De
nieuwe direkteur
Als een van de bewijzen dat de heer A. H. C. van Wersch organiserend
en kreatief werkzaam is volgt hierbij een overzicht van de vele funkties
die hij bekleedt.
Heeft een man, die mede de skepter zwaait over bedrijven met een bezetting
van 1000 man daarvoor wel de tijd?
Waarom aksepteert hij die dikwijls vererende uitnodigingen om zitting
te nemen in kommissies en bestuurs-kolleges?
Is het ijdelheid?
Of zijn idealistische motieven de drijfveer?
Uit zijn antwoorden kon ik duidelijk twee motieven halen.
Alle aktiviteiten, die niet direkt zakelijk gewenst zijn bedrijft bij
omdat hij vindt dat zij tot zijn taak behoren.
Een mens is er niet alleen voor zichzelf en voor zijn gezin. Ieders
leven krijgt pas inhoud wanneer hij zich ook voor anderen voor de gemeenschap
in zijn totaliteit wil inzetten.Dat is een levensopvatting.
Op zakelijk niveau leer je pas goed de positie van het bedrijf te zien
wanneer je veel zakelijke kontakten in de maatschappij legt.
Toegegeven: het kost veel tijd, vrije tijd zelfs maar het komt het
beleid voor het bedrijf zelf ten goede en dat kan een waarborg voor de
kontinuiteit betekenen
Funkties van de heer A.H.C. van Wersch:
Lid Raad van Bestuur International Coating Materials (I.C.M.)
N.V., waaronder vallen twee werkmaatschappijen
Varossieau & Cie. N.V. met een zestal dochterondernemingen in binnen-
en buitenland en
N.V. Vernis- en Verffabriek v/h H. Vettewinkel & Zn. met een achttal
dochterondernemingen in binnen-en buitenland.
Kamer van Koophandel Leiden:
bestuurslid
Vereniging van Vernis- en Verffabrikanten in Nederland, Wassenaar:
9 jaar bestuurslid, waarvan 6 jaar als vice-voorzitter.
In verband met eigen werkzaamheden het voorzitterschap voorlopig niet
aanvaard.
Financiële commissie:
voorzittter
Publiciteitskommissie:
voorzitter
Kommissie Exportgroep:
bestuurslid
Vereniging van Verf Research, Wassenaar:
voorzitter
Verfinstituut T.N.O.:
bestuurslid
Kommissie Warenwet en Sub-komm. Verpakkingen, Leidschendam: lid
Ned. Normalisatie Instituut, Rijswijk Kommissie T9c Verf:
lid
Ver. Bedrijfskontakt Nederland-Suriname, Den Haag:
bestuurslid
Industriële Klub Alphen a/d Rijn:
voorzitter
Stichting Kultureel Centrum, Alphen a/d Rijn:
bestuurslid
R.K. Kerkbestuur Pius X:
penningmeester
A H. C. van Wersch, direkteur van Varossieau en Cie Lakfabrieken NV,
sinds 19 mei 1969 lid van de Raad van bestuur van de ICM en mededirekteur
van Vettewinkel. Daar zat ik dan op een goede middag ten huize van de heer
en mevrouw Van Wersch, boordevol ideeën voor een interview met het
doel de Vettewinkel-medewerkers hun nieuwe direkteur te laten Ieren kennen.
Alle mogelijke vragen had ik van te voren geprepareerd opdat het gesprek
toch maar vooral niet uitsluitend zou gaan over zijn hobby's, zijn schoolopleiding
en dergelijke obligate onderwerpen. Een interview is het het eerste uur
niet geworden.
De wil om iets van zichzelf te vertellen en daardoor nader kennis te
maken met de Vettewinkel-medewerkers was zo overduidelijk aanwezig, dat
het moeite kostte de stroom van personalia te verwerken.
De heer Van Wersch is een man, die een gejaagde indruk maakt en die
van zichzelf zegt, dat hij nog moet leren (op 55-jarige leeftijd?) rust
te vinden.
