Albert van Wersch en HISTOR

Inleiding
Albert van Wersch was tot zijn pensionering in 1975 directeur van de verffabriek Varossieau in Alphen aan den Rijn. Onder zijn leiding werd het merk HISTOR een begrip in de schildersbranche en de doe-het-zelf markt. Hoe Varossieau en HISTOR ontstonden wordt hieronder verklaard.

Deel 1: de geschiedenis: de familie Varossieau
Rond 1700 woedde in Frankrijk de hugenotenoorlogen en vele protestanten vluchtten naar België en Nederland. Een van de vele vluchtelingen was Jean Varossieau en zijn vrouw Jeanne Clouet. Op 28 februari 1730 stonden zij als leden ingeschreven in de Waalse kerk in Middelburg. Zij bleven niet lang in Nederland want hun zoon Jean werd in 1735 in het Franse dorpje Landouzy-la-Ville geboren. Dit dorp ligt in Noord Frankrijk rechts van Vervins (boven Reims). kerk van Landouzy Omstreeks 1760 vertrok de pruikenmaker Jean naar Nederland en kwam in Heusden (Noord Brabant) terecht. Hier trouwde hij met Anna Catharina van den Bergh. Uit dit huwelijk werd onder meer Louis (Lodewijk) Varossieau op 1 januari 1765 geboren. In 1786, Louis was 21 jaar, vertrok hij naar Alphen aan den Rijn waar hij op 29 april 1787 met Wilhelmina Paling uit Oudewater trouwde.

Lodewijk Varossieau was kunstschilder. Er zijn vijf werken van hem bekend: drie landschappen en twee portretten. Bekend en gewaardeerd was hij zeker, want zijn naam is opgenomen in het boekwerk 'Geschiedenis van de Beeldende Kunsten in de Nederlanden -Hollandsche en Belgische School- van de vroegste tijden tot op onze tijd' door Christiaan Kramm (1864), waarin men zegt: Varossieau (Louis) een kunstliefhebber, die te Aarlanderveen over Alphen aan den Rijn woont, van wien ik een klein schilderijtje heb gezien, met koeitjes en schapen, dat, in waarheid, malsch en uitvoerig, in de stijl van Jan Kobell, was geschilderd. Naar het genoemde werk te oordelen is het te bejammeren dat hij weinig schildert.

En zoals een goed kunstschilder betaamt, maakte hij zijn verf zelf. Ook de vernis waarmee zijn schilderijen beschermd werden, stookte hij zelf met lijnolie en harsen. Achter zijn huis in de Julianastraat in Alphen aan den Rijn, stond langs de Rijn de vernisstokerij. Vanaf 1795 was hij hier met een hulp actief in het maken van vernissen. En natuurlijk maakte hij meer dan dat hij zelf nodig had. Met als gevolg dat de overproductie verkocht werd aan rijtuig- en huisschilders.

De naam Varossieau werd in die dagen op verschillende manieren geschreven. In  de notulen van Vergadering van Vertegenwoordigers van Alphen en Rietveld gehouden op Dinsdag 5 september 1795, het eerste jaar der Bataafsche Vrijheid, werd zijn naam als Varosseaux geschreven. En als eerste luitenant van de gewapende burgerij tekende in 1796 Lodewijk met Varossieaux. Onder de oprichtingsakte van de Burger-Sociëteit op 28 september 1795 staat Lodewijk Varossieau.

In 1800 werd zijn zoon Lodewijk Willem geboren die met Wijnanda Aldenrahd uit Nieuwkoop trouwde. Zij kochten een huis in de gemeente Aarlanderveen. Tegenwoordig is dat Alphen aan den Rijn. Zijn huis stond op de plek waar nu Hazebroek gevestigd is.
In 1822 huurde Lodewijk Willem de vernisstokerij van zijn vader, breidde de verkoop uit tot omliggende plaatsen en had inmiddels vier man personeel. Lodewijk Willem oefende, naast het beroep van vernisfabrikant, ook een andere functie uit. Op 8 november 1833 werd hij benoemd tot raadslid van Aarlanderveen. Op 11 september 1844 overleed zijn vader Lodewijk Varossieau.

