Van
top tot teen voortdurend PIJN
De zieke Venlose kunstenares Luca van Wersch die vijf dochters alleen
opvoedt, komt vanmiddag uitgebreid aan het woord in KRO's De Wandeling.
Daarnaast verschijnt morgen haar boek Duizend lijntjes in mijn hoofd, met
poëtische foto's en tedere gedichten.
door Wil! Gerritsen
“Komt een vrouw bij de neuroloog, KNO-arts, diëtiste, fysiotherapeut, endocrinoloog, neurochirurg, internist, oogarts, reumatoloog en huisarts " Zo begint een van de mailtjes waarin de Venlose Luca van Wersch (42) familie,vrienden en kennissen regelmatig over het heftige verloop van haar ziektes informeert. De kunstenares heeft reuma, hernia in nek en rug, Menière (de duizeligheidsziekte) en de zeldzame aandoening acromegalie,veroorzaakt door een goedaardige tumor bij de hypofyse. Hierdoor gaan onder meer handen en voeten groeien, van schoenmaat 39 naar 43. Luca van Wersch, gescheiden en moeder van vijf jonge dochters die ze alleen opvoedt, hoort slecht en heeft eigenlijk "van top tot teen voortdurend pijn". Dit vertelt ze interviewster Hella van der Wijst in het programma De Wandeling dat de KRO vanmiddag uitzendt en zondag herhaalt.
Beiden slenteren door de Venlose binnenstad, maken een boottrip over de Maas. Een tochtje in het buitengebied mondt uit in een verrassing: een fotoshoot van Luca met haar dochters door een topfotograaf. Ook wordt een inkijkje gegeven in het dagelijkse reilen en zeilen thuis met de vijf jongedames, van een.peutertweeling tot bijna-puber.
Luca van Wersch werd begin dit jaar in deze krant geportretteerd. In het artikel kwam onder meer haar bijzondere visie op haar ziektes aan bod. In het gesprek met Hella van der Wijst vertelt zij over haar gevoelens, acceptatie en vooruitzichten.”Hoe gaat het met je lijf?”vraagt Van der Wijst na een inspannende beklimming van een heuvel. Antwoord: het gaat wel. "Dat is wilskracht. Die is heel groot. Als ik die niet had, zou ik hier niet staan. Dan zou ik überhaupt niet meer leven."
Het programma werd deze zomer opgenomen. Sindsdien is met Luca van Wersch het een en ander gebeurd. In augustus werd de tumor operatief uit haar hoofd verwijderd. Ofschoon ze hierdoor van een aantal klachten als constante hoofdpijn werd verlost, is ze nog altijd ziekelijk. Ze krijgt sondevoeding, -sinds de operatie heeft ze een bittere smaak in de mond en eet ze te weinig – en voelt zich aanhoudend slap. Ook ondervindt ze veel last van reuma en de hernia's. Verder heeft ze nog een aantal behandelingen voor de boeg, zoals twee ooroperaties. Tenslotte: terwijl ze in het programma nog als single wordt opgevoerd, heeft Luca inmiddels een nieuwe liefde gevonden. In De Wandeling laat Lucavan Wersch een proef zien van haar boek Duizend lijntjes in mijn hoofd, dat morgen verschijnt. In het boek heeft de Venlose kunstenares poëtische foto's en tedere gedichten gebundeld. De uitgave is ooit begonnen als een album dat ze via een fotowebsite samenstelde. "Het album lag hier op de keukentafel, maar was voortdurend weg. Uitgeleend. Het sprak zoveel verschillende mensen aan. Het zijn gedichten waarin veel mensen zich herkennen."
Het KRO-programma De Wandeling wordt vandaag om 17.05 uur op Nederland 2 uitgezonden. Zondag wordt het om 9.35 uur op dezelfde zender herhaald. Het boek Duizend lijntjes in mijn hoofd (ISBN 978-90-814211-1-9) is onder meer verkrijgbaar via internet, website www.lucaspointdevue.nl
Bron: De Limburger, 20 november 2009
Will. Gerritsen
Op
gezonde moeders ben ik niet jaloers
Net na haar scheiding werd er bij fotografe en schrijfster Luca van
Wersch (42) een tumor ontdekt. Die werd verwijderd, maar de schade
is groot: vanwege pijn is ze afhankelijk van morfinepleisters
en kan ze niet meer zelfstandig voor haar vijf dochters zorgen.
