Dr.
A.J.M. van Weers
'Iedereen is filosoof'
door CEES DE GRAAFF
Voorschoten - Indrukwekkend kan men hem op het eerste gezicht niet
noemen. Integendeel. Hij is een wat schuchtere man, tenger en vrij onopvallend.
Zelfs zijn leeftijd is moeilijk te schatten. Maar dr. A.J.M. van Weers
moet het ook niet van zijn uiterlijk hebben. Zijn overtuiging put hij uit
zijn denken: hij is filosoof. „Iedereen is een filosoof, hè, tenminste
iedereen heeft zo zijn filosofietje", relativeert hij in zijn woning in
Voorschoten onmiddellijk „En sommige mensen krijgen de gelegenheid om er
hun beroep van te maken".
Vraag je hem, waarom iemand filosofie gaat studeren, dan krijg je een
algemeen antwoord. Hij is iemand, die vragen letterlijk neemt. Sinds 1974
geeft dr. Van Weers college filosofie aan de Erasmus Universiteit. „Als
ik naar mijn studenten kijk, zegt hij, dan vormen die een boeiend pluimage.
Er zijn onder de studenten filosofie tegenwoordig heel wat ouderen, gepensioneerden
of mensen, die om wat voor reden ook niet meer hoeven te werken. De 'echte'
zijn de zoekers; mensen die niet snel tevreden zijn met een antwoord. Het
zijn mensen, die zich met levensvragen bezig houden; die denken dat problemen,
waarmee ze worstelen, zoniet binnen de studie worden opgelost, maar toch
minstens deskundig worden besproken. En soms is dat ook: het geval", voegt
hij er lachend aan toe.
Maar vraag je hem, waarom hij filosofie is gaan studeren, dan is het
antwoord heel wat minder stellig. Dr. Van Weers schuift dan wat dieper
in zijn stoel, richt zijn ogen wat naar binnen en zoekt het antwoord in
zijn jeugd. ,,Ik ben in Den Haag geboren, in 1930 en heb als kind de crisis
tamelijk intensief meegemaakt. Niet dat wij het arm hadden, maar mijn vader
werkte aan de arbeidsbeurs en daar kwamen al die drommen mensen, die werk
zochten".
Oorlogsangst
Dr. Van Weers herinnert zich de oorlogsjaren scherp. „De angst, die
de mensen bij het uitbreken van de oorlog en ook later voelden, wordt in
de terugblikken op de televisie zo weinig in beeld gebracht", reageert
hij met een zekere felheid. „In Den Haag kwamen massa's vliegtuigen over
en de radio deed daar nauwgezet verslag van. Ze bombardeerden de vliegvelden
Ypenburg en Waalhaven. Dat was voor de mensen een enorm beangstigende belevenis.
Je weet niet wat oorlog is, of bezetting betekent en dan gebeurt het je.
Vier jaar lang hebben de mensen in angst geleefd. En juist die overheersende
gevoelstoestand mis ik op de televisie. Er worden feiten gegeven, maar
het gevoel is eruit gehaald", Hij herinnert zich, hoe onnozel de mensen
ook reageerden. „Wij woonden in een bovenhuis en tegenover ons stond een
soldaat op straat naar de vliegtuigen te schieten. Op een gegeven moment
stapte mijn vader ondanks alle protesten naar buiten om die man een kop
koffie te brengen. Absurd eigenlijk, achteraf gezien".
Het gezin Van Weers heeft de angst aan
den lijve ondervonden. Vader Van Weers was op een gegeven moment overgeplaatst
naar het bureau voor werkverschaffing in Duitsland. Hij probeerde echter
steeds iedereen ervan te weerhouden om in Duitsland te gaan werken. „Ik
weet, dat hij de mensen vaak echt moest overtuigen, dat het beter was om
niet te gaan. Je had dan de keus om toch in Nederland aan de slag te komen,
een zogenaamde ausweiss te bemachtigen of onder te duiken. Voor zo'n ausweiss
kwamen de mensen vaak bij ons thuis. In juni 1943 volgde een inval door
de Duitsers, die zestien mensen in ons huis oppakten. Mijn vader werd overgebracht
naar de gevangenis in Scheveningen en werd pas na een proces in januari
1944 weer vrijgelaten. Hij was verdacht van het helpen van joden en dat
konden ze gelukkig niet hard maken".
