In
Memoriam dr. van Wersch
Na zijn artsexamen vestigde Van Wersch zich als huisarts op de Heerlerbaan, Geboortig uit het naburige Simpelveld was hij goed bekend met de aard van deze bevolking. Toch is het niet dat wat hem in korte tijd een uitgebreide praktijk bezorgde maar veel meer de hoge opvatting die hij van zjjn beroep had. Voor Van Wersch was "dokter zijn" een roeping; daarnaar leefde en werkte hij en dat deed hem het vertrouwen van zijn patiënten winnen. Daarnaast was Van Wersch wetenschapsmens. Hij was in die tijd één van de weinige huisartsen die ondanks een drukke praktijk kans zag te promoveren. De laboratoriumonderzoeking, die voor zijn in 1935 verschenen proefschrift "Over de tetanie en haar behandeling" nodig waren, is hij thuis in een door hem ingericht -natuurlijk vrij primitief - laboratorium begonnen en heeft hij voortgezet in het laboratorium van prof. Snapper te Amsterdam. Daar kreeg hij eerst recht de smaak voor het wetenschappelijke onderzoek te pakken en vele publikaties in wetenschappelijke tijdschriften en zelfs boekwerken zijn van zijn hand verschenen. Hij werd in 1940 lid van het Genootschap ter bevordering van Natuur- Genees- en Heelkunde. De financiële offers die dit alles met zich meebracht telde hij niet. Dat, ondanks het feit dat hij nogal eens, om zich aan zijn wetenschappelijk werk te kunnen wijden, een vervanger zijn praktijk liet doen, deze praktijk niet terugliep, bewijst wel hoe zijn patiënten aan hem gehecht waren.
In januari 1967 moest hij een operatie ondergaan die hem zo aangreep
dat hij in juni zijn 40-jarig artsjubileum, bij gelegenheid waarvan dr.
Appe1man een stuk schreef in het Nederl. Tijdschrift van Geneeskunde, alleen
in intieme kring kon vieren.
De hoop dat dit later uitgebreider en meer officieel te kunnen doen,
iets waarop de hele Heerlerbaanse gemeenschap zich gespitst had, is nu
ijdel gebleken. Nadat hij zeer korte tijd nog in zijn praktijk gedeeltelijk
werkzaam geweest was, bleek zijn ziekte te verergeren en ongeneeslijk te
zijn. De laatste weken werd hij in het St. Jozefziekenhuis verpleegd. Diegenen
die hem daar bezocht hebben, zijn getroffen door de moed waarmee hij het,
nu ook hem bewust geworden feit, van het naderende einde heeft gedragen.
Zelfs op dit ziekbed, waarvan hij wist dat het zijn sterfbed zou worden,
bleef hij actief tot het einde toe en probeerde hij datgene wat in
zijn ogen af moest ook af te maken.
Waarlijk een groot mens ging van ons heen. Voor zijn gezin moge deze
gedachte een troost zijn alsook het feit dat hij nu zeker uit de hand van
God het loon voor al zijn werken en ploeteren hier op aarde ontvangen zal
hebben.
Dr. O. A. DRIESSEN
bron: De Limburger 23 september 1967
met dank aan Fred Alberts
PERSONALIA
In memoriam Dr. H. J. van Wersch.
In de vroege ochtend van 22 september overleed in het St. Jozefziekenhuis
alhier Dr. HUBERT JOSEPH VAN WERSCH, huisarts te Heerlerbaan, Heerlen.
Nog slechts enkele maanden geleden heeft collega APPELMAN een curriculum
vitae gegeven ter ere van het 40-jarig arts jubileum van deze voortreffelijke
medicus (deze jaargang, bI. 1147).