Lodewijk Varossieau, de vernisfabrikant en gemeenteraadslid, werd met een grote meerderheid in 1851 benoemd tot wethouder. Zes stemmen voor, één tegen. Tegelijkertijd werd hij tweede ambtenaar van de Burgerlijke Stand. Hij was toen 51 jaar.

Lodewijk en Wijnanda Aldenrahd kregen twee kinderen. Zoon Lodewijk ging een heel andere kant op dan zijn vader en Burgemeester Varossieau van Alphen aan den Rijngrootvader. Zijn dochter was geen optie om de fabriek over te nemen. Hierdoor kwam zijn 45 jarige aangetrouwde neef Cornelis van Rijn in aanmerking voor opvolging. Op 9 juni 1863 werd Lodewijk Willem door Zijne Majesteit  Koning Willem III tot burgemeester van de Gemeente Alphen benoemd. Hij was 63 jaar oud. Een eervolle promotie dus voor hem. Aangezien hij echter in Aarlanderveen woonde en het daar blijkbaar goed naar zijn zin had, ontving hij van Zijne Majesteit dispensatie om buiten Alphen te wonen. Op 71-jarige leeftijd vroeg hij ontslag uit zijn ambt, dat hem eervol werd verleend en overleed een maand later in 1872.

Deel 2: De periode van Cornelis en Willem van Rijn
Geertruida, de zus van Lodewijk Willem Varossieau, trouwde met Gerrit Kleij. Uit dit huwelijk werd dochter Wilhelmina in 1815 geboren. Zij was dus een nicht van Lodewijk Varossieau. Wilhelmina trouwde in 1838 met Cornelis van Rijn. Waardoor Cornelis een neef werd van Lodewijk Varossieau. Zoals hierboven al werd aangegeven had Lodewijk geen opvolging voor zijn vernisfabriek. Zoekend vond hij Cornelis van Rijn bereid hem uit de brand te helpen en de overdracht vond plaats op 1 mei 1862. Op deze datum schreef Lodewijk in een brief aan zijn klanten:
Ik heb de eer Ued. bij deze kennis te geven dat ik mijn FABRIEK VAN LAKKEN, VERNISSEN en STANDOLIE, sedert 40 jaren door mij gedreven onder de Firma van VAROSSIEAU & COMP., op heden heb overgedaan aan mijnen Neef den heer C. VAN RIJN, Tz., die daarvan door aankoop eigenaar geworden is, en haar van heden af, op denzelfden voet en onder dezelfde firma als tot dusverre, zal voorzetten.

Een jaar later werd Lodewijk Varossieau tot burgemeester van Alphen benoemd.

De alleenheerschappij van Cornelis van Rijn duurde vijf jaar. In februari 1867 richtte hij samen met zijn zoon Gerrit de firma Varossieau & Cie op.Cornelis is inmiddels 50 jaar. Gerrit (28) trouwde, kreeg vijf kinderen waaronder Willem, en stierf toen hij 35 jaar oud was in 1875. De broer van Gerrit: Lodewijk neemt het bedrijf over, maar sterft zelf zeven jaar later in 1882. Onder tussen is de weduwe van Gerrit (Johanna Cornelia van Buul) ook firmant geworden samen met Cornelis. Wanneer ook Cornelis overlijdt in 1885 wordt Johanna alleen firmante. Zij benoemt haar zoon Cornelis Jillis in 1900 tot directeur, maar ook die stierf. Van de vijf kinderen die zij had leefde er nog één: Willem Marinus, de anderen waren zijn allemaal jong gestorven.
In 1901 en 1902 vinden er enorme uitbreidingen plaats. Vergunningen worden verkregen tot de bouw van een machinekamer, ketelhuis, schoorstenen, stoomketel, de bouw van de verffabriek en uitbreiding van de vernisfabriek.
Op 1 april 1906 kocht Willem Marinus het aandeel van zijn moeder in Varossieau & Co (= Compagnie), waardoor hij uiteindelijk alleen eigenaar werd van de Naamloze Vennootschap Varossieau & Co, fabriek van japanlakken en vernissen.