Tijdens de oorlog ging de jonge Van Weers naar het gymnasium alfa, een
studie, die hij na de oorlog afrondde. In 1949 ging hij aan de Katholieke
Universiteit van Nijmegen studeren. „Filosofie trok me toen al erg aan",
vertelt hij. Je had in die tijd net de opkomst van het existentialisme
en het klimaat voor een filosofiestudie was aantrekkelijker dan tegenwoordig;
er hing toen nog romantiek omheen. Dat verdwijnt nu door de Amerikaanse
of Angelsaksische wijsbegeerte. Maar toen kon je je nog concentreren op
logica en begrippen. Wat betekent een woordje; daarover zijn hele verhandelingen
geschreven en niet zo gek, want woorden hebben. voor iedereen gevoelsmatig
een andere betekenis. Toch moet juist een filosoof in staat zijn om in
duidelijk Nederlands over vragen en kwesties, waartoe hij zich geroepen
voelt, te schrijven en te spreken. Het is een zwakte aan begripsbeheersing,
wanneer je niet in staat bent in je eigen taal uitdrukking te geven aan
je gedachten". Hij concludeert, dat filosofie dus een communicatief vak
is, gericht op anderen.
Toch koos student Van Weers niet direct voor filosofie. „Ik deed theologie.
Dat viel wel gedeeltelijk samen met filosofie. En ik liep colleges klassieke
talen, want je had op de universiteit van Nijmegen allerlei interessante
mensen, zoals Christine Moorman, een formidabele docente oud-christelijk
Latijn en Grieks. En in theologie was daar professor Van der Pol, een man
die van protestantisme via anglicanisme tot het katholicisme was gekomen
en oeucumenische theologie gaf. Grossau gaf in die tijd het Nieuwe Testament.
Het was een heel boeiend klimaat".
Hij is nog enthousiast als hij over zijn studententijd denkt. Een echte
keus in studierichting schoof hij steeds voor zich uit. „Filosofie kon
je ook als postkandidaats-studie doen. Mijn kandidaatsexamen deed ik in
theologie. Ik deed nog een aantal tentamens in de klassieken, behaalde
mijn doctoraal examen weer in theologie en ging pas daarna verder in de
filosofie", vertelt hij.
„Ik ben een jaar naar Bazel geweest en heb daar ontwikkelingsproblematiek
gestudeerd. Zo heb ik ook bij Karl Barth college gelopen. Hij was in protestantse
kringen een van de leidende theologen, een 'linkse' theoloog, die op sociaal
terrein zeer bewogen was. Ik heb nog een tijdlang gewerkt aan een theologische
promotie over de Heilige Geest bij Karl Barth en heb daar met hem zelf
ook veel over gepraat. Maar van die promotie is niets terecht gekomen".
Hij verklaart zijn bijzondere belangstelling voor Barth wat nader. ,,Ik
heb drie broers en drie zussen en kom dus, om zo te zeggen, uit een zeer
katholiek gezin. Maar ons gezin was heel open. Ik heb daarover wel eens
nagedacht. Ik ben weliswaar katholiek, maar ben geïnteresseerd over
hoe protestanten en joden denken. Ik heb thuis ook nooit het gevoel gehad
in een katholiek clubje opgesloten te zitten. Natuurlijk stemden mijn ouders
op de rk. Staatspartij. Maar toen ze op de lagere school zongen: 'in spin,
Goseling (lijsttrekker van de rk. Staatspartij) erin, uit spuit, Drees
(SDAP-voorman) eruit', mocht ik dat thuis absoluut niet zingen. Aan Drees
mocht je van pa niet komen, ook al was mijn vader totaal geen socialist.
Zoals je ook aan het Leger des Heils in zijn ogen gewoon hoorde te geven".
Hij vervolgt: „Ik heb dus altijd in een milieu geleefd, waarin je geïnteresseerd
naar de 'andere kant' mocht kijken. Mensen moeten elkaar niet verketteren,
want het verschil tussen hen is nooit zó groot", zegt hij feller
dan normaal. Hij noemt het grensoverschrijdend denken en dat is ook tot
uitdrukking gekomen in andere activiteiten van hem. Sinds eind van de jaren
zestig maakt dr. Van Weers als katholieke representant deel uit van de
commissie voor sociale zaken van de Raad van Kerken.
