Museum Wijk C straks ook
Voor andere volksbuurten
“Belevingssteeg” moet zintuigen van bezoekers prikkelen

Het Volksbuurtmuseum Wijk C wil uitgroeien tot een Nationaal Volksbuurtmuseum. Daarvoor is 1,2 miljoen euro nodig, die vooral moet komen van sponsors. Het museum wil uitbreiden en vernieuwen.

Een van de ideeën is het bouwen van een 'belevingssteeg, een nagebouwde steeg uit een volksbuurt, waar bezoekers kunnen horen, zien, voelen en ruiken hoe het leven daar vroeger was.
De eerste, belangrijke, stap in de groei is inmiddels gezet: het museum heeft de benedenverdieping van het buurpand aan de Waterstraat 29 kunnen kopen en -via een doorbraak - bij het museum gevoegd. Daarmee is er ook een flink stuk extra buitenruimte (55 vierkante meter) bij gekomen. Het museum beeft een 'Plan voor Vernieuwing' gemaakt. Het opvallende idee van een 'belevingssteeg" in het museum past in het streven de zintuigen van de bezoekers op allerlei manieren te prikkelen. De bezoeker moet echt 'meegenomen' worden naar het leven in de volksbuurt in het begin van de vorige eeuw.

Het museum wil zich niet alleen meer focussen op Wijk C in Utrecht, maar ook op andere  volksbuurten. Ook de volksbuurten van deze tijd," zegt directeur Albert van Wersch. De Vogelaarbuurten en de achterstandswijken. Hoe gaat het daar? En wat zijn de parallellen met het verleden? Vaak hebben die buurten ten onrechte een stigma. We willen dat mensen daar over gaan nadenken."
Daardoor wil het museum uitgroeien tot het Nationaal Volksbuurtmuseum. Er zijn maar weinig plekken in Nederland waar je de geschiedenis van volksbuurten kunt bekijken. Tot een jaar of 7 geleden zat er ook zo’n museum in Den Haag, maar dat is nu weg."
De nationale ambitie gaat overigens niet leiden tot een massale bezoekersstroom, verwacht het museum. Het aantal bezoekers moet ruim verdubbelen naar zo’n 12.000  per jaar. Onderdelen van het vernieuwingsplan zijn verder onder meer het digitaliseren van de collectie (zodat er via de computer in gezocht kan worden) en het maken van een audiotour, waarmee bezoekers door Wijk C kunnen wandelen. En eigenlijk moet het oude schoolgebouw waar het museum in gevestigd is nog verder uitgebreid worden. Misschien met een uitbouw aan de achterkant of een serre. We hebben nu zo’n 300 vierkante meter en we hopen door te groeicn tot 500 vierkante meter."

Het museum gaat de komende tijd de boer op bij fondsen.”We zijn al bij de provincie geweest en die heeft. 75.000 euro toegezegd ,” zegt Van Wersch. Verder heeft de gemeente de aankoop van de buurverdieping gefinancierd  (235.000 euro) en de subsidie opgehoogd van 100.000 naar 125.000 euro per jaar. Daardoor kan er een educatief medewerker aangesteld worden. De rest van het benodigde bedrag moet uit andere bronnen komen. “Dat zal niet gemakkelijk worden zeker niet in deze moeilijke economische tijden. We denken aan de landelijke overheid. maar ook aan bijvoorbeeld de Mondriaanstichting of  het VSB fonds. Naar gelang we geld binnenkrijgen, gaan we onze plannen uitvoeren."

CHINAFESTIVAL
De nieuwe ruimte van het museum wordt op 26 februari officieel geopend. Het komende half jaar wordt dit deel gebruikt voor een expositie rond het Chinafestival in Wijk C. “Wij richten het in als Chinees logement en Chinees winkeltje." Die expositie duurt een half  jaar. "Daarna hopen we meer te weten over de financiën voor het vernieuwingsplan en kunnen we misschien al beginnen met de uitvoering:”

bron UD/AD 19 februari 2010
tekst: Wim Langejan
foto: Shody Careman

Ambitie tot landelijke allure na ontvangst officiële keurmerk
Volksbuurtmuseum Wijk C 'gaot nu voor 't eggié'