Pijn in mijn handen, daar begon het mee. Messcherpe tintelingen. In
een uur tijd leken ze drie keer zo dik. Op een gegeven moment kon ik mijn
handen niet meer bewegen door de pijn en ben ik
lopend naar de huisartsenpost gegaan. De arts vroeg:
“Ben je soms aan de drugs?” Wat ontging mij? Blijkbaar
zag ik er slechter uit dan ik dacht. Met een Prednison-kuur en het advies
om op korte termijn een reumatoloog te bezoeken, stuurde hij me naar huis.
“Jouw handen en voeten passen niet bij de rest van je lijf,” zei de
reumatoloog toen ik in mijn hemdje en onderbroek voor hem stond. Ik vertelde
dat mijn schoenmaat in twee jaar van 39 naar 43 was gegroeid, en
voor hem was dat genoeg: hij stuurde me door naar het ziekenhuis. Alles
raakte in een stroomversnelling. Onderzoeken. De MRI-scan in. Na twee weken
had ik de uitslag: acromegalie. Ik had er nog nooit van gehoord. Het is
een zeldzame ziekte die meestal wordt veroorzaakt
door een goedaardige tumor in het hoofd.
De hypofyse, om precies te zijn. Een kliertje zo groot als een erwt, onder
de hersenen dat verschillende klieren aanstuurt. De tumor zorgde dat mijn
lichaam te veel groeihormoon aanmaakte waardoor alles weer was gaan groeien:
voeten en handen, maar ook mijn neus, kaken en schedel.
Ons nieuwe leven, de nieuwe roedel
Voor
mijn gevoel had ik net mijn leven weer op orde. Ik was kort daarvoor gescheiden
van mijn tweede man, en voedde alleen vijf dochters op: Jazzy en
Matíze uit mijn eerste huwelijk, en Saulle en de tweeling Rêve
en Timbe, die ik met mijn tweede man had gekregen. Een bevriende
makelaar had al snel een pand in
Q4 gevonden, een kunstenaarswijk in Venlo. Een echt kruip-door-sluip-door-huis
met overal trappen, hoeken en kamers. Het moest van onder tot boven opgeknapt
worden. Drie weken ben ik aan de slag gegaan om het bewoonbaar te maken.
Op de eerste dag dat het huis af was en we allemaal in de woonkamer zaten,
keek ik rond. Dit was ons nieuwe leven, zei ik tegen de meisjes. Onze nieuwe
roedel. Ik bouwde een nieuwe vriendenkring op en begon mijn eigen bedrijf:
Luca’s Point de Vue. iermee maakte ik van mijn twee passies, schrijven
en fotograferen, mijn werk. Ik fotografeerde vooral baby’s, kinderen en
zieke of gehandicapte mensen, en schreef daarnaast in opdracht
levensverhalen, gedichten en theatervoorstellingen voor
kinderen. Binnen de kortste keren had ik een goed lopende onderneming.
Ook de kinderen gingen door met hun dagelijkse leven. In het weekend
bezochten ze hun vader, en doordeweeks waren ze bij mij. Ik hield er een
strak dagschema op na: rond half zes opstaan. Half zeven het ontbijt klaar
maken, kinderen wassen en aankleden. Schooltassen inpakken. Naar school
brengen. Even tijd voor mezelf. In de middag de kinderen weer ophalen.
Dan de een naar balletles, de ander naar musicalles. Daarna: avondeten.
En vanaf acht uur lag iedereen in bed. Dat ik vaak moe was en stekende
hoofdpijn had, vond ik niet zo vreemd. Ik voedde tenslotte alleen vijf
kinderen op. Wat wel opviel, was dat ik ook vocht vasthield, overbeharing
kreeg en dat mijn borsten weer melk leken te produceren. Toch zocht ik
daar verder niets ernstigs achter. Het kwam waarschijnlijk
door de hormonen. Misschien was ik vervroegd in de overgang? Voor
de zekerheid liet ik bloed onderzoeken, maar
daar kwam niets uit. Aan een bevriende orthopeed vertelde ik
dat mijn voeten de afgelopen drie jaar waren gegroeid. Elk jaar een maatje
groter. Was dat niet vreemd? Maar volgens hem werden botten nou eenmaal
weker in de loop der jaren, zeker als je zoals ik vijf kinderen op
de wereld had gezet.
