Afscheid
van Paul van Wersch
Op het moment dat Paul van Wersch bij Dirkzwager begon, was het Gezondheidsrecht nog geen apart vakgebied. In die tijd bekommerde elke advocaat zich over het gehele pakket, van echtscheidingszaken tot arbeidsrecht. “Een uitgestorven generatie”, meent Van Wersch, hoewel hij nog zeer levendig oogt! Zo’n vijftien jaar geleden stond hij mede aan de wieg van de sectie Gezondheidsrecht, en inmiddels is Dirkzwager landelijk een van de weinige gerenommeerde kantoren op dit gebied. Hoe dat komt? “Waarschijnlijk omdat we thuis zijn in de zorgsector,” denkt Paul van Wersch. “Elke advocaat moet naar mijn idee naast juridische kennis, ook kennis hebben van de branche: het jargon spreken, weten wat de issues zijn. Bepaalde medische tijdschriften zijn verplichte literatuur.
In der minne
Gezondheidsrecht is nooit gaan vervelen. “De ontwikkelingen houden
het boeiend: de marktwerking in de zorg, patiënten zijn assertiever
en de druk om je als instelling te verantwoorden is toegenomen. Werden
fouten vroeger nog met de mantel der liefde bedekt, nu zit de zorgsector
veel meer in een glazen huis.” De grootste uitdaging voor Paul van Wersch
was vooral om ‘zaken in der minne te schikken’: “Dat vind ik het leuke
van het vak: in overleg met beide partijen zoeken naar een creatieve oplossing.
Dat is ook de stijl van Dirkzwager en persoonlijk hecht ik daar grote waarde
aan. Wij zijn geen proces-tijgers: als het kan proberen we conflicten op
te lossen, voordat het een rechtszaak wordt. Ook onze cliënten zitten
doorgaans niet te wachten op ellenlange, dure procedures.”
Aangrijpend
Eén rechtszaak zal hem altijd bijblijven. “Een medische tuchtzaak
die aangeeft hoe ik als advocaat in het vak sta. Door een fout van een
specialist was een baby overleden. Die arts was zo aangeslagen dat hij
overwoog te stoppen met zijn beroep. Ik heb moeten praten als Brugman om
hem daarvan af te houden. Het was een uitstekende, betrokken arts. De ouders
zeiden tijdens de hoorzitting, dat ze zo weer met een ziek kind naar hem
zouden gaan. Die hoorzitting was zo emotioneel en aangrijpend. Mede door
ons gesprek is de arts toch doorgegaan. Achteraf had ik het gevoel: hier
doe ik dit voor. Vechten is niet altijd de beste oplossing. Dat probeer
ik ook over te dragen op jonge advocaten. En voor een goede oplossing,
moet je je ook kunnen verplaatsen in het standpunt van de tegenpartij.”
Hectiek contra ethiek
Paul van Wersch betreurt het dat de advocatuur commerciëler en
hectischer wordt. “Ik begrijp dat een bedrijf rendabel moet zijn, maar
ik zie dat de maatschappelijke betrokkenheid steeds verder afneemt.” Dirkzwager
overigens, vormt daarop een uitzondering. “Dat is een van de redenen dat
ik het zolang heb uitgehouden. Hier heerst geen ‘afrekencultuur’. Op wat
dipjes na, ben ik elke dag met plezier naar het werk gegaan.” Maar nu nadert
toch echt het afscheid. Keert hij het vak definitief de rug toe? “Ik ben
nog voorzitter van een regionale Toetsingscommissie Euthanasie. Vanaf 1
januari begin ik als plaatsvervangend voorzitter van het Medisch Tuchtcollege
in Eindhoven en ik blijf lid van het Tuchtcollege van de Orde van Advocaten
in Arnhem. Vooral omdat de ethische kant van het beroep me fascineert.
Jonge advocaten zouden daar in alle drukte wat meer bij stil mogen staan:
hoe ver kun en mag je gaan als advocaat? Dat houdt je scherp.”
Zangles
Het eerste dat hij straks gaat doen is zangles nemen. Dat had hij al
veel eerder willen doen. Hij zingt in twee koren en speelt al jarenlang
blokfluit in een ensemble. Daarnaast wil hij meer tijd inruimen voor zijn
vijf kleinkinderen, voor zijn culturele interesses en om te lezen, te fietsen
of te tennissen. “Ik vind het heel spannend. Want werk geeft structuur
aan je leven, nu zijn je hobby’s ineens je daginvulling. Ik zie mezelf
nog niet op maandagochtend een roman openslaan! En ik zal bepaalde zaken
ook missen. Vooral het contact met de jongere collega’s van mijn sectie,
onze gesprekken over het leven en hobby’s. Maar ook het contact met cliënten,
met sommige heb ik een heel persoonlijke band opgebouwd.”
Maar de teerling is geworpen. Paul van Wersch, nu 63, stopt. Waarom
gaat hij eigenlijk niet door tot zijn 65e? “Je moet gaan als het nog leuk
is en niet wachten totdat je collega’s zeggen: ‘Paul, moet jij niet eens
stoppen?’ Dan is het al te laat. Ik hoop dat ze het nu nog jammer vinden
dat ik wegga! Ha, ha. “
Bron: Samenspraak, relatieuitgave Dirkzwager, nov 2009
Paul
van Wersch
Kantoor: Dirkzwager
Advocaten & Notarissen,
Nijmegen
Uurtarief: € 260
Specialisatie: tariefkwesties en vergunningen, geschillen tussen ziekenhuizen
en specialisten, maatschapgeschillen. “Vroeger was een ziekenhuis een geïntegreerd
medisch specialistisch bedrijf. Nu wordt iedereen binnen het ziekenhuis
opgejaagd door de marktwerking. Specialisten willen hun werktijd soms verdelen
tussen het ziekenhuis en de eigen privékliniek. Dat levert spanningen
op. Het overheidsbeleid is tweeslachtig: gas geven, daar waar het de marktwerking
betreft om vervolgens
vanwege kostenbeheersing weer op de rem te trappen. Aan de discussie
over mogelijk door ziekenhuizen te behalen winst op verkoop van onroerend
goed zie je waar het spaak loopt. Ziekenhuizen moeten volledig zelf over
die winst kunnen beschikken als je ze als een echte marktpartij beschouwt.
En als je toestaat dat aandeelhouders investeren in een ziekenhuis, moet
je ook accepteren dat die een aandeel in de winst eisen.
bron:Medinet mei 2008: top 15 advocaten gezondheidsrecht
![]() |
![]() |
|
|
van Wersch |