HAAGS
STRAATNIEUWSVERKOPER DONALD VAN WEERS
“Ik zoek een miljonaire!”
Ooit was Haags Straatnieuwsverkoper Donald van Weers een rijkeluisjongetje
in het statige Benoordenhout. Via drugs, onderwereld en drank belandde
hij in het daklozencircuit. Donald (40) is vrijwel dagelijks te vinden
in de parkeergarage van het Scheveningse Casino en ook kom je hem regelmatig
in het stadshart van Zoetermeer tegen. Donald is een uitbundige verschijning,
vrijwel altijd opgewekt en met een schaterende lach. Een druktemaker ook,
bij wie de stemverheffing bepaald niet vreemd is. Maar zoals wel vaker
bij uitbundige lachebekjes het geval is, is de goede luim het masker voor
de achterliggende tragiek.
"Ik was een verschrikkelijk verwende plaag. Op mijn zestiende kwam ik
al bij school voorrijden in mijn eigen Alfa Romeo. Mijn moeder heeft het
me heel makkelijk gemaakt. Ik kreeg zoveel geld toegestopt als ik maar
wilde. Ik droeg een Rolex van 3500 gulden, stak mijn sigaretten aan met
een Cartier aansteker. Het kon allemaal niet op. Ik kreeg echter te weinig
mee om op mijn eigen benen te kunnen staan.
"Ik heb een goede stimulans
nodig"
Mijn vader ging weg uit het gezin toen ik net één jaar
was. Mijn moeder hertrouwde, maar tussen mijn stiefvader en mij wilde het
niet echt klikken. Na school heb ik een paar keer bij mijn echte vader
in de zaak gewerkt, maar ja... het goede leven, hè."
Ieder het zijne
Het goede leven bestond vooral uit stappen en drugs. "Ik sliep iedere dag
tot een uur of vier, ging vervolgens eerst even naar de coffeeshop, dan
de kroeg in en daarna direct door naar het nachtleven. Ik heb in die periode
ruim aan de coke gezeten. Dat heb ik volgehouden tot mijn 23ste. Toen besloot
ik dat het beter was wat serieuzer te gaan leven. Ik opende een winkeltje
aan de Nobelstraat: Cique Suum, dat betekent `ieder het zijne'. En dat
was het ook. Ik had daar schilderijen staan, glaswerk, meubeltjes, maar
je kon er ook een kop koffie drinken en een broodje eten. Dat ging goed
tot het fout ging. Geldgebrek. Ik ben daarna bij mijn moeder in de crèche
gaan werken, waar ik ook mijn vriendin leerde kennen. We woonden samen
in een prachtige parterreflat aan het Segbroekpark 't Ging allemaal prima
eigenlijk, tot de relatie stuk liep en mijn moeder ook nog ongeneeslijk
ziek werd. Ondertussen had ik met mijn vader afgesproken om weer in zijn
zaak te komen werken, Hij hoopte dat ik het bedrijf van hem over zou nemen.
Maar dat liep even anders, toen ik in de staatsloterij 25.000 gulden won.
In plaats van terug te gaan naar mijn vader, nam ik het vliegtuig naar
Curaçao voor een langdurige vakantie!"
Import en export
Langdurig bleek precies zes weken te zijn. Toen was het geld op. Donald
keerde terug naar Nederland, naar een zwaar teleurgestelde vader waar hij
niet meer hoefde aan te komen, naar een ernstig zieke moeder die niet veel
later stierf en naar een huis dat hij niet meer kon betalen. 'Na de dood
van mijn moeder had ik geen sponsor meer. Er zat niets anders op dan te
gaan zwerven. Ik besloot met mijn stiefvader te gaan praten; maar die zag
me liever gaan dan komen. Uiteindelijk gaf hij me een bedrag mee, waarmee
ik opnieuw een ticket naar Curaçao kocht. Daar deed ik allerlei
klusjes; in de horeca, boten opknappen. En een beetje dealen. Begin 1995
kwam ik weer terug in Nederland en vond hier werk op het strand. Maar natuurlijk
precies weer in een strandtent waar de hele Haagse en Amsterdamse onderwereld
zat. Ik werd opgepikt door een oude rot in het vak, die me als katvanger
wilde hebben. Had ik opeens vijf bedrijven op m'n naam staan. `Import en
Export' heette dat mooi, maar .feitelijk was het een dekmantel voor hele
andere handel. En zo belandde ik in de chemicalien-business. Op een gegeven
moment kreeg ik twaalf ruggen in het handje geduwd om effe vast te houden".
