Na het einde van de Amerikaanse Burgeroorlog in het midden van de 19e eeuw, kwam de industrialisering op gang. Het gevolg was dat er vele immigranten naar het nieuwe land trokken. Als gevolg daarvoor ontstond er ook een vraag naar priesters. De bisschoppen uit de Verenigde Staten richtten toen "The American College of the Immaculate Conception" op dat priesters moest opleiden. In het Belgische Leuven kwam er in 1857 ook een opleiding van dit instituut. Arnold van Wersch volgde deze opleiding.
Arnold van Wersch (Simpelveldse
Tak), geboren op 26 september 1852, volgde na de lagere school het
gymnasium in Rolduc waar hij op 12/13 jarige leeftijd uitblonk in Latijn
en in kerkelijke interesses. Het was dan ook niet vreemd dat hij hierna
met een priesteropleiding aan het seminarie in Roermond begon, temeer
daar zijn vier jaar oudere broer hem hierin al voorgegaan was. Hij werd
vervolgens in 1876 tot priester gewijd en vertrok kort daarna naar Leuven
om aan het Amerikaans College zijn studie voort te zetten. Een jaar later,
op 15 oktober 1877, vertrok hij vanaf Oostende op 25 jarige leeftijd, naar
Amerika waar hij in Willimantic (in Connecticut), samen met de Belgische
bouwpastoor Florimont de Bruycker de herderlijke taken op zich nam. De
kerk
stond er net een paar jaar en was door De Bruycker gebouwd.
In Willimantic werd hij assistent pastoor, maar eigenlijk wilde Arnold meer. Hij wilde missioneren onder de indianen. Zijn vriend schreef hem dat hij er veel begrip voor had, maar raadde hem aan minstens twee jaar nog in Willimantic te blijven. En deze raad volgde hij op. Het leven in Willimantic bevalt hem goed. Er werken veel Nederlandse en Vlaamse priesters in de regio met wie hij regelmatig contact heeft. Met een van hen maakt hij een reisje naar de Niagara falls.
Vijf jaar na zijn aankomst, in 1883, sterft hij, na ziekenbezoek, aan
typhus. Hij is pas eenendertig jaar oud.
(samenvatting uit de serie Op zoek naar de voorvaderen van M.L.H. van
Wersch, 1989)
In de Evening Post van mei 1882 stond het bericht dat Rev.
A van Wersch met De Nederland van de Red Star Lines met 35 passagiers
aan boord naar
Antwerpen vertrok.
Artikelen uit de Willimantec Chronicle van respectievelijk 1882, 1883
en 1884
Wed Mar. 21, 1883: Death of Rev. Arnold Van Wersch.—No event which has occurred in recent years has cast so overshadowing a gloom over the Catholic portion of this community as the death of Rev. Arnold Van Wersch, which occurred at the rectory of St. Joseph’s parish last Sunday at 11 o’clock. Nor is the feeling of sadness confined wholly within that denomination, for the deceased clergyman had gained many friends by his pious actions from among the people of other beliefs. His death was as unexpected as it was surprising to his parishioners, but few knowing at the time of his demise that he was even sick. The immediate cause was a severe attack of typhoid pneumonia which set in last Friday. He was compelled to take his bed by typhoid fever one week ago last Sunday although he had been considerably indisposed for a fortnight previous to that time, but would not give way to his feelings.
The disease was contracted, in all probability, while on missions of many to the sick. He had for a number of weeks been attending persons afflicted with typhoid fever around the vicinity of Jackson street and to his faithful ministrations to them as attributed the direct cause of his death. While service was in progress at the Catholic church Sunday forenoon the sad intelligence was announced to the congregation by Father DeBruycker, and the vast assemblage as one man burst into tears, so much had the dead priest entwined himself into the affections of that people. Father Arnold, as he was familiarly known, was personally really one of the salt of the earth. His always polite, modest and charitable actions had gained for him universal respect throughout this entire community and he always seemed to be carrying out in his every day walks a character which was thoroughly pious.