Deze Willem Marinus van Rijn was maar liefst 31 jaar aan het bedrijf verbonden. Onder zijn leiding kreeg Varossieau zowel in binnen- als buitenland bekendheid. De fabriek, inmiddels stevig uitgebreid aan de Emmalaan in Alphen a/d Rijn, moest ervoor zorgen dat er hoge kwaliteit verf geproduceerd werd en het was Willem die deze producten aan de man bracht. Hij vertoefde vaak in het buitenland met name Duitsland en Oostenrijk voor de verkoop van zijn producten.
Ook in Parijs Wenen en Keulen werden fabriekjes gebouwd. De verkoop in het buitenland was voor Willem belangrijker dan in Holland. Hij noemde Holland 'een volwassen dwerg' in vergelijking tot alleen al Duitsland. Voor de Eerste Wereldoorlog kwam de export tot grote bloei. Driekwart van de productie ging de grens over. Naast de al genoemde vestigingen was er ook een eigen vestiging in Zwitserland en klanten in onder ander Denemarken, België, Spanje en Engeland. Bijna driekwart van de omzet was afkomstig uit het buitenland. Willem zag in die tijd al het nut in van reclame en schreef in een brief aan zijn adjunct directeur: Een gebrek is bij ons dat wij geen afdeeling of centrale hebben op kantoor voor uitbreiding en reclame der zaak." Maar toch verschijnen er prachtige etiketten en folders.

Het spreekt vanzelf dat de Eerste Wereldoorlog letterlijk en figuurlijk een grote streep door de rekening was. Met één klap viel een groot gedeelte van deze export weg. Het was juist deze export die zo belangrijk was voor Varossieau. De vestigingen in Parijs, Keulen en Bazel waren door gebrek aan grondstoffen en allerlei andere zaken, opgeheven.
Willem kreeg een zoon Jacob die na verloop der jaren als technisch directeur het bedrijf  tussen de twee wereldoorlogen leidde. Jacob verbeterde het productieproces en de receptuur.
Het eind van de Tweede Wereldoorlog maakte hij niet mee, hij was in 1942 als verzetsman in een concentratiekamp bij Hamburg overleden en er was geen directe opvolger. Zijn nagedachtenis werd door de nieuwe directie geeerd door de schenking van een klok, met zijn naam, in het carillon in de toren van de Alphense Adventskerk. De leiding van het bedrijf werd in de oorlogsjaren waargenomen door Leen Spreij.

