De Avenue België oktober 1985

CARA VAN WERSCH
T'AI CHI CH'UAN IS LEREN LOSLATEN

T'ai Chi Ch'uan. Je ziet het in bestsellers opduiken, omgeven met de nodige oosterse sluiers: „Iedere ochtend bij zonsopgang gaat zij met Shan-teh naar het binnenplein waar zij T'ai Chi Ch'uan spelen. Hij leert haar de Yang stijl die makkelijker is om te leren dan de Chen-versie. Maar zij vindt het helemaal niet gemakkelijk: honderdenacht standen, die nooit helemaal worden afgewerkt - zodra zij in één richting beweegt, wordt zij verondersteld ook al in de andere richting te bewegen, een typisch Chinese contradictie." (Malcolm Bosse, „The Warlord").
Eeuwen lang is T'ai Chi Ch'uan een Chinese exclusiviteit geweest. Westerse bezoekers keken gefascineerd naar de langzame gracieuze bewegingen die naar een geheimzinnig patroon werden uitgevoerd, vaak door oude mensen, in parken en plantsoenen of zo maar op straat. Maar ondertussen heeft die oude Chinese bewegingsleer stormenderhand Amerika veroverd en ook bij ons ziet men steeds meer mensen in zichzelf gekeerd bezig met figuren als „Tokkel de luit" of „Pak de vogel bij de staart". Tijd dus om nader kennis te maken met een cultureel verschijnsel, dat weliswaar diepe filosofische achtergronden heeft, maar dat ook een fitnesssysteem is, waarbij alle 710 spieren van het lichaam beurtelings gespannen en ontspannen worden. En dat, in zijn meest gevorderde vorm, een verdedigingskunst is, nauw verwant aan zeer oude Chinese vechttradities, zoals het shao-lin boksen.

YIN EN YANG
Zelfs de meest oppervlakkige kennismaking met China en Japan, zal meteen botsen op yin en yang en de filosofie van de tao. Ook acupunctuur en shiat-su, de Japanse drukpunttherapie zijn er bijvoorbeeld op gebaseerd.
In China en Japan gelooft men sinds de oudste tijden dat de levenskracht of energie, de "Chi i", de bron is van alle leven. Deze energie komt tot uitdrukking in de polaire krachten yin en yang. Zij vertegenwoordigen alle tegengestelde verschijnselen als rust en beweging, licht en donker, plus en min. Als tegenstellingen die voortdurend weer met elkaar in evenwicht komen, vormen yin en yang een niet te scheiden eenheid.
De T'ai Chi Ch'uan oefeningen spelen perfect in op dit universele principe: iedere beweging kent haar tegendeel, op een opwaartse beweging volgt een neerwaartse, op een voorwaartse een achterwaartse enz. Alles gebeurt in voortdurende afwisseling, waarin geen onderbrekingen optreden.
Over de oorsprong van T'ai Chi Ch'uan is weinig bekend. De politieke toestanden in het oude China, waarbij vaak gewoonteweg het recht van de sterkste gold, noopten de oude meesters om hun technieken en oefeningen enkel aan een paar vertrouwde leerlingen door te geven en zelden iets op schrift te zetten. Aangezien de bewegingsleer het stempel draagt van de ta-oistische gedachtenwereld, neemt men aan dat haar oorsprong in de oefeningen van de taoïstische monniken ligt. Omstreeks het jaar duizend moet de praktijk reeds bekend zijn geweest, maar pas in de negentiende eeuw werd T'ai Chi Ch'uan in heel China bekend. Er bestaan een twintigtal stijlen, maar de Yang-stijl, die door iedereen geleerd kan worden, is tegenwoordig, ook in China, de meest populaire.
De drie voornaamste oogmerken van beoefenaars van T'ai Chi Ch'uan zijn meditatie, bevordering van de gezondheid en zelfverdediging. In het Westen wordt om voor de hand liggende redenen hoofdzakelijk vanwege het tweede motief geoefend: het bevorderen van de gezondheid. Met spectaculaire .resultaten overigens vooral op het gebied van revalidatie na ongevallen of operaties. Maar, met name in Amerika, werden er ook uitstekende resultaten mee bereikt als medische therapie in ziekenhuizen, sanatoria en opvangcentra voor drug- en alcoholverslaafden.