He had without effort endeared himself in a remarkable degree to the
people under his charge. Father Arnold Van Wersch was born in Simpleveld,
a small county village in Holland, on Sept. 18th 1852 and was therefore
30 years of age. His parents followed the pursuit of agriculture. He was
one of a large family of children, another of whom is an eminent priest
in that country. His education was liberal and he had profited greatly
by it in his standing among his brother clergymen. He first graduated from
the Rolduc literary college in Holland and afterwards took the entire course
in the theological seminary in Roermond in the same country. In both of
these institutions he carried off the highest honors among a class of eighty-five
members. He then entered the world-famed Catholic university of Louvain
in Belgium, but before he had finished the
course he consented to forego the privilege of becoming a D.D. to supply
a demand for more priests. He intended at a latter period to complete that
course. He was ordained in 1876. Five years ago he was assigned curate
in St. Joseph’s parish in this place and has remained here ever since.He
had gained the respect and love of his pastor, Rev. Fl. DeBruycker, who
had a high opinion of his abilities and does not hesitate to say that in
matters of dogma where he himself was in doubt he would often consult his
assistant always with perfect success. The position was conceded to him
by the entire clergy of this diocese of the leading exponent of theology,
notwithstanding the fact that he was only a curate.
The funeral ceremonies commenced at 10:30 o’clock and continued until nearly 2 o’clock in the afternoon. The people began to gather at an early hour and long before the service began there was not room inside and hundreds were turned away from the door. It is estimated that the attendance was about 2,000. The church was festooned with flowers and the sanctuary bore appropriate mottoes for the occasion and was heavily draped with crape. Near the railing to the altar the remains were placed Sunday night at 9 o’clock and at no period since that time had there been less than a hundred mourners present in the church. They were laid by Undertaker Casey in a hard wood casket with raised top, covered with broadcloth and velvet and mounted with elegant silver trimmings. On the cover lay two plates, one giving the name and age, the other the places of nativity and death, and also lavish floral tributes.
The order of exercises were as follows: Commencing by chanting the office
of the dead, at the first nocturn, Laudes, (solemn chanting); High mass,
celebrant, Rev. Fl. DeBruycker; deacon, Rev. A. Van Oppen, Meriden; sub-deacon,
Rev. J. VanDeNoort, Baltic; assist. Priest, Rev. E. Vygen, Putnam: Chanters
with cope: Rev. J. Campbell, South Manchester; Rev. T. Ariens, Dayville;
Master of ceremonies, Rev. T.W. Brockerick, new London; assistant at shrine,
Rev. J. Princen, Danielsonville. The oration in French was delivered by
Rev. T. Arien of Dayville. This was followed by a panegyric in English
by Rev. Peter DeRoo, of Baker City, Oregon. Bishop McMahon then pronounced
the last rites over the body and the cortege was formed as follows: Bearers:
Revs. Shahan, Desmond, McKeone, Fones, Sheridan, Dougherty, Cooney, Thompson;
friends, (men appointed); Knights of the Sacred Heart: a colyte clergy;
corpse and celebrants; Children of Mary; friends (members of congregation).
The remains were placed in a brick vault in the church yard at the south
west corner of the church. The spot will probably be marked by a monument
to his memory at a future day. Forty priests took part in the funeral ceremonies.
Rev. Father Arnold, a young priest who has served as an assistent to
Rev. Fl. DeBruyker for several years, died Sunday at 11 o'clock a.m. He
was an exceedingly pleasent gentleman and was universally loved and esteemed
by the catholic people of this vicinity. His funeral will take place to-day
(Tuesday) at St. Joseph's church.
Wij
lezen in The Willimantic Conn. Journal van
23 Maart. Het doodsbericht van den eerw. J. Arn. H. Van Wersch, of zooals
men hem doorgaans noemde Vader Arnold, hulppriester in St. Joseph’s kerk
is op ons volk als eenen schielijken, pijnlijken schok komen neervallen,
daar zijn gevaarlijke ziekte niet algemeen gekend was. Weinigen inderdaad
konden zich overtuigen, dat hij die des Zondags te voren de zachte tonen
nog zoo welluidend aanhief nu in den doodslaap lag. De eerw. pastoor de
Bruyckere, had zijn verzwakking reeds lang waargenomen, en spoorde hem
aan, alle mogelijke rust te nemen, en zich te wachten, van het bezoeken
door zieken, daar hij zelf ziek zijnde, zijn eigen leven daardoor in gevaar
stelde. Maar de vriendelijke raadgevingen, ofschoon niet rechtstreeks van
de hand gewezen, werden niet stipt gevolgd, omdat hij de vervulling van
zijn heiligen plicht jegens zijn evenmensch hooger schatte dan zijn eigen
leven. Hij bleef aldus zijn dagelijkschen plichten vervullen door
de zieken te bezoeken en troost en hulp aan de armen en stervenden
te brengen, tot eindelijk zijne uitgeputte krachten hem beletten zijn werk
voort te zetten.