Ik sprong echter gelijk op de TGV naar Parijs en kocht daar een ticket
naar opnieuw Curaçao.”
Leeg in 't gat
"Toen ik 1997 weer terug kwam was de halve onderwereld naar me op zoek
Maar de politie was ze voor en arresteerde me wegens een openstaande straf.
Ik had een maand in een hotel gezeten en daarvoor nooit de rekening betaald.
Ik was bij verstek tot drie maanden veroordeeld. Toen ik weer buiten kwam
ben ik maar weer eens met mijn stiefvader gaan praten. Hij woonde tenslotte
in mijn ouderlijk huis. Ik wilde weer terug naar Curaçao, dit keer
om de boel anders aan te gaan pakken en mijn geld daar op een eerlijke
manier te verdienen. Uiteindelijk praatte ik hem 20 rooitjes uit zijn zak,
maar die heb ik in krap twee maanden verhoerd en versnoerd. En toen was
Donald leeg.. Ik ben letterlijk in een gat gevallen. En er was geen andere
oorzaak dan ikzelf. Ik kwam in het daklozencircuit terecht en verhuisde
van tijdelijke woning naar tijdelijke woning. Ik moet binnenkort weer verhuizen.
Ondertussen houd ik me in leven door de straatkrant te verkopen."
Vicieuze cirkel
Hoewel Donald potentieel genoeg kwaliteiten had om een normaal leven mee
te kunnen opbouwen, zit zijn grootste zwakte diep in de fles. 'Ja, dat
besef ik volkomen. Ik probeer ook echt minder te drinken en gezond te eten.
Voor drugs heb ik gelukkig allang geen geld meer. Maar het is heel moeilijk
om weer uit dat gat te klimmen. Ik prakkiseer me elke dag suf hoe ik dat
zou moeten doen. Ik heb me in oktober ingeschreven bij de Kamer van Koophandel,
als handelsonderneming. Toen de Sociale Dienst daar lucht van kreeg hebben
ze m'n uitkering subiet stopgezet. Maar zonder geld kan je niet starten
met een bedrijf. Nu moet ik met bewijzen komen dat ik geen inkomsten heb.
Wat ik echt mis is een lekker ritme in mijn leven. Het is nu te veel dag-voor-dag.
Als ik weer rust vind, dan kan ik dat weer opbouwen. Maar dan moet ik wel
eerst een min of meer vaste woning hebben. Het liefst in Scheveningen,
maar dat is niet meer te betalen. Ik zit in een vicieuze cirkel. Ik heb
een goede stimulans nodig."
'Wat ik echt mis is een ritme in mijn leven"
Die stimulans zou - gek genoeg - wel eens in de Scheveningse gevangenis
te vinden kunnen zijn. "Ik heb daar nog een `tegoed' van 28 dagen omdat
ik met drank op achter het stuur ben betrapt. In die tijd wil ik `cold
turkey' afkicken van de drank en hopelijk begeleiden ze me daarna naar
weer een beetje normaal leven. In feite komt het hierop neer," besluit
Donald met op zijn gezicht weer de bekende brede grijns: "Ik zoek een miljonaire!
Ik mag dan een beetje gek zijn, ik ben wel heel lief. Zeker voor vrouwen!"
RJ. Rueb
uit: Haags Straatnieuws februari 1999
terug naar
Artikelen