duitsers. De vrijwillige brandweer heeft hem daarvoor later een bronzen borstbeeld aangeboden (...) |
Op dinsdag 25 september 1979 reageerde J. Bruggeman uit Hoensbroek.
Een deel uit die ingezonden brief:
| Op het verhaal van de heer Van Wersch, docent geschiedenis wil ik graag reageren met de zuivere waarheid. In september 1944 stond ik op die bewuste dag als 15-jarige jongen bij het Royal Theater. Plotseling hoorde ik schieten uit de richting Sarool. Met grote snelheid raasde een motor met zijspan richting station. Een Duitse soldaat gooide, staande in het zijspan, een handgranaat op het station en daarna, over mijn hoofd heen, een handgranaat door de ruiten van het Royal Theater. Even later kwam de vrijwillige brandweer aangemarcheerd uit de richting Stationsstraat met als commandant uw vader naar ik nu vernam. (Het was een zeer corpulent persoon). Hierna had uw vader een gesprek van zeer korte duur met een van de Duitsers en maakte toen rechtsomkeert en marcheerde weer in de richting zoals ze gekomen waren, maar nu in sneller tempo. Het station is dus niet geblust door uw vader met zijn manschappen, maar ik heb zelf gezien, dat spoorwegpersoneel deze brand geblust heeft. (...) |

Donderdag 27 september 1979, Floor van Wersch
Enkele regels:
| Driemanschap?
(4 en slot) (...) Wat de kwestie betreft volgende.
|
Nadat deze ingezonden brief verschenen was, werd Floor van Wersch thuis door verschillende personen gebeld:
De eerste was de heer Quaedvliegh (oudambtenaar van de Oranje Nassau mijn 1). Hij zei dat hij de heer Lange goed gekend heeft en dat hij inderdaad ondercommandant van de vrijwillige brandweer was. Maar waar hij woonde wist hij niet.
De tweede was Nikla Gielen. Hij was, als lid van de beroepsbrandweer, getuige van de brand in het station. Zijn verhaal bevestigde dat Ferd. van Wersch het brandende station aan het blussen was. Hij vertelde: Er kwam een bejaarde Duitse soldaat met het geweer over de schouder en vroeg aan uw vader: "Wo sind meine Kameraden?", waarop vader antwoordde: "Jong, zet dat geweer weg en gank te voot nao diene Heimat. Dae sind dien Kameraden." Daarop zette die soldaat dat geweer weg en wandelde weg.
Een derde telefoontje was van de heer Collombon, destijds lid van de vrijwillige brandweer die aan Floor bevestigde dat zijn vader de brand geblust had. Tevens zei hij dat de Duitsers de wissels op het station hadden laten springen en dat dat waarschijnlijk de knallen waren die de jonge Bruggeman toen hoorde.
Limburgs Dagblad, Zaterdag 29 september 1979. Reactie van de heer J.
Collombon uit Heerlen
| Driemanschap?
Als oud-lid van de toenmalige vrijwillige brandweer wil ik reageren op het commentaar van de heer J. Bruggeman uit Hoensbroek. Wat hij op die bewuste bevrijdingsdag ook gezien mag hebben, blijkbaar niet de heer van Wersch. Dit was geen corpulent persoon, maar een kleine schriele man. Ik heb persoonlijk de straalpijp in handen gehad die de eerste waterstraal leverde om de brand in het station te blussen. Bovendien zijn wij niet aangemarcheerd gekomen (zeker niet met onze slangen, pompen enz. op onze nek), maar met de oude Mercedes Benz, onder commando van de heer van Wersch. |
Uit het archief van mijn vader kwam het volgende artikel dat hij bewaard had.
De nooit gewaardeerde heldendaad van Ferdinand
Beste
„Lange Jan",
OOK hier in Amsterdam wonen abonnee's van Uw blad die van veraf zeer
intens meeleven met de ontwikkelingen en gebeurtenissen van de oude Mijnstreek.
NU LEES ik daar onder de rook van de Lange Jan van verleden week zaterdag
dat de huidige Kerkraadse brandweer-commandant de schuld om het behoud
van het oude stationsgebouw op zich heeft genomen.
NU WIL ik hier na al die jaren niet gaan redetwisten over wat en waar.
Het was in die dagen toch al zo'n grote janboel in Heerlen. Ik meen toch
wel dat hiet ergens een beetje onrecht werd aangedaan aan een groots figuur
destijds, de heer Ferdinand van Wersch zaliger gedachtenis.
IK KAN het mij nog zeer goed herinneren. Het was op die zondagochtend
tijdens de Hoogmis in de St. Pancratiuskerk. Wij waren toen wat men heden
teenagers pleegt te noemen en konden door het groene glas in lood naast
de tochtdeuren tijdens de H. Mis een vernietigings-compagnie der bezetters
door de Oranje Nassaustraat zien trekken.
Na de kerkgang vernamen wij van opgewonden mensen dat men bezig was
het postkantoor en ook het stationsgebouw in brand te steken. Nieuwsgierig
en het gevaar niet beseffend, zoals je op die leeftijd nu eenmaal bent,
renden wij erop af en konden de vlammen reeds bij Durlinger op de hoek
uit het stationsgebouw zien optraden.