Om de tafel voor mijn testament
Nadat de diagnose was gesteld, riep ik de kinderen bij elkaar. Er
groeide een tumor in mama’s hoofd en die was zo groot als een pepernoot.
De oudsten begrepen het meteen. Ging ik dood? Ik vertelde dat ik
zware medicatie zou krijgen die de groei van mijn handen en voeten
moest stoppen, en de tumor afremde. Uitgerekend op 5 december kreeg ik
mijn eerste injectie. Samen met twee goede vrienden en de kinderen
vierden we Sinterklaas. Tegen het einde voelde ik me niet zo lekker. Ik
kreeg hoofdpijn, was duizelig en had een opgezette buik. Toen het laatste
cadeautje was uitgepakt, ging ik tegen
de vlakte. Paniek. De kinderen huilden. De rest heb ik
niet meer meegekregen, de volgende ochtend werd ik wakker in het ziekenhuis.
Daar bleek dat ik als reactie op de medicijnen een zware Menière-aanval
had gehad. Een aandoening die gepaard gaat
met duizeligheid, oorsuizingen en misselijkheid.
De kinderen waren enorm geschrokken, maar
gingen ook weer snel over tot de orde van de dag. Maar
toen ik thuiskwam, sloeg Timbe haar armpjes om me heen en zei voor
het eerst dat ze van me hield.
Het
lukte niet meer om de opvoeding alleen te doen. Soms stonden mijn handen
zo krom dat ik niet meer kon koken. Ook zoiets simpels als
het verschonen van een luier werd een onmogelijke opgave.Gelukkig
sprongen de vaders bij wanneer ze konden, en kon ik altijd rekenen
op de hulp van mijn moeder en een paar goede vrienden.
Toen uiteindelijk de beslissing viel dat ik geopereerd moest worden,
heb ik van iedereen afscheid moeten nemen. De tumor bevond zich in de buurt
van slagaders. Eén verkeerde beweging van de artsen en het was over
en uit. Ik heb mijn testament gemaakt en zat met beide papa’s om de tafel.
Stel dat ik de operatie niet overleefde, konden zij er dan voor zorgen
dat de meisjes, die samen met elkaar opgegroeid waren, elkaar bleven zien?
Ik wilde eerlijk tegen de kinderen zijn en heb het beeldend aangepakt zodat
ook de allerkleinsten het enigszins zouden begrijpen. Er zaten zes
beren op de bank, en één beer pakte ik er vanaf. Dat
was mama, en die moest naar het ziekenhuis voor een operatie. Het was de
bedoeling dat ik beter werd, maar de kans bestond dat ik doodging.
Ze reageerden allemaal verschillend. Zo droomde Jazzy een paar nachten
lang dat ik dood zou gaan. En de avond voor de operatie stortte Matíze,
die eigenlijk heel introvert is, helemaal in. Ze pakte mijn zakdoek en
droogde daar mijn tranen en die van haar mee af. Vervolgens maakte ze twee
doosjes, een voor mij en een voor haar, knipte de zakdoek doormidden
en stopte in elk doosje een doekje. Ik moest die van mij meenemen naar
het ziekenhuis. Ze kroop bij mij in bed en viel uiteindelijk in slaap.
Het maximale uit het leven halen
De tumor werd verwijderd. De artsen vermoeden dat hij al tien jaar
in mijn lijf zat, maar pas sinds twee jaar echt actief is. Een be-angstigend
idee, alsof er een soort tijdbom in mijn lijf heeft gezeten. Onlangs
sprak ik met de anesthesist. Hij pakte alle MRI-scans
erbij en zei min of meer dat
mijn lichaam kapot is. Behoorlijk confronterend, ja.
Van de morfinepleisters kom ik nooit meer af. Dat mijn lijf alleen
kan functioneren op zulke zware medicatie is moeilijk te accepteren. Aan
de andere kant: waar maak ik me druk om? Als ik het hier nog een
tijd mee weet te redden, so be it. Ik wil het maximale uit het leven halen.
Ik ben niet zielig, en blij dat ik mijn verstand nog heb. Ik heb altijd
met veel liefde geschreven en gefotografeerd. Vorig jaar heb ik een aantal
gedichten en foto’s van mezelf en een paar vrienden gebundeld in een fotoboek.