Deel 3: De periode van Albert van Wersch
In 1946 vroegen de dochters van Willem van Rijn aan Leen Spreij, aangetrouwde familie van Van Rijn, een nieuwe directeur te zoeken en Albert van Wersch werd toen gevraagd.
Waarom Albert van Wersch? Zoals al op de webpagina van zijn vader Ferdinand duidelijk is, zat zijn grootvader en zijn vader en diens broers al in de verf. Toen Alberts moeder stierf, ging hij van school om zijn vader ondermeer zakelijk bij te staan. Het bleek een goede leerschool te zijn. Enkele jaren later verhuisde hij naar Amsterdam waar zijn broer Guus een verffabriek had. Voorheen was dit een filiaal van Les Fils Lévy Finger uit Brussel waar de broer van zijn vader (Frans) verkoopdirecteur was. Albert bleef twee jaar als volontair bij zijn broer in Amsterdam. Hij startte in de productie, nam lessen in scheikunde en richtte een klein laboratorium in. Daar ontwikkelde hij nieuwe muurverven. Vervolgens volgde hij een trainee-schap op de administratie, inkoop, verkoop en ging met vertegenwoordigers mee. Guus werd in 1939 gemobiliseerd en Albert was zover dat hij de leiding kon overnemen. Hij was toen 26 jaar. Toen Guus na een korte legertijd terugkwam, werd Albert gevraagd om als adjunct directeur een kleine verffabriek te leiden. In de vier oorlogsjaren leerde hij veel bij. gooische verffabriek
De vrede kwam in 1945 in Amsterdam, waar hij het jaar daarvoor getrouwd was met Elisabeth Munnik en Albert begon plannen te maken hoe nu verder. Hij leidde op dat moment de N.V. De Gooische Verffabriek van zijn broer Gus. Kort daarop, in maart 1946, kwam het voorstel van de heer Spreij uit Alphen aan den Rijn.

Als verfman van huis uit kende hij Varossieau  als een middelgroot bedrijf met goede, klassieke, producten en dertien man in dienst. Toen hij naar aankwam omschreef hij zijn kennismaking als een volkomen ontnuchtering. Ik trof een bedrijf aan waar de klok vijftig jaar geleden was blijven stilstaan. Het bedrijf was die tijd hopeloos verouderd. In een brief aan de adjunct directeur, de heer Hoogeboom, van 28 maart 1946 schreef Van Wersch: Ik ben vol lof over de toewijding en nauwkeurigheid waarmede ieder lid van deze gemeenschap zijn taak vervult. Dat de verschilende werkmethoden verouderd zijn doet hier geen afbreuk aan. Mocht ik, bij het invoeren van moderne werkmethoden, deze zelfde toewijding en nauwkeurigheid ondervinden, dan ben ik overtuigd dat, ieder in zijn taak, wij gezamenlijk zullen slagen het bedrijf een vooraanstaande plaats in de Nederlandsche  Verfindustrie te verzekeren."

Onder Van Wersch begonnen de vernieuwingen van Varossieau. De gemiddelde leeftijd van het personeel was zestig, de fabriekschef was 78 en 50 jaar in dienst, de baas van de verfmengers was 71 en 45 jaar in dienst, en de baas van de inpakkers was 68 jaar en 41 jaar in dienst. De jongste medewerker was 47 jaar. De oude garde kreeg een pensioen aangeboden en er kwam een nieuwe bedrijfsleider (28), een exportmanager (31), een chemicus (25) en, voor het eerst in het bestaan van het bedrijf,  zelfs een vrouwelijke kantoorbediende (17).
De hoge oude lessenaars met grote dikke boeken vol krulletters werden vervangen door bureaus met stoelen en in 1948 begon de bouw van een geheel nieuwe vernisfabriek die niet langer stoom maar stroom (electriciteit) als krachtbron had.
Ook de producten waren verouderd.

De waarde die het verleden voor de heer Van Wersch had, deed hem in 1949 besluiten een merknaam te kiezen waarin de historie voortleefde: Histor. Maar het verleden moest ook als voorbij beschouwd worden. vandaar de gedachte 'Historia exit': De geschiedenis is voorbij oftewel het oude heeft afgedaan. De naam Historex kwam hieruit voort. Het is duidelijk dat in de periode Van Wersch een nieuwe fase werd ingezet. De naam Histor was ook makkelijk in het buitenland te gebruiken want History is immers hetzelfde als bijvoorbeeld Histoire.
Het slopen en bouwen ging door en het aantal medewerkers nam weer toe. Met demonstraties en een reclamecampagne werden de nieuwe producten begin jaren vijftig in de schilderssector geïntroduceerd. Niet alleen de schildersbranche werd bewerkt, doordat Varossieau een goede naam had in vernissen, werd ook de drukinktindustrie met succes bewerkt. Zo werden in die tijd alle postzegels en bankbiljetten gedrukt met inkt waar Varossieau de vernis voor leverde. Ook de blikindustrie werd een grote afnemer en de drukkerijen gebruikte de hoogglanzende vernissen voor alle mogelijke etiketten, boekomslagen enz.