VAN WERSCH werd geboren in Simpelveld, in de buurt van de plaats waar hij zich later als huisarts zou vestigen. Hij studeerde geneeskunde in Utrecht en Amsterdam, daarna was hij nog korte tijd assistent op de interne afdeling van het Joannes De Deo ziekenhuis in Den Haag. In 1927, op de leeftijd van 29 jaren vestigde hij zich als huisarts op de Heerlerbaan in de gemeente Heerlen. Het was zeker niet in de eerste plaats omdat hij bekend was met de aard van de bevolking, en hun dialect sprak, dat VAN WERSCH in korte tijd een uitgebreide praktijk kreeg, maar veel meer nog vanwege de hoge opvatting die hij van zijn beroep had.
Voor VAN WERSCH was het arts zijn een roeping, en daarop was heel zijn doen en laten ingesteld; zijn patiënten wisten dat zij op hun arts konden vertrouwen. Daarbij maakte hij het zich niet gemakkelijk. Hij had een vorsersdrang in zich, die hem ertoe bracht, telkens weer naar de diepere achtergronden van de ziektebeelden van zijn patiënten te vragen. Een eerste gevolg hiervan was, dat hij naar aanleiding van een patiënt met tetanie, in een natuurlijk enigszins primitief bij hem thuis ingericht laboratorium, begon, bloed chemische bepalingen te doen. Toen hij inzag dat dit niet voldoende was, vroeg en kreeg hij toegang tot het laboratorium van Prof. SNAPPER, waar hij een regelmatige en zeer geziene gast werd.
Dit eerste onderzoek resulteerde in een proefschrift in 1935 Over tetanie
en haar behandeling. Wat VAN WERSCH sindsdien allemaal op wetenschappelijk
gebied gepresteerd heeft, kan men in het bovengenoemde artikel van collega
APPELMAN terugvinden. Vele hoogleraren en andere wetenschappelijke werkers
mag hij tot zijn vrienden rekenen. In de oorlog werd meermalen bij VAN
WERSCH thuis door een hoogleraar of een medewerker een wetenschappelijke
voordracht gehouden. Het is vanzelfsprekend dat VAN WERSCH lid was van
de artsencursuscommissie alhier; hij was ook tot lid gekozen van het missie
alhier; hij was ook tot lid gekozen van het Genootschap ter Bevordering
van Natuur., Genees- en Heelkunde te Amsterdam.
Merkwaardig is, dat ondanks het feit dat VAN WERSCH in verband met
zijn laboratoriumwerk nogal eens in zijn praktijk moest doen vervangen,
zijn patiënten hem trouw bleven.
In januari 1967 moest hij een operatie ondergaan, die hem zó aangreep, dat hij in juni zijn 4o-jarig arts- jubileum alleen in intieme kring kon vieren. De hoop, dit later uitgebreider en meer officieel te kunnen doen, iets waarop de hele gemeenschap van Heerlerbaan zich gespitst had, is nu ijdel gebleken. Nadat hij nog korte tijd in zijn praktijk gedeeltelijk werkzaam geweest was, bleek zijn ziekte te verergeren en een ernstige wending te nemen. De laatste weken werd hij in het St. Jozefziekenhuis verpleegd. Degene die hem daar bezocht heeft, zal getroffen zijn door de moed waarmee hij het nu ook hem bewust geworden feit van het naderende einde tegemoet trad. Zelfs op dit ziekbed, waarvan hij wist dat het zijn sterfbed zou worden, bleef hij actief tot het einde toe, en probeerde hij datgene wat in zijn ogen nog af moest, af te maken.
In VAN WERSCH verliest Heerlen en uitstekend medicus, en een groot mens ging van ons heen. Op zijn verzoek werd hij opgebaard in de vertrouwde omgeving van zijn werkkamer. Moge voor zijn vrouw en kinderen een troost zijn, te weten, dat zij iemand verliezen, die zichzelf nooit rust gegund heeft, maar deze nu ongetwijfeld als loon voor al zijn werken en ploeteren, bij zijn Hemelse Vader gevonden zal hebben. Hij ruste in vrede.
Heerlen, 25 september 1967 O. A. DRIESSEN
bron: Nederlands Tijdschrift van Geneeskunde, 111, nr
40, blz 1777
![]() |
![]() |
![]() |
|
|
|
|