Organiseren is zijn lust in zijn leven; hij wil telkens iets anders
onderhanden hebben. Als het een klaar is, heeft het volgende idee in zijn
gedachte al weer gestalte gekregen en begint hij er aan te werken. Met
hart en ziel probeert hij in verenigingen en koormissies het gestelde doel
te realiseren en aanvang mee te werken aan de bouw van een kultureel centrum.
En als het dan klaar is, kijkt hij niet vergenoegd achterom, maar ziet
hij alweer vooruit naar een ander objekt dat de moeite van het realiseren
waard is.
Zijn stortvloed van informaties over zichzelf en over zijn ideeën
dekte voor een deel mijn vragen.
Maar hoe staat hij tegenover de aktuele vraag van het werknemer-kommissaris
zijn in een onderneming? Ziet hij zichzelf over een luttel aantal jaren
al zitten achter de bestuurstafel bij een aandeelhoudersvergadering met
een werknemer in de raad van kommissarissen?
Ja, dat ziet hij al voor zich; hij staat positief tegenover deze bijzonder
aktuele gedachte.
Niet voor niets is de personeelsafdeling van de ICM in het nieuwe organisatieschema
een stafafdeling van de raad van bestuur. Voor het beleid is het van essentieel
belang te weten wat er bij het personeel leeft; met de betrokken staffunktionaris
moet onmiddellijk en rechtstreeks overlegd kunnen worden welke maatregelen
de beste zijn opdat het werk, dat door mensen wordt verricht, zo goed mogelijk
gedaan wordt. Dat laatste kan namelijk alleen maar indien rekening gehouden
wordt met de medewerkers als mens. We zullen allen maatschappelijk moeten
leren denken. Met name door de vakbonden wordt dat steeds nadrukkelijker
gesteld. Het moet echter ook door niet in een vakbond georganiseerde medewerkers
geschieden. Het wezen van de onderneming wordt straks een gemeenschap van
mensen.
Wat vindt hij van Vervetal, eens een geduchte konkurrent en nu een partner,
een ander been in de steeds groeiende doe het zelf markt? Merkte hij de
laatste jaren dat Vervetal een duidelijke runner-up is en een steeds belangrijker
plaats in de markt ging innemen?
En of hij dat merkte en met argus ogen gadesloeg. Als goed organisator
had hij alle bewondering voor de aktiviteiten, die Vettewinkel ontketende
om haar Vervetal-omzet groter te maken. Hij zag dat dit gericht geschiedde,
dat analystisch gedacht werd en dat dat resultaten afwierp. Hij merkte
dat de naar buiten gekeerde aktiviteiten succes opleverden en hij zag (en
ziet) in Vervetal een merk waar rekening mee gehouden moest worden c.q.
waarmede de positie van de ICM in de markt verstevigd kan worden.
Op een avond werd in een televisie-programma over het Engelse koningshuis verteld dat de Engelse koningin op één van haar befaamde garden party's wel 2500 handen moet schudden en ik vroeg me in gemoede af of de heer Van Wersch van plan is 600 handen te schudden als kennismaking.
Hoe stelt hij zich zijn introduktie bij Vettewinkel voor? Hoe wil hij
de verschillende medewerkers leren kennen en begrijpen?
Het antwoord is kort en krachtig.
Hij begint in de top omdat hij in ieder geval de hiërarchische
weg wil volgen. Verder heeft hij als beroepsmanager geleerd dat een volledige
openheid van zijn kant de beste methode is.
Hij kan wachten op wat er terugkomt en hij twijfelt er niet aan dat
het positief is.
Vettewinkel en Varossieau hebben nooit als kemphanen tegenover elkaar
gestaan, maar zij waren toch duidelijke konkurrenten.
