VOORSCHOTEN (ANP) - De filosoof dr. A.J.M. van Weers (59) uit Voorschoten is de Prix Emmanuel Mounier 1989 op het gebied van de wijsbegeerte toegekend. Het is een hoge internationale driejaarlijkse prijs, waaraan ook een geldbedrag is verbonden. Hij wordt dit jaar in Parijs uitgereikt.

Van Weers krijgt de onderscheiding voor zijn studie "Staat en persoon, de politieke filosofie van Emmanul Mounier". Mounier was grondlegger van het toonaangevende politiek-culturele tijdschrift Esprit. Van Weers verklaart de politieke dimensie van het personalisme en beschrijft de invloed die Paul Ludwig Landsberg hierop had.

Personalisme
Het personalisme plaatst de mens in samenhang met zijn samenleving. Deze denkrichting ligt in ons land ten grondslag aan onder meer de oprichting van de PvdA. Het concilie Vaticanum II en de bevrijdingsbewegingen in Latijns-Amerika zijn erdoor be-invloed. Personen rond Lech Walesa ontlenen er nu hun inspiratie aan.

Van Weers doceert aan de Erasmusuniversiteit in Rotterdam sociale en politieke filosofie en publiceert onder andere over theologische vraagstukken en veranderingsprocessen in de samenleving. Hij adviseert onder meer de Raad van Kerken en de Katholieke Raad voor Kerk en Samenleving. In 1984 organiseerde hij in Maastricht een congres over de verzorgingsstaat.

De Prix Emmanuel Mounier is toegekend door een college dat bestaat uit: de filosoof Paul Ricoeur, de eerder met de prijs onderscheiden historicus Jacques le Goff, de econoom Henri Bartoli, oud-hoofdredacteur van Esprit Jean Marie Domenach en psycholoog Paul Fraisse.

(Bron: Katholiek Nieuwsblad 18 juli 1989)

In het dagblad Trouw van augustus 1995 stond dat hij tot president verkozen was het Institut International de Philosophie Politique in Parijs.
De Volkskrant schreef juli 1995 dat het voor het eerst was dat er een Nederlander in deze functie gekozen was. Hij was sinds 1981 aan het Instituut verbonden.

Afscheidscollege politiek filosoof dr. A.J.M. van Weers, maart 1996
Vulgaire pressie heeft de burger onzeker gemaakt
'De bedreiging door de vulgaire machten heeft de burger onzeker gemaakt. vooral omdat deze machten de indruk van universaliteit hebben weten te wekken. Zal de burger uiteindelijk het pleit verliezen? Of zal hij terrein terugwinnen?' Dat vraagt politiek filosoof dr. A.J.M van Weers zich af in zijn afscheidscollege waarmee hij op vrijdag 22 maart officieel afscheid neemt van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

In zijn afscheidscollege vestigt dr. Van Weers de aandacht op het verschijnsel van de vulgariteit in de Nederlandse samenleving. Dit verschijnsel kan men waarschijnlijk het best begrijpen als een vorm van oppositie tegen de - aan de democratische staat ten grondslag liggende - moraal van de burgerlijke maatschappij.

Het verschijnsel van de vulgariteit uit zich in spreken en doen. De taal is extreem en onbeheerst, de praktijk impulsief anoniem en massief. Het handelen is agressief en onvoorspelbaar.

De vulgaire machten hebben zich meester gemaakt van de microfoon, het beeldscherm en - grote delen van - de straat, aldus Van Weers. Zij kunnen daardoor de indruk wekken dat datgene wat ze voorstaan, algemeen verbreid en gedragen is. Dat is niet het geval.

Hoeksteen van de samenleving
De burger beschikt over kwaliteiten die hem tot hoeksteen van de samenleving en staat gemaakt hebben: terughoudendheid in optreden, gematigdheid in taalgebruik, inzet voor de gevestigde orde enz. De bedreiging door de vulgaire machten heeft de burger onzeker gemaakt. Vooral omdat deze machten de indruk van universaliteit hebben weten te wekken. Zal de burger uiteindelijk het pleit verliezen? Of zal hij terrein terugwinnen? Van Weers schetst twee scenario's: het pessimistische en het optimistische.