Op hetzelfde moment dat de Duitsers de benen namen in de richting Saroleastraat,
hing „der Ferdinand" van Wersch als een woedende stier uit het raam boven
zijn schilders- en behang-zaak in die straat en even later stoof hij als
een raket, gekleed in brandweerkleding (hij was 't hoofd der vrijwillige)
in de richting van het station. Wij achter hem aan. Ergens achter het Scala-theater
werd een karretje met brandweerslangen uitgehaald. Wij waren er ooggetuigen
van hoe de eerste stralen hoogstpersoonlijk daar „der Ferdinand van Wersch"
op het vuur werden gericht.
LATER hebben we er in Heerlen nog vaak om gelachen en hebben hem dit
hedendaagse „cultuurbezit" nog menigmaal in de schoenen geschoven".
Amsterdam. G. S.
Uit: de Volkskrant (helaas zonder datum)
In een van bovenstaande artikelen werd gesproken over het borstbeeld
van Ferd. van Wersch.
![]() |
Dit borstbeeld van Ferdinand werd gemaakt door de Heerlense beeldhouwer
H. Stumpf in 1946 ter ere van Ferdinands zeventigste verjaardag in
opdracht van de vrijwillige brandweer Heerlen. Hij werd afgebeeld in zijn
uniform waarop de Belgische onderscheidingen te zien zijn. Al vanaf de
oprichting van de vrijwillige brandweer op 8 april 1908 was hij lid daarvan.
Tussen 1939 en 1945 was hij luitenant en commandant van die vrijwillige
brandweer en moest veel uitrukken als Heerlen weer eens gebombardeerd was.
In 1970 verhuisde de weduwe Van Wersch en het huis werd ontruimd. Een opkoper kwam langs om mee te nemen wat zou overblijven, maar hij nam dat wel erg letterlijk want alle spullen verdwenen, zo ook dit borstbeeld. Pas in 1979 kwam men erachter dat het borstbeeld in een café in Mheer stond tussen de flessen drank. Ferdinand hield trouwens wel van een borrel en een betere plek kon hij zich niet gewenst hebben. Gelukkig gaf de cafébaas het beeld terug aan een zoon van Ferdinand. Het borstbeeld is nu in familiebezit.
|
Doordat Ferd (Fer) maatschappelijk betrokken was (organisatie,
vrijwillige brandweer, volksleven), kon het niet uitblijven dat hij ook
politiek betrokken was.
In 1923 werd hij niet gekozen voor de Provinciale Staten. Hij belandde
met 1190 stemmen op de elfde plek. Tussen 1935 en 1939 zat hij namens de
KDP in de raad van Heerlen. Toen stemde hij tegen de loon- en salarisverlagingen
van het gemeentepersoneel. Waarschijnlijk was Ferd toegetreden omdat
zijn zwager, dhr Lintjes, toen wethouder namens de KDP was.
Korte geschiedenis van de KDP:
In 1926 was er de Roomsch Katholieke Staats Partij (RKSP). Een van
hun leden was Veraart. Die stapte uit de RKSP en richtte de Katholieke
Democratische Bond op (KDB). Bij de verkiezingen van 1933 wonnen zij geen
zetels. Hij zocht een partner en dat werd de Roomsch Katholieke Volkspartij
(RKVP). Deze partij steunde de linkse partijen op ontwapeningsvoorstellen.
De RKVP was een kleine partij. Zij had slechts één zetel
in 1933. Uit deze fusie ontstond de KDP: de Katholieke Democratische Partij.
Deze partij werd vooral aantrekkelijk gevonden door de katholieke arbeiders
omdat de partij tegen de RKSP was. De KDB was antifacistisch en pacifistisch.
Maar
vooral een Limburgse partij. Bij de Tweede Kamer verkiezing van 1937 was
hun leuze "Tegenover het Kapitalisme het Katholicisme". Dat leverde een
ander beeld van de partij op. In maart 1937 verscheen een geheim stuk over
de Linksche Arbeiders Organisaties. Op de lijst stonden een kleine
150 groeperingen. De KDP werd hierin een kleine linksche groepeering
genoemd. De groep kreeg extra aandacht omdat hun partijblad door iemand
werd gedrukt die lid was van de SDAP.
Wederom kregen ze te weinig stemmen (1125) en in 1939 keerde de partij
teug in de schoot van de RKSP. Deze partij was meer richting KDB gaan denken.
bronnen:
A. Cammaert, 1994: Opkomst en Bestrijding van facistische
en nationaal-socialistische stromingen in de jaren dertig.
L. Lipschits, 1975: Ontstaansgeschiedenis van de Nederlandse
politieke partijnen.
http://dbpedia.org
![]() |
![]() |
|
Limburgsch Dagblad 25 juli 1946
|
Op 28 januari 1945 schreef Ferd van Wersch een brief van acht kantjes
aan zijn dochter Corrie (de latere Cara van Wersch). Hierin beschrijft
hij ondermeer de aanvallen van de Duitsers op het bevrijde Heerlen en de
over de schade en persoonlijk leed.