QUITE A LADY!
Eén van de eerste leraressen T'ai Chi Ch'uan in België is Cara Van Wersch, drieënzeventig jaar oud en „quite a lady"! Niet alleen is zij zo lenig als een acrobaat, maar bovendien beschikt zij over een fenomenale werkkracht en een nooit aflatende energie. Geen wonder dat zij er in slaagde om in één leven vier carrières af te werken.
Bekend werd zij door haar twintigjarige activiteit als KNS-actrice, maar daarna leerde en doceerde zij nog Russisch. Toen zij dat voor bekeken hield werd zij ook nog yoga-lerares. En toen?
Cara Van Wersch: „Ik was in 1978 in Montreux, in Zwitserland, om deel te nemen aan het „Festival of Yoga & Occult Sciences", dat werd georganiseerd door de Engelse dokter Baker. Nou ja, ik was natuurlijk op de yoga afgekomen, dat occulte was aan mij niet zo besteed. Ik maakte daar kennis met de dochter van de Engelse schrijver J.B. Priestley, een psychologe die muziektherapie prakizeert in een Londens ziekenhuis. Tussen de voordrachten door deden wij in de tuin wat aan yoga met een heel oud swamietje, een schat van een man, een echt Sinterklaasje. Op een gegeven moment zagen wij een jongeman die een beetje verderop iets stond te doen dat ik niet thuis kon brengen. Hij maakte heel rustige vloeiende bewegingen, schijnbaar moeiteloos en heel ontspannen, maar op zo'n manier dat het mij onweerstaanbaar boeide een aansprak. Ik vond dat wij, met onze yoga, schril tegen hem afstaken. Alles wat hij deed scheen samen te vloeien met de natuur, met het park met de bomen. Ik voelde dat ik tegen een enorme waarheid was aangelopen, tegen iets dat een rol zou gaan spelen in mijn leven. Opeens merkte ik dat ik niet de enige was, die uit mijn yoga-concentratie was gehaald om gefascineerd te kijken naar die jongeman. Miss Priestley stond naast mij en ik zag op haar gezicht dat zij ook geïntrigeerd was. Wij vroegen aan de man wat hij deed en de volgende dag leerde hij ons de eerste paar bewegingen van T'ai Chi Ch'uan."

DE VIERDE LOOPBAAN
Bij haar terugkeer in België schuimde Cara, zonder al teveel succes, de boekhandels af op zoek naar boeken daarover.
„Er was niet veel te vinden en ik bleef maar die paar figuren oefenen, die ik had geleerd. Iedere dag een beetje fouter natuurlijk. Ik bleef yoga-les geven, maar ik voelde een onverklaarbaar heimwee naar dat ene ware, dat ik in Montreux kort had meegemaakt. Maar ik was geabonneerd op een blad dat werd uitgegeven door het Amsterdamse centrum „Cosmos". En op een goeie dag staat er me daar toch een interview in met een man die in Nederland les gaf in T'ai Chi Ch'uan. Ik denk: ik schrijf een brief! Ik krijg natuurlijk nooit antwoord, maar ik schrijf een brief!
Wat dacht je? Een paar dagen later zat er een antwoord in de bus: nou, meid, kom maar! Zo stond het er letterlijk. Die leraar was een ex-zeeman, die op één van zijn reizen een Chinees de oefeningen had zien doen en die er door gefascineerd was geraakt."
Na haar eerste ervaringen in Amsterdam, maakte Cara Van Wersch al vlug kennis met de oosterse meester Phoa Yan Tiong, die al jaren les bleek te geven in het Instituut voor Dramatische Vorming.
„Ik volgde twee klassen om sneller vooruit te komen. Maar na een tijd hinderde het mij dat het er zo schools aan toe ging. Op commando, één-twee-drie, dat hoorde volgens mij niet bij het vrije, het natuurlijke, dat ik in Tai Chi Ch'uan op prijs was gaan stellen. Ik deed nog één poging met een andere leraar, maar die gebruikte een metronoom met weer zo'n hinderlijke tik. Dit is het niet, dacht ik en ik heb toen de leraars afgezworen en ben zelf verder gaan werken met behulp van boeken. Mijn hele verdere kennis berust op korte, intensieve cursussen met Chinese T'ai Chi meesters die hier sporadisch eens in Europa opduiken. Dat heb je nodig, want het beste boek verbetert natuurlijk je fouten niet. Ook aan Ho Kwe, een Chinese ingenieur die in Amsterdam werkt en die les geeft in T'ai Chi Ch'uan heb ik heel veel te danken."