Het sombere perspectief omvat irrationele vijandbeelden, zinloos geweld, leegte. In het optimistische scenario wordt vooreerst de gewekte indruk weggenomen: de burger is socialer dan veelal wordt gesuggereerd. De burger beschikt wel degelijk over mogelijkhedenom het vulgarisme het hoofd te bieden.

Het uitspreken van zijn afscheidscollege betekent overigens geenszins dat dhr. Van Weers ophoudt de filosofie actief te bedrijven. Sinds verleden jaar is hij - als eerste Nederlander - president vanhet Institut International de Philosophie Politique (I.I.P.P.),gevestigd aan de Sorbonne in Parijs. Onder meer heeft hij de leiding over het onderzoek in het instituut.

ps. Later werd dit uitgegeven, Het werd 21 pagina's dik. Guus overleed in november 1999, 68 jaar oud..

A.J.M. VAN WEERS, Grondwaarden: verscheidenheid en algemeenheid
Hoewel het zo goed als onmogelijk is over het menselijk bestaan een beschouwing te maken zonder van het begrip waarde gebruik te maken, bestaat er over weinig begrippen evenveel onenigheid. De verwarring over dit begrip heeft, volgens de auteur, te maken met de pogingen om over het bestaan op een a-historische en ongedifferentieerde manier na te denken. Waarde is geen begrip dat men kan vatten zonder rekening te houden met de geleefde werkelijkheid waarin het zich situeert. ‘Waarde is in het leven geworteld en moet van daaruit begrepen worden’ (119). Omdat het leven niet monolitisch, maar pluriform georganiseerd is, bestaat er een veelheid van particuliere waarden. Vandaar de vraag of het zinvol is om van universele waarden te spreken.

Vooralleer op deze vraag in te gaan, maakt van Weers een onderscheid tussen de persoonlijke waarden en sociale waarden. Persoonlijke waarden maken deel uit van iemands ‘leefplan’. Met ‘leefplan’ wordt de totaliteit van beslissingen bedoeld die richting geven aan het individuele bestaan en die het uitgangspunt vormen voor eigen waardeoordelen, en voor persoonlijke keuzes. Sociale waarden hebben betrekking op waarden die kenmerkend zijn voor een gegeven samenlevingssector. Ze zijn particulier: ze gelden voor specifieke terreinen van het leven. In het gezin wordt bij voorbeeld altruïsme hoog aangeslagen, in de rechtspraak billijkheid, in de staat vrede en orde, in de economie het welbegrepen eigenbelang, in de gezondheidszorg de toewijding, in de opvoeding en het onderwijs de persoonlijke en sociale ontplooiing, in de defensie de heroïek, in de christelijke religie de vergeving. In elke samenlevingssector heerst een eigen logica die de legitimering van de hiërarchie van het particuliere waardensysteem ondersteunt.

Niemand gaat als individu volledig op in één van deze sociale sectoren. Zodra men echter in één van deze sectoren participeert, wordt men geacht de geldende waarden te respecteren. Er kunnen zich hierbij conflicten voordoen tussen het persoonlijke leefplan en de oriëntatie van een bepaalde samenlevingssector. Een persoon kan zich deviant, oppositioneel, ongehoorzaam of misdadig gedragen, hij kan verandering eisen en ertoe bijdragen dat deze verandering tot stand komt. De inhoudelijke invulling van sociale waarden houdt verband met de historische lotgevallen die de betreffende sociale sectoren overkomen. Ondanks dit relativistisch uitgangspunt verdedigt van Weers dat er ‘grondwaarden’ bestaan.