Op Maandag en Dinsdag wandelde hij nog om het huis, maar Woensdags werd hij door eene hevige koorts overvallen, die dermate toenam, dat hij Zondag daaropvolgende in den Heer ontsliep. De parochianen, die van den gevaarlijken toestand van hunnen herder ten deels bewust waren, werden geheel en al terneer geslagen, toen de eerw. pastoor de Bruyckere onder de H. Mis de leden der parochie bekend maakte, dat vader Arnold de eeuwigheid was ingetreden, om den loon van zijn ijverig strijden voor der zielen zaligheid van zijnen evenmensch uit de handen van zijn schepper te gaan ontvangen.
Nooit werden er tranen gestort,die meer van rechtzinnige droefheid en hartzeer getuigden. Als een vreemdeling en uit een vreemd land over de zee kwam hij onder hen. Maar zijne zedige houding; ijver en zuiver karakter, zijn groot belang in hun welvaren en aanhoudende zorg en waakzaamheid trok alle harten tot hem. Hij werd niet alleen bemind en bewonderd door zijne parochianen maar door geheel het dorp zonder onderscheid van personen of gezinsleden.
Hij werd den 28 Sept. A. D. 1852 te Simpelveld, Limburg, Holland geboren. In zijne geestelijke bezigheden volbracht hij naarstig al wat een gped priester vereischt kan worden — door de zieken, armen en droefgeestigen te bezoeken en te troosten, de kinderen te onderrichten en hen tegen de kwade gezelschappen te behoeden.
Zijne begrafenis had plaats op Dinsdag 10:30 uur. De kerk was geheel in rouw behangen; en een grooten toeloop van volk, die minstens op 3000 geschat kan worden, kwam uit alle richtingen de plechtige uitvaart bijwonen. Onder het vijftigtal priesters tegenwoordig waren verscheidene Hollanders en Vlamingen, zelfs ook de weleerw. heer De Roo, van Baker City, Oregon, was er bij toeval aanwezig.
De lijkplechtigheden werden geleid door Mgr. McHahon, Bisschop van Hartford. De weleerw. heer De Bruyckere celebreerde de Mis en werd geassisteerd door de weleerw. Heeren A. Van Oppen, diaken en J. Van den Noort subdiaken, assistent E.J. Vygen, ceremonie-meester T. W. Broderick. Er werden twee treffende preeken gehouden, in het Fransch door den weleerw. heer Ariens en in het Engelsch door den weleerw. Heer De Roo. Mgr. McMahon en de andere aanwezige geestelijken zongen, als gebruikelijk is de absolutie.
De weleerw. heer J. A. Princen pastoor van Danielsonville, ook een Nederlander
(Valkenburg), verliet Donderdag-morgen zijn huis om zich naar Hartford
te begeven om de wïjding van den Heiligen Olie bij te wonen. Eer hij
Willimantic bereikte, werd hij onpasselijk en daar aankomende werd bij
door den weleerw. heer De Roo in een rijtuig geholpen en naar het huis
van pastoor de Bruycker overgebracht, waar hij om 3 uur namiddag overleed.
Deze priester had slechts twee dagen te voren de begrafenis
plechtigheden van den weleerw. Vader Arnold bijgewoond en nu stierf hij
in het zelfde huis. De opschudding onder de geloovigen en geestelijke ambtgenooten
en vooral onder de weinige Nederlandsche priesters moet wel groot
zijn geweest.
Mogen de zielen der betreurde afgestorvenen in vrede rusten.
bron: De Katholieke Limburger 21 april 1883
1 |
2
|
De grafsteen van Arnold van Wersch op het kerkhof van Willimantic in
de Amerikaanse staat Connecticut. In dit graf zijn enkele priesters uit
die tijd begraven. Onder andere pastoor Florimond de Bruycker (+1902) en
pastoor J. Princen (+1883). (foto's van Tom Beardsley)
De tekst op het graf (foto 2)
foto 3:
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |