Van
oude verhalen die voorbijgaan
Wat doe je in 's hemelsnaam als je je eigen vrouw niet kunt verstaan? Philippe van Wersch, een geboren Amsterdammer, begreep zijn Brabantse Jeanne af en toe totaal niet. Regelmatig bracht de Bergse hem met haar dialect in problemen. „Als ze vroeg of ik vaart had, antwoordde ik dat ik stilstond. Van die dingen", lacht Philippe. Om van zijn huwelijk een doorslaand succes te maken én omdat het een aardige bezigheid bleek, maakte Van Wersch een omvangrijke studie naar, alles wat maar met 'Berrege' en vroeger te maken heeft.
Het is enigszins uit de hand gelopen. Philippe
van Wersch (34) begon met het noteren van wat typisch Bergse woorden en
de betekenis daarvan, maar als 'import' mag hij zich nu als een groot kenner
van Bergen op Zoom beschouwen. Bescheiden als 'ie is, zal hij dat niet
doen, maar Philippe zou uitvoerige lezingen kunnen geven over Bergse bijnamen,
straatnamen, tradities, bijgeloof, liederen en vooral volksverhalen.
De produktmanager bij een Roosendaalse koekjesgigant gebruikte zijn
kennis voor het boekje 'Bergse wondervertelsels'. De amusante verhaaltjes
-geillustreerd door de rasechte Bergenaar Joop Mijsbergen -
vernam hij uit de monden van tientallen oudere Bergenaren die hij stuk
voor stuk thuis opzocht. Van Wersch ontdekte dat de derde leeftijd blij
was dat er weer eens een aandachtig oor naar die uitstervende overleveringen
luisterde.
„In welk gezin wordt er nog gezongen, wanneer vertelt pa of ma nog zo'n mooi verhaal bij de open haard? Het is doodzonde als straks niemand ze meer kent. De kinderen van nu horen dat allemaal niet meer. Die kijken alleen nog maar naar zo'n kreng van een televisie, voor ouders dé makkelijkste manier om niet met hun kinderen bezig te zijn. Daarom ben ik met die speurtocht begonnen, om ervoor te zorgen dat die oude volksliedjes en verhalen niet helemaal verdwijnen."
Van Wersch stapte met een taperecorder en een waslijst
vragen naar tehuizen en kwam via via op een enorm aantal adressen terecht.
„Als je aanbelt, zeggen ze praktisch allemaal dat hun verhaal niet zo bijzonder
is, maar naderhand blijkt vaak dat ze boordevol schitterende dingen zitten.
Veel mensen zijn alleen niet meer gewend om te vertellen, omdat nooit iemand
ernaar vraagt. Maar als je ze een beetje op gang helpt, krijgen ze er lol
in. Ik was ooit bij iemand, die haalde op een gegeven moment zijn hele
familie erbij. Stonden ze met z'n allen een hele avond te zingen, echt
die sfeer van vroeger."
Aan enthousiasme geen gebrek, maar de tot medewerkers gebombardeerde
ouderen maakten het Philippe niet altijd even makkelijk. Hij weet nu wat
het betekent om uren met stokdove mensen te converseren, moest ook de geschiedenis
van de vreselijkste ziektes en familieruzies aanhoren en er waren sommigen
die hem diverse keren een totaal andere versie van een volksverhaal voorschotelden.
Ze waren hem echter allemaal even lief.
Een van hen hield Philippe twee dagen zoet. Toen de hobbyschrijver hem later nog eens wilde uithoren, bleek de oude baas overleden. „Da's natuurlijk heel vervelend; je bent een bron kwijt. Maar aan de andere kant kon ik de familie blij maken met een bandje met de stem van opa. En ik ben tevreden omdat ik nog net op tijd was om nog iets uit die man te krijgen. Dat klinkt cru, maar het is wel een van mijn grote problemen: hoe kom ik aan al die verhalen voordat er geen mens meer is om ze te vertellen?"
Gelukkig kan Van Wersch voorlopig nog even vooruit.
Ook Bergen blijkt rijk aan liederen en vertelsels die de moeite van het
bewaren meer dan waard zijn. Het bevreemdt hem alleen dat zo weinig mensen
op die gedachte zijn gekomen. „Je hebt genoeg types met interesse voor
de historie in het algemeen, maar juist dat volksleven
komt er nauwelijks uit. In veel plaatsen in West-Brabant is dat trouwens
het geval. En het enige dat er over Bergen wordt verteld, handelt over
de Gertrudisbron en de Zeemeermin. Maar verder houdt het vrijwel op."
Nu wil hij niet beweren dat alle verhalen in zijn bundeltje typisch
Bergs zijn. Als veldwerker van het hoofdstedelijke Professor Meertensinstituut
dat zich specifiek toelegt op de folklore, herkent Philippe veel van wat
in de Scheldestad de ronde doet.
„Het vertelsel van de man die zich als non voordoet om eerzame lieden te bestelen, kom je in veel plaatsen tegen. Maar het is heel aardig om te zien hoe die dan aan de streek worden aangepast", zegt Van Wersch, die het wat dat aangaat geen bezwaar vindt dat hij hier als vreemdeling zit te pionieren. „Dat helpt me juist. Een ander vindt al gauw iets vanzelfsprekend, terwijl ik me nog regelmatig verbaas over bepaalde woorden of gebruiken. Slechts een enkele keer stoot ik m'n neus. Bijvoorbeeld toen ik in Bergen een afspraak had op de Vismarkt. Ik wist hoe ik moest rijden, maar toen ik dacht dat ik er was zag ik alleen het St. Catharinaplein. Geen besef dat dat hetzelfde was!"
Om er zeker van te zijn dat hij ook echte volksverhalen
te horen krijgt, is het voor Philippe zaak zoveel mogelijk oude Bergenaren
op de band vast te leggen. Bij dit vergelijkend warenonderzoek maakt hij
ook gebruik van archieven, oude kranten en ander documentatiemateriaal.
„In de volksmond verandert zo'n verhaal al gauw. Er komt wat bij, er
wordt wat vergeten... En dan probeer je het toch weer zo authentiek mogelijk
te krijgen. Soms lukt dat niet, hoor je van mensen maar vier, vijf zinnen.
Op zo'n moment maak ik er toch een heel verhaaltje van. Da's misschien
niet wetenschappelijk verantwoord, maar het moet toch om te lezen zijn.
Daarom schrijf ik ook niet in het dialect, dat vind ik zo'n onzin.
Wanneer je dat doet, begrijpt maar een beperkt publiek het en daarvoor
zijn die vertelsels veel te mooi."
Brabants Nieuwsblad 27 september 1985