Hoe zag hij Vettewinkel? Wat trok hem in het bedrijf aan? De verkooppolitiek
via de opdrachtgever met de daarbij behorende ondersteuning had en heeft
zijn bewondering. Misschien heeft hij wel eens met iets van jaloezie naar
die aktiviteiten gekeken. Wat hem - na de fusie, toen hij het bedrijf van
„binnen" kon leren kennen - opviel was de logika van het produktieproces
in de oude fabriek op de PH kade. De zeer beperkte mogelijkheden zijn er
volledig uitgebuit.
Er is logisch gedacht.
Zijn vader had een groot schildersbedrijf in Limburg en zette daarmede
de traditie van enige honderden jaren voort: werkzaam zijn in de verf.
Zoals in die jaren gebruikelijk ging A. H. C. in België op school.
Eerst in pensionaat later op het bisschoppelijk kollege en weer later naar
de handelsschool.
Nadat hij door familie-omstandigheden enige tijd thuis was geweest
kwam hij bij zijn broer in Amsterdam die daar toen al op de Duivendrechtsekade
een verffabriek leidde. Voor f 5,- zakgeld per week (die door zijn vader
betaald werden) liep hij er stage. Eerst op kantoor, maar dat beviel hem
al gauw niet. Hij wilde de fabriek in, kocht een overall en kreeg toen
natuurlijk alle mogelijke minder prettige klusjes op te knappen. Van Wersch
ging scheikunde leren en begon een laboratorium. In zijn eentje. Dat was
een kolfje naar zijn hand.
In 1939 werd de weerbare mannelijke bevolking gemobiliseerd; zijn broer
was daarbij en dus verving hij hem. Op het moment dat hij terug kwam zocht
de direktie van Avis- Olie fabrieken, die pas de Gooise Verffabriek had
gekocht, daarvoor een leider. Het werd Van Wersch.
De oorlog liep teneinde. Hij had geleerd wat organiseren betekent.
Hij wist hoe vernuftig je dikwijls moet zijn om je doel te bereiken.
Maar: wat nu?
In die tijd waren er zeer veel kleine fabrieken ter overname.
De aanvoer van grondstoffen was behalve makkelijk en daardoor hadden
vooral de kleineren het moeilijk.
Ook Varossieau zocht een leider en dat Van Wersch uiteindelijk daar
is gekomen vindt zijn oorsprong in het feit dat hij vond dat een goede
gevestigde naam een betere basis is om op te bouwen dan iets anders.
Hij kwam in een bedrijf dat zo door Dickens in een van zijn kostelijke
verhalen neergezet had kunnen zijn.
Er waren geen recepteuren, wel lessenaars waarachter de klerken staande
hun werk deden. De fakturen werden met de hand geschreven Een telefoon
(in een speciale cel) was het enige mechanische kommunikatiemiddel met
de buitenwereld. Een laboratorium was er ook niet, maar wel een stoommachine
waarmede alle andere machines aangedreven werden.
Als pikante bijzonderheid kan dan nog vermeld worden dat de gemiddelde
leeftijd van de werknemers in 1946 65 jaar was. Zo verliep in 1946 de start;
23 jaar geleden dus met een direkteur die welgeteld 32 jaar oud was en
die wat aandurfde.
Terstond aan de slag en zijn eerste werkzaamheden waren: personeelsleden
werven, grondstoffen kopen (althans proberen dat te doen in een periode
van schaarste), de boer op om verf te verkopen en (re)organiseren.
Werk genoeg aan de winkel.
Ook in 1947 nam de export al een belangrijke plaats in on onze samenleving
en aangezien je makkelijker grondstoffen toegewezen kreeg wanneer je met
exportorders kon wapperen, ging de heer Van Wersch naar Turkije, Irak en
Skandinavië. De resultaten die hij daar boekte, waren de basis voor
het verkrijgen van grondstoffen
De eerste top-funktionaris, die hij aanstelde, was uiteraard een export-manager.
Maar ook in het binnenland werden de vleugels uitgeslagen. Hij ging na
welke sektoren nog niet door de verfindustrie bewerkt en bediend werden.
Dat is bij Varossieau de opkomst van de blikdruklakken geweest.