UTRECHT  Het Volksbuurtmuseum Wijk C heeft veel redenen voor feest. Officieel erkend als museum, een nieuwe collectie én heel veel plannen. Wat directeur Albert van Wersch betreft, gaat het Volksbuurtmuseum nog binnen het jaar volledig op de schop. Eenmaal opgenomen in het Nederlandse Museumregister, reiken zijn ambities met het echte Utrechtse museum tot ver over de provincie.
Maar eerst kan Van Wersch eventjes onderuit zakken om samen met de vrijwilligers te proosten op het succes. Het Volksbuurtmuseum Wijk C bestaat nog geen twaalfenhalf jaar en de erkenning, 'het keurmerk', is binnen. Slechts acht van de circa 55 provinciale musea zijn geregistreerd.
Van Wersch is blij, trots en vol van de nieuwe mogelijkheden die de vers verkregen status biedt. 'Na jaren van hard werken, is het gelukt. Opname in het museumregister is belangrijk voor subsidiegevers.'
Van Wersch is opgelucht: 'Er valt wel wat van me af. Over vijf jaar wordt het museum weer beoordeeld, maar nu is het tijd om naar buiten te treden. We willen met meer exposities inspelen op de actualiteit, dat hebben we veel te weinig kunnen doen.'
De geschiedenis van de 'gewone man', een term waar Van Wersch een hekel aan heeft, reikt wat hem betreft verder dan Wijk C. Een Utrechts museum, waar op unieke wijze het dagelijks leven van 'volks' vroeger tijden wordt getoond, dat moet het worden. Niet typisch Wijk C, maar typisch volksbuurt.

Landelijke allure
'Tentoonstellingen die landelijk interessant zijn, door hun karakter', zo luidt het doel van Van Wersch. De huidige opstelling is leuk, maar vertelt niet het hele verhaal, vindt hij. Een grondige verbouwing van het museum staat dus op stapel. De plannen zijn er: stapsgewijs het verhaal vertellen van een gezin van 1850 tot 1950, met geluid, reuk en beeld. Van smalle steegjes, de geur van open riolen en verse paardenvijgen tot werkhuizen, scholen en winkels. 'Hoe rook het, hoe was het? Dat willen we laten zien met allerlei thema's, door de tijd heen.'
Wanneer en hoe het Volksbuurtmuseum gaat veranderen, is voorlopig nog niet zeker. Dat is afhankelijk van de gelden die het museum binnenhaalt, al dan niet dankzij de status van écht museum. 'We willen de geschiedenis op onze eigen manier presenteren. Als het aan mij ligt gaat de schop er volgend jaar in.
We zijn nu nog aan het brainstormen: welke voorwerpen, hoe, welk verhaal. Die plannen monden uit in een begroting, dan gaan we fondsen werven. Hoeveel geld we binnenhalen is koffiedik kijken, maar dat het museum verandert is zeker.'

Uitwisseling collectie
Een dergelijke erkenning wekt volgens Van Wersch vertrouwen bij fondsen, sponsors en overheden. Dat maakt niet alleen fondsenwerving een stuk makkelijker, ook uitwisseling van museumstukken. De juiste luchtvochtigheid, een grondige beschrijving van de collectie en het doel van het museum zijn de belangrijkste criteria. Daar besteedde het Volksbuurtmuseum de afgelopen jaren veel tijd en geld aan, volgens Van Wersch ten koste van andere museumactiviteiten.
De apparatuur die de juiste luchtvochtigheid verzorgt voor de collectie van het museum kostte veel geld, het in kaart brengen van de collectie kostte veel tijd. Maar ‘om de boot niet te missen' gaf de directeur prioriteit aan die zaken. Ongeveer vierduizend objecten en zo'n tienduizend foto's zijn digitaal gearchiveerd. 'Met een beperkt budget hebben we dit gepresteerd, daar ben ik trots op. Veel vrijwilligers hebben ons geholpen, dat was puur liefdewerk."

bron: Jesse Pouw, 22 februari 2005, Stadblad (van Utrecht)


terug naar Artikelen