JURIST IN PROEFSCHRIFT:
Invloed
De overheid bemoeit zich tot nu toe echter niet met de samenstelling
van de besturen van al deze particuliere instellingen. Alleen al daarom
is het dringend gewenst dat er duidelijke afspraken komen over de wijze
waarop het bestuur van die instellingen gekozen wordt. Democratisering
van de besturen is noodzakelijk, aldus Van Wersch. Volgens hem is er in
Nederland sprake van een unieke situatie. Nergens bestaat er zo'n uitgebreid
particulier initiatief. Nergens ook is deze sector zo sterk verdeeld in
bij voorbeeld christelijke en algemene instellingen.
Van Wersch signaleert dat deze sterke verzuiling steeds meer aan invloed
verliest. De ontkerkelijking leidt er toe dat steeds meer mensen nauwelijks
belang hechten aan die signatuur. Maar doordat de bestuursleden meestal
hun eigen opvolgers benoemen heeft daar de verzuiling nog nauwelijks aan
kracht verloren. Daar komt nog bij dat de overheid deze vroeger door particulieren
opgericht instellingen bijna zonder uitzondering voor honderd percent is
gaan financieren.
Er is nog een reden waarom mr. Van Wersch democratisering van de besturen
noodzakelijk vindt. De instellingen zijn in veel gevallen enorm gegroeid
en bij het werk zijn steeds meer beroepskrachten ingeschakeld. De instellingen
zijn dus met hun tijd mee gegaan, maar in de samenstelling van de besturen
is niets veranderd." Dit heeft veelvoudig conflicten veroorzaakt, waarvan
de Dennendalaffaire de meest bekende is.
In zijn uitgebreide proefschrift (dat in handelsuitgave bij Uitgeverij
Samson verschijnt) schetst mr. Van Wersch een model dat de besturen in
de non-profit sector in een wat meer eigentijds jasje kan steken. Kern
van het voorstel van Van Wersch is dat gebruikers (patiënten, cliënten,
ouders van schoolkinderen) zitting moeten krijgen in het bestuur. Ook de
samenleving (die opdraait voor bijna alle kosten van deze sector) moet
op de een of andere manier en vertegenwoordigingin het bestuur krijgen.
Van Wersch erkent dat het allemaal gemakkelijker gezegd dan gedaan is.
Enkele problemen: hoe kun je (tijdelijke) patiënten in een ziekenhuis
invloed op het bestuur geven? Hoe moet de vertegenwoordiging geregeld worden
van patiënten in de psychiatrie en zwakzinnigenzorg? Bestaat niet
het gevaar dat het bijzondere (katholieke of christelijke) karakter van
scholen op de tocht komt te staan wanneer buitenstaanders in het bestuur
komen? Hoe kan een al te grote afhankelijkheid van de overheid voorkomen
worden?
In zijn proefschrift probeert Van Wersch voor de verschillende problemen
oplossingen aan te dragen. Zo wil hij bij de besturen van instellingen
in de gezondheidszorg verenigingen of belangengroepen van patiënten
en cliënten betrekken. Dit is nodig wanneer er geen directe vertegenwoordiging
van de gebruikers mogelijk is.
Ook de vertegenwoordiging van het personeel is niet zonder problemen.
Er kan een rolconflict ontstaan omdat personeelsleden in het bestuur min
of meer hun eigen werkgever worden. Onder meer om die reden staat de vakbeweging
zeer aarzelend tegenover dergelijke voorstellen. Van Wersch hecht echter
sterk aan het principe, dat het personeel direct invloed kan uitoefenen
op het beleid van het bestuur van de instelling waar men werkzaam is. De
voordelen van directe vertegenwoordiging moeten niet onderschat worden,
aldus Van Wersch.
Over de vertegenwoordiging van de samenleving in de besturen schrijft
hij dat het aanbeveling verdient dat een gemeenteraad of wijkraad leden
van het bestuur benoemt. De bestuurders zijn verder overigens geen verantwoording
schuldig aan gemeente of wijkraad. Dan zou er namelijk een te grote afhankelijkheid
dreigen. Wanneer het om regionaal werkende instellingen gaat kunnen Provinciale
Staten onafhankelijke bestuurders benoemen.
Mr. Van Wersch ziet deze bestuurders als vertegenwoordigers van de
samenleving maar ook als representanten van toekomstige gebruikers. Bovendien
kunnen ze een „brugfunctie" vervullen bij conflicten tussen gebruikers
en personeel. Ten slotte kan met deze bestuurders de nodige bestuurlijke
en financieel economische deskundigheid binnen gehaald worden. Dit is vooral
bij grote en ingewikkelde instellingen van groot belang.
Van Wersch benadrukte in een toelichting op de dissertatie dat het
geenszins zijn bedoeling is het gehele particulier initiatief om zeep te
helpen. Integendeel. Het particulier initiatief kent vele nadelen, maar
vormt ook een nuttig tegenwicht tegen de macht van de overheid. „Het particulier
initiatief moet gehandhaafd worden. Maar dan dient wel een democratische
besluitvorming gewaarborgd te worden".
Hij erkent dat zijn voorstellen niet onomstreden zijn. In politieke
kring (met name het CDA) is fikse weerstand te verwachten. Illustratief
is dat door de regering ingestelde commissies al vele jaren aan het studeren
zijn, maar dat een afgerond standpunt van de regering nog steeds niet op
tafel ligt. Het kabinetVan Agt heeft wel in de regeringsverklaring laten
weten ,,met voortvarendheid" aan de zaak te willen werken. Maar als het
op concrete uitspraken aankomt „houdt de regering nogal wat slagen om de
arm," aldus mr. Van Wersch.
de Volkskrant 9 november 1979