Leeuwarder Courant 11 april 1959Utrechts Nieuwsblad 22 november 1966De export werd weer daadkrachtig aangepakt. Export vond plaats naar Irak, Turkije, maar ook dichterbij naar Duitsland, waar Albert van Wersch een aparte BV oprichtte. In zijn hoogtijdagen had deze dochteronderneming 60 man in dienst. België kreeg ook een eigen vestiging, terwijl Luxemburg en Frankrijk met importeurs werkten. Een parel op de kroon werd een eigen fabriek in Paramaribo in Suriname waar veertig man werkte. Pas in 1966 werd de fabriek in Suriname geopend.
Voor de fabriek in Paramaribo staat Albert van Wersch

Varossieau kreeg op de doe-het-zelf  markt een groot aandeel met 'Histor', de merknaam die vanaf 1956 werd gebruikt voor alle lakken en verfproducten die bestemd waren voor deze doe-het-zelf markt. Maar het bedrijf zag tijdig in dat naast uitstekende technische product-eigenschappen ook de presentatie van een product een steeds belangrijker rol ging spelen. Daarom liet directeur Van Wersch door grafisch ontwerper Dick Elffers een geheel nieuwe vormgeving ontwerpen rond het thema kleur. In etiketten, briefpapier, een kleurenwaaier, het boek Kleur en de nieuwbouw van het kantoor aan de Emmalaan in Alphen aan den Rijn kwam de nieuwe stijl tot uiting. In 1957 ontving Varossieau van de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag ter gelegenheid van hun 275 jaar bestaan van minister Cals de "Picturaprijs" als erkenning "voor de stimulerende manier" waarop industriële vormgeving een kleur gekregen had.

Later werd de vormgeving door professor Jan van Keulen aangepast die de drie primaire kleuren en de rode o in het woord Histor bedacht. Voor de promotie van Histor bij het grote publiek werden tal van noviteiten bedacht, zoals reclamevliegtuigjes met een sleep met de tekst ‘Histor maakt 't mooier’ en ‘Histor geeft Kleur’, winkelpresentaties met losse kleurstalen. Succes bleef niet uit: begin jaren zeventig was Histor een der grootste Nederlandse doe-het-zelf merken. Bij Varossieau werkten 410 mensen en de omzet bedroeg toen 25 miljoen gulden. Daarnaast werd Varossieau ook bekend op het gebied van industrielakken. Histor werd het grootste A-verfmerk in Nederland.

Om strategische redenen werd in 1969 besloten samenwerking te zoeken met "N.V. Vernis- en Verffabriek voorheen Vettewinkel & Zonen" waaruit in 1970 I.C.M. (International Coating Materials) ontstond. In 1971 werd ICM door Petrofina gekocht, die reeds de verffabriek Pieter Schoen bezat. Deze drie verfdochters werden in 1972 samengebracht onder de huidige naam Sigma Coatings in Uithoorn, met Sigma, de som van alles als merknaam en tweeduizend werknemers. Albert van Wersch was er lid Raad van Bestuur tot 1975. In 1993 sloot na tweehonderd jaar Varossieau haar deuren in Alphen aan den Rijn.

Na zijn pensionering werd Albert gevraagd om in het bestuur van het Alphense ziekenhuis te komen. Dit deed hij 6 jaar lang.

Albert van Wersch stierf, in de armen van een van zijn zonen, op 90 jarige leeftijd op 1 maart 2005.
 

Terug naar Albert van Wersch in de 
Heerlense Tak
Terug naar 
Levensverhalen
index
Naar Artikelen over Albert van Wersch