Het zijn beelden en tekst die over het leven gaan. Een foto van een pasgeboren
baby die liefdevol wordt vastgehouden door de sterke handen van zijn vader.
Een gedicht over een vriendin die overleed aan kanker. Het boek lag thuis
op de koffietafel, zodat ik het kon doorbladeren als ik daar zin
in had. Maar al snel was het continu weg, omdat vrienden het wilden lenen.
Mensen raakten ontroerd door de gedichten en foto’s.
Ik kreeg zoveel positieve reacties dat ik besloot om het uit te geven.
Met mijn goede vriend Pieter richtte ik een uitgeverij op, en na
een gesprek met de gemeente die ons wel wilde sponsoren, was Duizend
lijntjes in mijn hoofd een feit. Sinds anderhalf jaar loop ik rond
met een slangetje in mijn neus, omdat ik sondevoeding krijg. Door
de tumor is mijn tong verdikt, waardoor slikken moeilijk is. De morfine
neemt mijn eetlust weg, en sinds de operatie
heb ik een bittere smaak in mijn
mond. Momenteel creëer ik weinig meer. Maar ik heb geleerd om
ontspanning te halen uit alledaagse handelingen zoals het opvouwen
van de was, en het smeren van een boterham voor de kinderen. Dat
mijn uiterlijk is veranderd, vond ik in het begin best moeilijk. Meer zelfs
dan ik wilde toegeven. Ik ben me altijd bewust geweest van mijn uiterlijk.
Heb een tijdje gewerkt als fotomodel. Maar dat was niet meer dan een aardige
manier om geld te verdienen. Ik ben nooit het type
geweest dat uren voor de spiegel staat,
het liefst ga ik met zo min mogelijk make-up de deur uit. Waar ik moeite
mee heb zijn de beelden uit de
periode waarin ik vocht vasthield, omdat
ik daarop de ziekte in mijn lichaam
terugzie. Mijn haar was altijd lang en dik. Maar door de medicatie
viel het met bossen tegelijk uit. Een paar
maanden geleden zette ik de stap om mijn
haar af te knippen. Soms ben ik daar verdrietig over, maar die pijn zit
niet diep. Dat ik maat 43 heb? Soit. Hetzelfde geldt voor de overbeharing:
als ik het niet bijhoud met een pincet, krijg ik een snor en een
baard. Vervelend, maar het is bijzaak.
Lieve briefjes in hun broodtrommel
Mijn
dochters zijn mijn leermeesters, en hebben me geleerd om te leven
in het nu. Jazzy is echt de oudste. Laatst viel ik flauw en dan is zij
degene die de medicijnen pakt. Van Matíze en Saulle krijg ik
lieve briefjes. Of ze komen thuis met handen vol zelfgeplukte
bloemen om me op te vrolijken. En zelfs de tweeling loopt naar de
badkamer om natte washandjes te maken als ik hoofdpijn heb. Het is
voor ons allemaal zoeken naar een manier
om met mijn ziekte om te gaan. De
kinderen hebben geleerd om met teleurstellingen
om te gaan. Door mijn ziekte lopen de dingen vaak niet zoals
gepland. Zoals de afspraak met Jazzy
om te shoppen, die niet doorgaat omdat ik voor
pampus op bed lig. Ik ben erachter gekomen dat ik de angst bij de
kinderen niet kan wegnemen. Wat ik wel kan doen, is er met hen over praten,
en laten zien dat mama soms ook bang is. Maar ziek zijn verbindt ook. Ik
werk met rituelen. Stop briefjes in de broodtrommels van de kinderen
waarop ik schrijf dat ik van ze houd. Of ik verstop cadeautjes in hun slaapkamer.