De opkomst van de doe het zelf markt is genoegzaam bekend:
Varossieau zorgde ervoor dat zij er als de kippen bij was. Op dat moment
- zulks in tegenstelling tot de situatie van dit moment- was de omzet bij
de schilder (om het gemakshalve maar zo te noemen) groter dan bij de winkelier:
De vertegenwoordigers in de professionele sektor bezochten ook de winkeliers
en zij hadden alras door dat dat een aantrekkelijke markt aan het worden
was. Had men nl. eenmaal een winkelier als klant, dan leverde elk bezoek
orders, als aanvulling van de verkochte winkelvoorraad op. Bij de schilder
was dat wel anders.
En wat gebeurde er dus? Dat de vertegenwoordigers meer winkeliers gingen bezoeken en minder schilders. Daardoor groeide de omzet in doe het zelf produkten (Histor) sneller dan Historex (professionele produkten).
Weet u overigens hoe de naam Histor is ontstaan?
Een man als Van Wersch, die zo met het bedrijf verbonden is en gevoel
voor geschiedenis heeft en alles over het bedrijf voor het nageslacht vastgelegd
heeft, moet het even aan me kwijt.
In 1956, toen het bedrijf 151 jaar bestond, werd gezocht naar een naam
voor de doe het zelf produkten. Het werd Histor, afgeleid van histoire,
historie, history.
Nu is hij ook direkteur van Vettewinkel met als individuele verantwoordelijkheid
als lid van de raad van bestuur van de ICM, de produktie technische sektor.
Wat gaat hij daar nu aan doen?
De ICM beschikt over verschillende, verspreid liggende produktie-eenheden.
Daar moet het maximale rendement uit gehaald worden. Wanneer er bij wijze
van spreken twee produktie eenheden zijn, die beiden hetzelfde maken en
die beiden niet op top kapaciteit draaien, is dat op zijn minst de moeite
van het bestuderen waard. Koördineren opdat met het beschikbare technische
apparaat grotere technische prestaties geleverd worden.
Maar ook: de ICM uitbouwen, andere bedrijven aantrekken of daartoe
uitnodigen en als dat resultaat afwerpt, zorgen voor een juiste integratie
op technisch gebied. Enzovoorts, enzovoorts. Een horizon is er wat dat
betreft niet.
Dit is A. H. C. van Wersch, onze nieuwe direkteur, vader van zes kinderen,
die nu de leeftijd van „het niet zoveel meer thuis zijn" hebben. Vader
vindt het daarom wel eens wat stil in huis.
Onze nieuwe direkteur; een man, die nooit met vakantie gaat omdat hij
daar niet van houdt en veel liever rustig (!?) thuis zit. Een man, die
nu al vijf jaar dezelfde sportauto bezit, omdat je daarmede zo lekker snel
verkeerscongesties kunt ontlopen, maar die overigens niet van racen houdt.
Een man ook, die graag estetisch werkzaam is, die de uitvulafdeling
in de fabriek laat betegelen omdat de werkomgeving voor zijn mensen dan
zoveel prettiger wordt.
Die reprodukties van vermaarde meester in de fabriek laat bevestigen,
dit jaar zijn het uiteraard Rembrandts.
Die instruktie heeft gegeven om de tuinen rond de fabrieken goed te
onderhouden, het gras regelmatig te laten maaien, de kantjes netjes te
laten knippen en de bloeiende planten te laten onderhouden.
Van Wersch, die de aan de waterkant liggende achtergevels van de verschillende
gebouwen in Alphen aan den Rijn een kleurrijk uiterlijk liet geven, die
vindt dat alle kantoren goed geschilderd en kraakhelder ter beschikking
van de medewerkers moeten staan en die dit allemaal in en om het nieuwe
hoofdkantoor in Uithoorn wil realiseren.
Dat is onze nieuwe direkteur.
(artikel verschenen in het personeelsblad van Vettewinkel in november 1969)