Klassenstrijd
Zijn professionele loopbaan volgde een wat grillig pad, van, docent
in het theologie-onderwijs via de academische raad tot directeur van de
oecumenische sociale academie in Den Haag en tenslotte docent aan, en wetenschappelijk
hoofdmedewerker van, de Erasmus Universiteit. ,,Ik was begin jaren 70 de
eerste katholieke directeur, die aan de academie werd benoemd", vertelt
hij. „Dat was iets bijzonders en ik ging er met een zeker idealisme naar
toe. Ik dacht echt, dat de maatschappelijk problemen voor een belangrijk
deel door mensen van dat niveau worden aangepakt, zoals in het maatschappelijk
werk, in de bedrijven enzovoort. Maar toen ik er eenmaal was, bleek dat
alle energie zo ongeveer in de klassenstrijd werd gestoken. De studentenrevolutie
begon aan de academie blijkbaar een jaar of twee later dan op de universiteiten.
In die situatie was ik niet zo geschikt voor het directeurschap. Ik was
domweg niet opgeleid voor het hanteren van een revolutie en was ronduit
blij, dat ik in 1974 werd gevraagd naar Rotterdam te komen".
Toen dr. Van Weers naar Rotterdam kwam, kreeg de stad juist zijn vijfde
faculteit en werd de 'Erasmus' een echte universiteit. ,,Ik kwam bij de
centrale interfaculteit, zoals dat toen heette. De universiteit huldigde
de opvatting, dat filosofie een belangrijk element vormt in alle opleidingen.
En nog steeds wordt op de Erasmus Universiteit op practisch alle faculteiten
college filosofie gegeven, of het nu de medische, juridische of economische
faculteit is. Zo geef ik al een jaar of negen aan de economische faculteit
onderwijs over de rechtmatige verdeling van eigendom en inkomen, voor economen
een heel belangrijk onderwerp".
Personalisme
In 1987 promoveerde dr. Van Weers op een proefschrift over de filosoof
Emmanuel Mounier een Fransman, die in de jaren dertig in een verzuilde
maatschappij met een baanbrekende visie kwam. „Hij kwam met de opvatting,
dat een mens niet de absolute waarheid heeft, maar dat je de waarheid deelt
met anderen, die een andere opvatting: hebben. Hij vond, dat wat je in
een ander aan menselijkheid ontdekt, je dat moet aanvaarden en het corrigerend
op moet nemen in wat je zelf denkt. Het lijkt niet zo veel, maar het personalisme
van Mounier was iets formidabels en heeft een ontzettende openheid gebracht,
die nu nog voortduurt. Zo heeft het de basis gelegd voor een discussie
tussen de christelijke en rnarxistische filosofie, niet door te zoeken
naar punten van overeenkomst en een soort grootste gemene deler, maar door
het opzoeken van gezamelijke punten van actie".
Dr. Van Weers stipt maar enkele facetten van het personalisme van Mournier
aan. Maar hij is de kenner van het werk van Mounier, zeker in ons land.
Zijn proefschrift leverde hem niet alleen de doctorstitel op, maar eind
vorig jaar ontving hij ook de Prix Emmanuel Mounier, een hoge internationale
onderscheiding op het gebied van wijsbegeerte voor zijn studie over Mounier.
„Met mijn vrouw ben ik naar Parijs geweest om de prijs in ontvangst te
nemen", vertelt hij. Het ligt alweer een beetje achter hem. De dagelijkse
gang van zaken heeft het gebeuren al verder op de achtergrond gedrongen.
Maar over Mounier en zijn personalisme kan hij lang en diepgaand vertellen.
Niet vreemd, als men bedenkt, dat ons naoorlogse politieke bestel erdoor
is beïnvloed, het een inspiratie is geweest voor het Tweede Vaticaans
Concilie, voor bevrijdingsbewegingen in Latijns Amerika en ook de huidige
Poolse hervormers worden er duidelijk door geïnspireerd. Het is zelfs
de vraag of de Rechten van de Mens zonder de filosofie van Mounier enige
internationale erkenning zouden hebben gevonden.
Haagsche Courant 3 februari 1990
![]() |
![]() |
|
Artikelen |
Guus van Weers |