Klik hier voor de uitgetypte brief. Op 2 maart 1943 schreef hij twee kantjes aan zijn dochter. Hierin beschreef
hij de Engelse bommen op Heerlen.
|
De bevrijding van Heerlen en de brand in het
station
Heerlen
heeft ook nog enkele dagen een nieuwe burgemeester gehad, die zijn tenten
in het Grand hotel had opgeslagen. Niemand heeft zich van de man ooit iets
aangetrokken. Toen de Amerikanen naderden, is hij met zeer stille trom
weer verdwenen.
Enige deining ontstond, toen Nietsch met de karabijn in de aanslag
de brandweerkazerne kwam binnenstappen om te informeren waar de burgemeester
en de politie waren. Dhr. Van Wersch. commandant der vrijwillige brandweer,
moest met hem mee om enkele adressen aan te wijzen. Toen deze echter
beweerde niet te weten waar de burgemeester woonde. werd het Nietsch
te machtig. Hij deelde Van Wersch mede, dat hij “verhaftet" was. Met een
allerongelukkigst gezicht begon deze toen te vertellen, dat hij vrijwillig
leven op het spel zette om het hele Duitse leger tegen brand en luchtaanvallen(nota
bene) te beschermen. Nletsch kwam onder de indruk van het roerende verhaal
en met een “Scher dich hin, Lump" kon dhr. Van Wersch optrommelen.
Afscheidsbrand
Zonder verdere noemenswaardigheden liep de Zaterdag, de vooravond van
de bevrijding, ten einde. Zondagmorgen zagen de Duitsers, dat er niets
meer aan te doen was. Voordat zij voorgoed wegtrokken, staken zij echter
eerst nog het station, het Royaltheater en het postkantoor in brand. De
brand In het postkantoor werd onmiddellijk ontdekt (men had er al zo'n
beetje op gerekend). Onder-brandmeester Klijne trok er met een ploeg heen
en bluste de brand in korte tijd, waardoor hij de telefooncentrale voor
Heerlen en omstreken redde. Het Royaltheater vatte geen vlam. Wel het station.
Toen de Lbd. het ontdekte, trok er onmiddellijk een opruimingsploeg heen
om de inboedel te redden. Deze ploeg werd door de nog aanwezige Duitsers
uit elkaar geschoten. Toen zij vertrokken, kwam onmiddellijk de brandweer,
die een deel van het station wist te behouden. Tijdens het blussen kwam
er een Duitse officier langs, die wilde weten waar het blussen voor nodig
was. “Feindliche Granateinschlag” was het antwoord. De man geloofde het
en lichtte zijn laarzen nog op om de brandslangen niet te beschadigen.
De Duitsers wilden ook nog het licht en de waterleidingsinstallatie vernielen.
De luchtbeschermingsman, die mee moest om de weg te wijzen beweerde dat
dit al allemaal "kaput" was. De Duitsers, die haast hadden, geloofden het
maar al te graag, zodat licht en waterleiding volkomen intact uit de strijd
kwamen.
Vele malen moest de luchtbeschermingsdienst en brandweer Zondagmorgen
uitrukken om hulp te bieden bij granaatinslagen die het naderbij komen
der Amerikanen aanduidden. En eindelijk in de middag lieten de eerste bevrijders
zich zien.
Toen door middel van een Amerikaanse mitrailleurband op de commandopost
het bewijs geleverd was, trokken dhrn. Couwenberg, Hermans en Voncken naar
het gemeentehuis om zich present te melden bij de burgemeester, die al
was teruggekeerd. Zij gaven hem het bestuur der stad weer over, waarna
de burgemeester eigenhandig de Nederlandse driekleur op het raadhuis uitstak.
Aan Heerlen's bezettting was officieel tot einde gekomen.
Na de opwelling van vreugde, werd het weer stiller. Er vielen nog steeds
granaten, die slachtoffers eisten. Heerlerheide was nog niet vrij. Dit
gebeurde pas op Maandag waarbij de groepscommandant van de brandweer, dhr.
Pleren, slachtoffer van zijn plicht viel.
De mannen van de brandweer en luchtbescherming hebben zich tijdens de
zware dagen die aan de bevrijding voorafgingen, kerels van sta-vast getoond.
Vooral de drie leiders, Couwenberg, Hermans en Voncken hebben zich voor
de bevolking onschatbaar verdienstelijk gemaakt.
De leden van de vrijwillige luchtbeschermingsdienst, die de gehele
oorlog door in gevaarlijke uren
op de bres stonden zullen als herinnering aan deze tijd een oorkonde
krijgen. Dat dit nog niet geschied is, komt door de vele moeilijkheden
die de volledige liquidatie van de luchtbescherming tot nog toe in de weg
stonden.
bron: Limburgsch Dagblad 17 september 1948 (althans een
deel ervan)
|
Terug naar
Ferdinand van Wersch |
Levensverhalen
index |