We dansen samen, en er is een periode geweest waarin we elke ochtend nadachten
over een zin, zoals: “Geef wat je wilt krijgen”. Daarmee stuurde
ik ze de wereld in. Dat ik de zorg grotendeels uit handen moet geven, vind
ik niet erg. Ik ben juist blij dat er een paar mensen zo dicht bij
de kinderen staan. Pieter en Marian, een vriendin, zijn goud waard. Marian
zorgt voor het huishouden en springt
regelmatig bij om de kinderen op te
vangen. Pieter staat vierentwintig uur per
dag stand-by. Hij brengt de kinderen naar school, haalt ze op, neemt
ze mee naar zijn huis en stopt ze in bad. Ik ben niet jaloers op
gezonde moeders die wel alles met hun kinderen kunnen doen. Jaloezie is
afgunst, een ander iets niet gunnen en dat voel ik niet. Natuurlijk vind
ik het wel eens oneerlijk dat iedereen met mijn kinderen de deur
uitgaat, behalve ik zelf. Dan zwaai ik ze vanachter het raam vrolijk
uit, en niet veel later stort ik in elkaar. Maar de dingen die ik wel kan,
doe ik bezield. Muziek maken, verhalen voorlezen, met ze praten en
naar ze luisteren. Door alles met liefde
te doen, krijgt het een extra glans.
Samen eten bijvoorbeeld is magisch. Heel vaak gaat dat niet omdat ik te
ziek ben. Dus als het wel lukt, vinden zij dat ook bijzonder. Laatst
zaten we met z’n zessen op het
dakterras. De zon scheen, en er stond een opblaasbadje
met vijf van die kwekkende meiden erin. Ik keek ernaar en het was
alsof de tijd stilstond. Ik wil ze zelf hun talenten laten ontdekken. Schrijven,
lezen, tekenen, schilderen – een gameboy kom je hier niet tegen. We hebben
wel een televisie, maar die gebruiken de kinderen alleen om een dvd
te kijken.
Financieel heb ik het niet breed: ik ontvang een uitkering en alimentatie.
Gelukkig kan ik toveren met geld. De kinderen zitten op balletles, streetdance
of krijgen pianoles aan huis. Het scheelt dat ik zelf weinig uitgaven
heb aan bijvoorbeeld de sportschool.
Weer een brandend vuurtje
Na mijn tweede scheiding gooide ik de deur voor mannen dicht. Ik ontwikkelde
verlatingsangst en was bang om iemand toe te laten. Dat heb ik lang volgehouden,
totdat ik negen maanden geleden Dick tegen het lijf liep en hij dwars door
mijn pantser heen beitelde. Gewoon door er te zijn en naar me te
luisteren. Ik kende hem al van gezicht, omdat we elkaar dagelijks
zagen als ik de kinderen naar school bracht en hij naar zijn werk ging.
We zwaaiden dan naar elkaar. De eerste keer dat we elkaar spraken was vorig
jaar in het ziekenhuis, ik was daar voor een afspraak, hij bezocht een
vriend. We raakten in gesprek en binnen vijf minuten was het beklonken.
Ik vroeg of hij mee ging naar mijn afspraak bij de chirurg en hij liep
mee. Daarna haalden we cappuccino in het ziekenhuisrestaurant
en praatten buiten op een muurtje verder. We zijn allebei onderuit
gegaan in het leven. Dick letterlijk: hij heeft op een dag zomaar pats-boem
een hartstilstand gekregen en is gevonden langs de weg. Gelukkig is hij
daar goed uitgekomen. Voor ons is een gezond lijf niet vanzelfsprekend.
Maar er is meer dat ons bindt. Onze relatie is gelijkwaardig.
We hoeven elkaar niet meer te veranderen. En de kinderen
zijn gek op hem. Onlangs zette ik sinds lange
tijd weer thuis muziek op: de filmmuziek van Amélie.
Het was zo’n typische zondagochtend: spelende
kinderen in de huiskamer, Dick met de tweeling op schoot en Pieter die
bezig was op het dakterras. De muziek ontroerde me. Jazzy kroop achter
de piano en ik pakte mijn fluit. Een voor een werd de rest naar de keuken
getrokken. En opeens voelde ik dat bekende
vuurtje weer branden. Het geeft me vertrouwen dat ik mijn weg zal vinden.
Mijn handen zijn nooit meer hetzelfde geworden. Ik heb er vrede mee.
Ook al zijn ze opgezet en staan mijn vingers af en toe krom, het zijn ook
de handen waarmee ik schrijf en fotografeer, als dat lukt. De handen waarmee
ik mijn kinderen vasthoud. Dit is mijn lijf en daar heb ik het mee te doen.’
Voor meer informatie over Luca’s boek: www.lucaspointdevue.nl
bron: Tijdschrift JAN, Interview Marit de Wit, Fotografie
Brenda van Leeuwen, augustus 2010
![]() |
![]() |
|
|
|