Moord
In Heerlen?
In den nacht van 23 op 24 October jl. werd in de nabijheid van de herberg
van van Wersch, te Heerlen, het lijk gevonden van den venter Peter Erven,.
die 's avonds te voren was gezien in gezelschap van den herbergier van
Wersch en van den gegageerden O.-I. militair Peter Luckers. In den omtrek
van het lijk wezen sporen aan dat Erven uit de woning van v.W. naar de
plaats, waar hij werd gevonden, was gesleept. Ook was het geld, dat men
bij den overledene had gezien, uit zijne zakken verdwenen. Aanvankelijk
werd aan roofmoord gedacht en werden v..W. en L. gearresteerd. Op het lijk
werden nochtans geene tekenen van geweld gevonden, evenmin als door een
scheikundig onderzoek vergiftiging werd aangetoond. De justitie wist niet,
wat van deze geheimzinnige zaak te denken, toen eindelijk de tweede beklaagde
Luckers voor den rechter-commissaris de bekentenis aflegde, dat Erven,
in staat van dronkenschap verkeerde, door den herbergier en hem buiten
de woning werd geleid en aan de straat nedergelegd; dat hij, Luckers, later
naar den beschonkene, dien hij slapende vond, is teruggekeerd en hem zijn
geld had ontnomen. Na deze verklaring werd v.W. buiten vervolging gesteld
en Luckers, ter zake van diefstal, naar de terechtzitting verwezen.
De behandeling deze zaak had woensdag voor de Arrondissements-Rechtbank
te Maastricht plaats. De verklaring der getuigen leverde weinig belangrijks
op en liet in het duister of Erven aan eene beroerte dan wel aan eene andere
oorzaak is overleden.
De beklaagde L, die een ongunstig verleden heeft, herhaalde onder heete
tranen zijne voor den rechter-commissaris afgelegde bekentenis. Dronkenschap
had hem tot eene daad gebracht,. waarvoor hij, nuchter zijnde, een afschuw
zou hebben gevoeld.
Door het O.M. is eene gevangenisstraf van 10 maanden gerequireerd.
De toegevoegde verdediger, Mr. Tripels, achtte in dezen het wettige
bewijs niet geleverd, vermits de verklaring van den beklaagde door niets
wordt gestaafd. Hij concludeerde derhalve tot ontslag van rechtsvervolging
en invrijheidstelling van den beklaagde. De Rechtbank beval dit laatste
en stelde de verdere behandeling dezer zaak uit tot 3 Januari a.s. als
wanneer nieuwe getuigen zullen worden gehoord.
bron: De krant van 24 december 1892
![]() |
![]() |
| Nieuws van den Dag 9 november 1892 | Nieuws van den Dag 13 december 1892 |
Hieruit bleek dat de herbergier Willem van Wersch was.
Uit het archief van Maastricht:
De aangifte van overlijden van Jan Pieter Erven werd door de brigadier
en de veldwachter gedaan. Hij is 27 jaar geworden, was werkman en geboren
en wonend in Schaesberg. Hij overleed 's ochtends om 4.00 uur in de Geleenstraat.
Willem van Wersch woonde destijds in de Geleenstraat. Hij was schilder,
maar had er blijkbaar tijdelijk een café bij. Het café had
gelukkig geen slechte naam gekregen, want Notaris Van Kessel hield daar
een openbare verkoop.
Willem kreeg samen met zijn vrouw Maria Penners acht kinderen. Slechts
één dochter overleefde haar vader.
![]() |
![]() |
|
|
|