Het ontstaan en voortbestaan van de samenlevingssectoren is namelijk noodzakelijk verbonden met communicatie. Het zijn nu precies de waarden die deze communicatie mogelijk maken die men grondwaarden kan noemen. Dat zijn vooreerst de particuliere waarden die zin verlenen aan het sociale (het sectorale) bestaan en dat zijn ook de universele waarden die de mogelijkheidsvoorwaarden vormen voor alle communicatie zowel binnen als tussen samenlevingssectoren. De particuliere waarden aan wie de samenlevingssectoren zin en dynamiek ontlenen, kunnen volgens de auteur worden versterkt indien men de leden van de gemeenschap nauwer betrekt bij de richtinggevende beslissingen binnen deze samenlevingssectoren. Zo is het aangewezen dat politieke leiders niet alleen werven voor de waarden die hun beleid bepalen, maar bij de keuze van de waarden die ze verdedigen zoveel mogelijk aansluiten bij wat in de samenleving leeft. Het is minder moeilijk om de leden van de samenleving te overtuigen van de universele waarden die de communicatie mogelijk maken, omdat alle samenlevingssectoren er baat bij hebben dat hun participanten zich van deze waarden bewust worden en bereid zijn ze na te streven.

Typevoorbeeld van deze universele grondwaarden is eerlijkheid. Bedrog is immers de meest ernstige bedreiging van de communicatie. ‘Vals spelen maakt het heden onzeker en de toekomst onmogelijk’ Terwijl communicatie aan de partners zekerheid bedoelt te bieden, wordt door bedrog plaats gemaakt voor onzekerheid. Van Weers gelooft dus duidelijk in het bestaan van universele waarden. De deelname aan de communicatiegemeenschap houdt immers niet alleen de aanvaarding van het bestaan van de mens en van diens functie als gelijkberechtigde discussiepartner in, maar zij veronderstelt tevens een zekere consistentie tussen denken en doen en de bereidheid om de gevolgen van zijn handelen te dragen.

Niet ten onrechte verwijst van Weers naar het bedrog of de ‘mauvaise foi’ (kwade trouw) als de meest verachte menselijke gedraging. Toch wordt in deze bijdrage onvoldoende aandacht besteed aan het begrip ‘universaliteit’ zoals dat bij voorbeeld wel het geval is in het werk van Paul Ricoeur. Laat ons deze bedenking kort toelichten. Ricoeur bleef steeds geboeid door de moeilijke, delicate en omstreden vraag naar het objectief karakter van de morele waarden. Hij spreekt hierbij zelfs van de centrale antinomie van de moraalfilosofie: enerzijds lijken waarden niet gecreëerd maar ontdekt te worden, anderzijds lijken ze het werk van de vrijheid.
Deze antinomie doet ons beurtelings naar essentialisme (creationisme) ofwel naar voluntarisme neigen. De band die de waarden echter hebben met de realisatie van onze vrijheid, laat ons niet toe één van de twee extreme posities in te nemen. Trouwens, Ricoeur zelf werd met de jaren pessimistischer over de mogelijkheid om het objectief karakter van de waarden nader te bepalen. De waardenfilosofie bleef in zijn ogen een dood punt in de filosofie. Meer noodgedwongen dan uit vrije keuze stapte hij dan ook over naar een meer hermeneutische methode. Dit laatste is ook typerend voor de bijdrage van van Weers: ook hier wordt geworsteld met het zogenaamde ‘objectief’ karakter van de waarden. De auteur had kunnen refereren naar verschillende axiologische tradities. De vraag naar de gevolgen van het verloren gaan van grondwaarden, zou dan verder reikende implicaties hebben gehad. Het is jammer dat de auteur daar niet is op doorgegaan. De ontwrichting van de samenleving en de desintegratie van het individu worden in het licht van de schending van aan de mens fundamentele waarden, veel meer levensbedreigend. Ze raken de mens ten gronde en ze raken het menselijk samenleven in zijn diepste fundamenten

(Bron: P.S. in Ethische perspectieven 3 (1993)4, p. 185)
 
 


Terug naar
Artikelen

Naar
Guus van Weers
Naar 2e artikel
 Naar zijn boeken