GOD
Ondertussen is Cara Van Wersch al een paar jaar gevestigd als T'ai Chi Ch'uan lerares in Antwerpen en in Brussel. Afgezien van de lichamelijke lenigheid die zij overduidelijk heeft overgehouden aan haar dagelijkse oefeningen, moet er toch een diepere rede zijn voor haar haast bezeten ijver.
„Het waarom is heel moeilijk onder woorden te brengen. Vooral bij ons in het Westen waar wij zo vastgebakken zitten aan godsdiensten met allerlei voorschriften. In het taoïsme zijn er geen axioma's. Je bent helemaal vrij en T'ai Chi Ch'uan is uiteindelijk gewoon een expressie van wat het taoïsme betekent. Volgens onze westerse wetenschap is er niets van te bewijzen, daarom kun je er ook geen woorden voor vinden. Wat is Tao? Geluk? Misschien wel, voor jou zal het iets heel anders zijn dan voor mij. Omdat „het" geen naam heeft, noemen we het maar Tao. Maar wat dat is, weet niemand. Je zou kunnen zeggen dat je een kracht aanneemt waarvan je voelt dat ze er is, maar die zich niet in een vorm manifesteert. Dat is een heel fijne gedacht, een heel vrije en tegelijk een heel bescheiden gedachte. Want dat een God met een lange witte baard ons geschapen heeft naar zijn beeld en gelijkenis, is niet bepaald een bescheiden gedachte. In het taoïsme aanvaard je een kracht waarvan je weet dat ze er is, maar waarvan je ook weet dat je ze nooit zult kunnen omvatten. In tegenstelling tot de klassieke godsdiensten die je comfortabele zekerheden geven van hemel tot reïncarnatie, geeft het taoïsme je alleen mee dat je bent en dat je maar heel tijdelijk bent. Voor ons Westerlingen, die zo op bezit zijn ingesteld, lijkt mij dan ook een hele grote waarheid dat je moet leren loslaten. Daardoor word je van binnen leger en hoe leger je bent, des te ontvankelijker word je. Dat loslaten leer je in T'ai Chi Ch'uan en dat vind ik een hele fijne gedachte."

Op het gazonnetje tussen de flatgebouwen voert een tengere oude dame een sierlijk ballet op. In haar hand houdt zij een zwaard, meer een symbool dan een wapen. De rust en de vitaliteit die zij uitstraalt steken schril af tegen het zielloze beton van het gebouw. Maar, zo denk je, het beetje gras en dat ene dunne boompje dat er nog staat, lijken wonderlijk in harmonie met haar trage bewegingen. Een hele fijne gedachte.

Bibliografie: Toyo en Petra Kobayashi „ T'ai Chi Ch'uan", uitgeverij Ankh-Hermes. Herman Labruyére: T'ai Chi Ch'uan, bewegen naar 'niet handelen', Maandblad Onkruid.

Onder redactie van Piet Teigeler
 

Klik op de Terugknop boven in links op de balk