Het geslacht Van Wersch komt uit de Belgische
plaats Weerst. De plaatsnaam Weerst is afgeleid uit het woord war-waer-weer-wer
in de betekenis van weren of verdedigen, zoals
in het woord waertoren. De uitgang st komt van stede of stee. Hieruit
volgt dus
Weerstede, Weerstee, Werste, Werst, Weerst:
met andere woorden: verdedigde stad of plek.
De Franse naam Warsage kwam reeds in 1150 voor
toen de prins-bisschop van Luik bij het verwerven van munitionem de
Warsage. Deze aankoop werd bevestigd in de bul van paus Adrianus in
1155 in castris, villis, burgis ... Warsage en door keizer Frederik
I Barbarossa, in een oorkonde van datzelfde jaar met de woorden castris
Warsage waarmee een fort aangeduid werd.
(Ceijssens 1,47 e.v.)
![]() |
![]() |
| Warsage foto's |
Jos Crott heeft een andere verklaring voor de achternaam Van Wersch. In zijn Familienamen in Limburg uit 1995, zegt hij:
"De naam van Wersch (Weersch)zou volgens de gangbare opvatting zijn afgeleid van Weerst, de lokale benaming van Warsage in de provincie Luik. Niettemin achten wij het ook best mogelijk dat voor het ontstaan van de naam het toponiem "Wersch", eertijds een vlek onder Weiden bij Aken, model heeft gestaan. Wij moeten bedenken dat vroegere gehuchtjes bestaande uit enkele huizen al lang van de landkaart verdwenen kunnen zijn. Opvallend is dat deze familienaam vooral in Kerkrade, Simpelveld, Bocholtz en Vaals inheems is; plaatsen die bij wijze van spreken onder de rook van Aken liggen. Verder ligt er nog een plaats Wersch in de omgeving van Keulen. Wij vermoeden dan ook het bestaan van twee niet aan elkaar verwante stammen, die elkeen eigen wordingsgeschiedenis hebben. Of deze theorie klopt kan uiteraard alleen door onderzoek van de familiegeschiedenis(sen) bewezen worden.
Blijkbaar kende hij het boek 800 Jaar Van Wersch niet dat al in 1992 uitgegeven werd. Hierin wordt duidelijk de afkomst van de familie Van Wersch uit Warsage bewezen, waarin, vooral bij de oudere Van Wersten, regelmatig verwezen wordt naar bezittingen van deze familie in en om Weerst..
Zo'n 30 km zuid oost van Leipzig ligt het plaatsje Werschen en volgens de Dikke van Dale is "werst" een oude Russische afstandsmaat van 1066,78 meter. In de Eifel ligt een plaatsje Wersch. Het stadsarchief van Aken schreef hierover:
Zu dem Ortsname Wersch kann ledelich eine
Vermutung werden geäussert. In: A. Bach, Deutsche Namenkunde, S.304,
ist davon die Rede, das im Ortenamen auch die Lage zu anderen Orten ausgedrückt
werden kan, z.b. bei 'Rechtenbach', oder 'Linkenbach' Wers bedeutet mittelniederdeutsch
'links'. Ob der Ortsname "Wersch" sich davon ableitet, kann allerdings
nicht mit Sicherheit gesagt werden.
![]() |
![]() |
| De huidige Ferme du Thier Saive in Warsage ligt op een heuvel. Op deze
plek lag oorspronkelijk de Hof van Weerst. Omstreeks de 12e eeuw waren
er in Weerst twee laathoven. De ene maakte deel uit van het bezit van ridder
Arnold van Werst. De andere staat hiernaast afgebeeld.
Door het huwelijk van jonkvrouw Christine van Werst in 1548 met de heer van Saive, ontstond de naam Ferme du Thier Saive, waarbij "thier" de Waalse naam voor helling is. foto uit 2000
|
De ingang van Ferme De Moinerie (Monnikenhof), de tweede laathof in
Weerst. Het oorspronkelijke gebouw werd in 1202 door de Cisterciënzers
gebouwd.
Lambert van Weerst voerde onder verantwoordelijkheid van de cellarius (monnik -econoom) het algemeen beheer van de Moinerie en had tevens de leiding van de bouw. Vanwege zijn vakkennis trad hij als deskundige op bij transacties ten behoeve van de abdij. Zijn taak als magister grangiae (mogelijk als meier van de laathof) was de verdeling van de landbouwwerkzaamheden onder de monniken, de aan- en verkoop van voedsel en het innen van tienden en cijnzen van de in leen uitgegeven terreinen. Over zijn bedrijfsvoering moest hij rapporteren en rekenschap geven aan de prelaat van de abdij. Volgens een oude regel, die zijn afhankelijkheid en ondergeschikt- heid moest beklemtonen, mocht hij zich niet te paard naar de abdij begeven . De vestiging van de monniken van de abdij van Hocht in Weerst had tot
doel om mede van daaruit, in een iets zuidelijker gelegen dal van de Berwinne,
het grensgebied van het hertogdom Limburg en het graafschap Daelhem, een
nieuwe abdij te bouwen volgens de bij hen gebruikelijke vormgeving en architectuur.
In deze woeste en onontgonnen omgeving hoopten de monniken beter in staat
te zijn volgens hun kloosterregel te leven dan in de abdij van Hocht waar
de tucht in de loop der tijden nogal verslapt was. Zij leidden eerst vanuit
Hocht en later vanuit de Moinerie de werkzaamheden.
bron: Albert van Wersch in zijn boek 800 Jaar Van Wersch foto uit 2000 |